Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Antwerps parket en advocatuur pleiten voor plea bargaining

Vandenberghe: "In de Senaatscommissie vonden we er geen meerderheid voor"

ANTWERPEN - Bij het Antwerpse parket en de advocatuur wordt er al enige tijd nagedacht en overlegd over de ‘plea bargaining’ of de consensuele procedure. Het gaat om een vereenvoudigde procedure voor verdachten die de feiten bekennen, in ruil waarvoor - met hun toestemming - de behandeling ten gronde wordt overgeslagen of beperkt tot de strafmaat. Naar Angelsaksisch model kan er informeel onderhandeld worden over de strafmaat. “Een veralgemening van dit lik-op-stuksysteem heeft alleen maar voordelen”, zegt strafpleiter Kris Luyckx, “zowel voor de verdachte als voor het efficiënt verloop van de rechtbankzittingen”. Uit politieke hoek, vooral bij de ‘democratische oppositie’, is er kritiek op het project. Sanator Hugo Vandenberghe ziet "geen wettelijk kader voor onderhandelen met een crimineel”. En in Antwerpen hoopt het parket dat ze ook “aan de Waalse Kaai mee willen”.

Het typisch Anglo-Amerikaanse fenomeen van de plea bargaining wordt ook al toegepast in Italië en Duitsland, en recent zelfs in Frankrijk, maar in elk van die landen is het telkens anders georganiseerd. In ons land werd in het debat over de versnelling van de strafrechtsbedeling, in tegenstelling tot in Nederland en Frankrijk, nauwelijks aandacht besteed aan deze oplossing. Nochtans kadert het denken over plea bargaining in de evolutie van een ‘opgelegde’ justitie naar een ‘onderhandelde’ justitie. Informeel beginnen vandaag de dag de onderhandelingen al een rol te spelen. Alleen al om willekeur tegen te gaan en tot een eenvormige procedure te komen, is het nuttig zich over deze problematiek te buigen, vindt men bij het Antwerpse parket.

Rol van advocaat blijft belangrijk

Eigenlijk kent ons strafrecht al een vorm van consensuele procedure. Denken we maar aan de minnelijke schikking of de bemiddeling in strafzaken. Ook daarbij onderhandelt de verdachte met het OM over een wijze van afhandeling buiten de rechtbank, maar de gemaakte afspraken moeten wel onderworpen kunnen worden aan rechterlijke controle. Maar in ons rechtsstelsel kan een akkoord tussen de verdachte en het OM niet voor de rechtbank afgedwongen worden. In het inquisitoir denkpatroon van onze strafrechttraditie baseert een rechter zich bij de beoordeling over de schuld op zijn innerlijke overtuiging. Zelfs bij een bekentenis kan hij innerlijk overtuigd zijn van de onschuld van de beklaagde, of minstens van het feit dat de schuld niet vaststaand bewezen is. Ook bij de kwalificatie en de opgelegde strafmaat heeft hij een ruime manoeuvreermarge. In de Angelsaksische traditie is er een accusatoire rechtstraditie, waarbij een bekentenis verheven wordt tot formeel bewijs. De rechter heeft dan ook geen appreciatievrijheid.

Voor een veralgemeende invoering van de vereenvoudigde procedure zal dus een wetswijziging nodig zijn. In Antwerpen wordt gepleit voor een voorafgaand proefproject, dat nog binnen de huidige wetgeving kan vallen. In eerste instantie zouden de onderhandelingen beperkt blijven tot de straftoemeting en pas kunnen starten wanneer het onderzoek rond is, dus voor de raadkamer en de bodemrechter. De verdediging heeft dan inzage in het strafdossier met de bewijzen à charge en à décharge.

Het initiatief kan zowel uitgaan van het parket als van de verdediging. Wanneer er nog andere verdachten zijn, dan kunnen die voor de bodemrechter alsnog proberen om met het OM tot een overeenkomst te komen. De onderhandelingen worden gevoerd in het kabinet van de procureur, in aanwezigheid van een administratieve kracht die notities neemt. De onderhandelingen worden best gevoerd door de advocaat, al of niet in aanwezigheid van zijn cliënt. Nagekeken dient ook of het slachtoffer en diens mogelijke schade-eis niet dienen opgenomen in het informeel akkoord. Dat laatste dienst schriftelijk bevestigd en ondertekend.

Vonnis ’op de banken’


Die afspraken zullen in de praktijk gaan over de bekentenis van de verdachte, over de strafmaat, eventueel een verbintenis van de verdediging om af te zien van het recht om hoger beroep aan te tekenen, bijkomende getuigen op te roepen, langdurig bijkomend onderzoek te prejudiciële vragen te laten stellen en wanneer één van de partijen om één of andere reden terugkomt op de gemaakte afspraken, dan moet die op tijd meegedeeld worden, zodat de partijen hun proceshouding nog kunnen aanpassen.

Welk soort zaken komen in aanmerking voor plea bargaining? Binnen het parket geldt in het beginstadium een tweetrapssysteem: een eerste filtering gebeurt door de magistraat die de zaak behandelt. Wanneer die beslist de plea bargainingprocedure op te starten, legt hij het voor aan zijn sectieverantwoordelijke. Die laatste krijgt ook het afgesloten akkoord ter goedkeuring voorgelegd, en brengt op zijn beurt de aangeduide referentiemagistraat bij het parket-generaal op de hoogte.

In de fase voor de rechter ten gronde blijft het debat dan beperkt tot de voorlegging van het informeel akkoord. Het OM licht de feiten kort toe, geeft aan dat de beklaagde bekent en vordert de afgesproken straf. De verdediging pleit niet echt: zij zegt dat de feiten niet betwist worden en dat cliënt akkoord gaat met de overeengekomen straf. De rechter kan het informeel akkoord met een vonnis ‘op de banken’ bekrachtigen of verwerpen. In het tweede geval verzendt hij de zaak om persoonlijke redenen naar de voorzitter voor een toebedeling aan een andere kamer. Daar vallen alle afspraken weg.

"Het vermoeden van onschuld moet blijven bestaan"

Zowel het parket als de advocatuur zijn ervan overtuigd dat het voorgestelde systeem van plea bargaining niet alleen zal leiden tot veel een doelmatiger proceseconomisch verloop, maar ook tot een meer effectieve strafoplegging: een verdachte die betrokken wordt bij het beslissingsproces, zal de opgelegde straf gemakkelijker accepteren, wat de resocialisering ten goede komt. Een ander voordeel is dat de verdachte veel minder lang in onzekerheid blijft over het resultaat van het strafproces. Op deze manier blijven de basisregels van ons rechtsstelsel overeind: de rechter kan immers ambtshalve beslissen de vereenvoudigde procedure niet toe te passen.

Volgens CD&V-senator Hugo Vandenberghe heeft het proefproject geen wettelijke basis. Hij noemt het "een experiment dat bij wet moet geregeld worden en met duidelijke criteria omschreven worden". Hij benadrukt dat plea bargaining in de Senaat al uitvoerig ter sprake is gekomen bij de besprekingen over het nieuwe strafprocesrecht. "En er is geen meerderheid voor gevonden", klinkt het.

Vandenberghe merkt bovendien op dat plea bargaining uit het Angelsaksische rechtsstelsel komt en dus niet strookt met de principes van het continentale rechtsstelsel in België. "In het Angelsaksische systeem is het aan elke partij om zijn eigen waarheid te bewijzen en beide partijen kunnen zo makkelijk tot een deal komen. Het continentale systeem werkt zo niet. Bij ons is een onderzoeksrechter onpartijdig en blijft altijd een vermoeden van onschuld bestaan", verduidelijkt de CD&V-senator.

“Natuurlijk kunnen tegen plea bargaining allerlei bezwaren worden ingebracht en er zijn wellicht gevaren aan verbonden. Maar elk vernieuwend project vraagt durf, flexibiliteit en de bereidheid om de oude vertrouwde paden te verlaten”, repliceren de voorstanders in Antwerpen.

Auteur: Jan Heuvelmans

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons