Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

“Jeugdbescherming moet uit haar kantoren komen”

Mieke Komen pleit voor niet-etnische aanpak van allochtone crimineeltjes

ANTWERPEN - Spirit-senator Fauzaya Talhaoui organiseerde zaterdag in het Auditorium van de Permeke-bibliotheek aan het Antwerpse De Conincplein een studienamiddag naar aanleiding van de jongste incidenten met allochtone jongeren. Ze had daarbij als gastspreker haar tegenpool in huis gehaald: de Nederlandse criminologe Mieke Komen, die aan de universiteit van Utrecht interessant wetenschappelijk onderzoek verricht naar de criminaliteit van allochtone jongeren, stelt dat de wetten goed genoeg zijn. Ze moeten alleen cultureel competent worden toegepast. In de zaal namen ca. 40 deelnemers van alle mogelijke pluimage deel aan een geanimeerd debat.

Daar waar Talhaoui pleit voor afzonderlijke maatregelen, instellingen en structuren voor de allochtone jongeren, wil Komen een niet-etnische aanpak. Zij is tégen de idee om Marokkanen alternatieve straffen te laten uitvoeren in moskeeën of in de eigen jeugdclubs, en tegen de ‘pedagogische tik’ waarmee de allochtone ouders hun kroost in het gareel moeten kunnen houden. Een apart beleid, extra geld en wetswijzigingen zijn in haar ogen voor niks nodig.

"Moet die allochtone jeugdrechter de wetten dan anders toepassen?"

Komen adviseert om naar de probleemgezinnen te gaan en er de slechte opvoedingspatronen te doorbreken. Daarbij moet de jeugdbescherming achter haar bureautafel vandaan komen en naar de probleemwijken gaan. “Richt de hulp op alle gezinsleden en betrek er de gespecialiseerde hulpverleners bij. Maar het belangrijkste is dat je de jonge crimineel als individu benadert, en niet als Marokkaan of Turk”.

Ook uit de zaal kwam tegengas uit politieke hoek: Talhaoui’s volks- en kartelgenote Mimount Boussakla (SP.A) had zichzelf uitgenodigd op de studiedag en zorgde voor enkele gevatte tussenkomsten. “Vertegenwoordiging van allochtonen in de instellingen en structuren (Talhaoui beklaagde zich erover dat er geen allochtone magistraten zijn) lost de problemen niet op. Moeten die mensen de wetten dan anders toepassen, misschien? Het basisprobleem is het verschil in opvoeding bij de jongens en de meisjes. De jongens worden vrijer gelaten, dus kunnen ze zich niet hechten aan een positief rolmodel”.

"In Everberg leerde ik dweilen"

Ook Mieke Komen stelt vast dat criminele allochtonen meestal uit slechte buurten komen met veel geweldcriminaliteit en uit gezinnen waar ouders en kinderen niet met elkaar onderhandelen, zoals in een moderne familie, maar waar nog een echte bevelstructuur heerst. “De jongens uit die gezinnen hebben vaak een laag probleemoplossend vermogen en omdat ze - in tegenstelling tot de meisjes - ook vrijer worden gelaten, kunnen ze zich niet hechten aan een positief rolmodel. Vader is vaak van huis weg of reageert nog klassiek bazig. Dit soort jongens dreigt zich dan te identificeren met de strijd van de Palestijnen, met Parijse oproerkraaiers of met een religie die ze zelf samenstellen. Deze jongens grijpen bij een geschil naar geweld".

Verder zat in het panel commissaris Gunther Steegmans van de Cel Jongerencriminaliteit. “De Wet op de Jeugdbescherming is veertig jaar oud", stelde hij vast. "Als instrumenten hebben we een hele reeks maatregelen gaande van plaatsing in een ‘jeugdgevangenis’ tot een bolwassing. Alleen al in Antwerpen arresteren we gemiddeld zo’n 450 minderjarigen per jaar. In Everberg en Mol is er geen plaats in de herberg. Overigens heeft plaatsing maar zin wanneer ze er kunnen verbeteren. Ik vroeg een jongen die drie maanden Everberg achter de rug had of hij er iets had bijgeleerd. ‘Ja. Dweilen’, was het antwoord”.

Dan blijft er alleen het huisarrest over. “Dat is een prachtig initiatief, maar werkt niet in de praktijk. We kunnen ze niet eens van de straat houden, laat staan ze (her)opvoeden. Er moet korter op de bal worden gespeeld en de andere gezinsleden moeten bij de remediëring betrokken worden”, is de repliek van Boussakla.

Mieke Komen: “Een tijdelijk probleem bij de tweede en derde generatie”

“Als twee groepen meer op elkaar beginnen lijken, dan nemen de geschillen tijdelijk toe en groeit ook tijdelijk de criminaliteit tussen die groepen, het gevoel gediscrimineerd te zijn én het verzet daartegen. Dat wijst de geschiedenis van alle emancipatiebewegingen (vrouwen, arbeiders, homo’s) uit”. Dat is één van de opmerkelijke conclusies van een studie van Mieke Komen aan de Universiteit van Utrecht. "Criminaliteit ontstaat door een reeks factoren die allemaal samen de kans op misdadigheid vergroten. Er is een genetische factor (jongens zijn crimineler dan meisjes), er kan een laag IQ zijn of het ADHD-syndroom, maar ook kansarmoede en ongunstige rolmodellen, net als voortdurende discriminatie. Men moet op al die factoren tegelijk inspelen."

Een andere opvallende conclusie van Komen is dat er – alvast bij onze Noorderburen - minder criminaliteit is bij Turken dan bij Marokkanen omdat Turken daar minder sociaal-cultureel geïntegreerd zijn dan Marokkanen. Ze leven meer volgens hun eigen normen. Overigens zou de toegenomen criminaliteit van allochtone jongeren slechts een tijdelijk fenomeen zijn van de tweede en derde generatie zou. Vraag is of Komen er rekening mee houdt dat er bij haar Zuiderburen elk jaar enkele duizenden nieuwe allochtonen van de eerste generatie bijkomen: zij komen volkomen legaal het land binnen dankzij een combinatie van de naturalisatie-zonder-integratie met het recht op gezinshereniging.

Mieke Komen is niet tegen jeugdgevangenissen. "Wie geweld pleegt, moet worden opgesloten, maar er moet iets goeds mee worden gedaan. Maak van de gelegenheid gebruik om ze een degelijk vak aan te leren. Dat gebeurt nu sowieso al veel te weinig. In onze samenleving krijgen kinderen uit de hogere klassen het beste onderwijs, terwijl het beste en meest intensieve onderwijs net naar die allochtone criminelen zou moeten gaan. Naarmate die jongeren meer werk hebben, zal de criminaliteit weer dalen."

Fauzaya Talhaoui: "We wachten nog altijd op allochtonen bij het parket?"

"Terwijl zoveel Marokkaanse jongeren in Mol zitten, moeten we nog altijd wachten op de eerste allochtone parketmagistraat of de eerste allochtone jeugdrechter", zegt Fauzaya Talhaoui. "Uit het onderzoek van Mieke Komen blijkt nu net dat allochtonen in Nederland voor precies dezelfde geweldsfeiten met dezelfde zwaarte 53 dagen meer opgesloten worden dan autochtonen. Dat komt door onbegrip bij de rapportage door maatschappelijk assistenten. Bij ons is het niet anders. Om dat begrip te verhogen, zijn zeker meer allochtonen in al deze diensten nodig. Maar waar blijft de eerste allochtone maatschappelijk assistent bij de jeugdrechtbank? Waar blijven de allochtone opvoeders in Mol? Ik ken ze niet en het wordt wel hoog tijd dat ze er komen."

Wat Talhaoui naar eigen zeggen niet wist: Mol had ooit een allochtone opvoedster. Op 3 oktober jl. kreeg Malika B. van de Antwerpse strafrechter opschorting van straf ipv één jaar cel. Volgens de speurders vormde ze de verbinding tussen de leden van de ‘apothekersbende’ binnen en buiten de instelling. Zij zou drugs en brieven hebben doorgegeven. En toen één overvaller wist te ontsnappen, zou Malika hem onderdak bij haar thuis hebben verschaft. Maar de rechter achtte niet bewezen dat de stagedoende opvoedster deel uitmaakte van de bende, maar wél dat ze wist dat een jongere die ze onderdak verschafte ontsnapt was uit ’de Hutten’. Het kopstuk van de bende kreeg vijf jaar cel (twee daarvan met uitstel) en een kompaan 30 maanden (18 effectief).

Auteur: Jan Heuvelmans
www.pagia.be

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons