Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Vorst in België: ceremoniemeester of machtswellusteling?

Het Belgische koningshuis en de grondwet

1831

Nadat Leopold van Saksen Coburg Gotha de Griekse troon weigert, krijgt hij ook de gloednieuwe Belgische kroon aangeboden. Die aanvaardt hij wel, waardoor België de internationale erkenning krijgt waarnaar het land zo had gesnakt. In

de eerste Belgische grondwet wordt meteen ook vastgelegd dat het een constitutionele monarchie betreft. Een constitutionele monarchie impliceert een duidelijke afbakening van de rechten en plichten van een vorst door de publicatie in de grondwet.

Leopold II

Dat Leopold II heel wat aan zijn laars lapte, slaat niemand meer met verstomming. Hij maakte van elk aspect van de grondwet gebruik om toch te bekomen wat hij wilde. Zo slaagde hij erin om het artikel inzake de personele unie te omzeilen. Het artikel bepaalt dat de vorst van België enkel en alleen koning kan zijn van zijn land en dus geen vorstelijke ambten kan cumuleren. Maar door een 2/3 te behalen bij een parlementaire stemming, verleende de assemblee de vorst toch de toestemming om de scepter te zwaaien over Kongo.

Leopold III

De grootste druk, sinds het ontstaan van de Belgische monarchie, kwam er tijdens de koningskwestie. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog weigerde de koning de regering Pierlot-Spaak te volgen naar het buitenland. Na de onvoorwaardelijke capitulatie stelde de regering in ballingschap de onmogelijkheid tot regeren vast bij de vorst. Leopold I werd toen al als krijgsgevangene vastgehouden in het kasteel van Laken.

Na de overgave van het nazistische Duitsland moesten de Belgische burgers naar de stembus trekken. De inzet was het opheffen van de onmogelijkheid tot regeren van de koning. Vlaanderen verklaarde zich akkoord en Wallonië verwierp met een grote meerderheid het voorstel dat op tafel lag. Stakingen en onlusten staken de kop op. Leopolds zoon, Boudewijn, bleek de oplossing te zijn. Op 17 juli 1951 volgde hij zijn vader op nadat hij troonsafstand had gedaan.

Boudewijn I

Hoewel hij op handen gedragen werd door het volk, is dit niet de meest onbesproken vorst als het op politiek aan komt. Zijn naam wordt zelfs genoemd in de smerige moord op Kongolese activist Patrice Lumumba. Insiders beweren dat de koning weet had van de intenties van de Amerikaanse inlichtingendienst.

De zaak waar de naam van Koning Boudewijn altijd aan verbonden zal zijn, is de omstreden abortuswet. De vorst weigerde de wet te ondertekenen omdat dit in strijd was met zijn persoonlijke overtuiging. Hij vroeg de politieke wereld een oplossing te zoeken. De toenmalige premier Wilfried Martens kwam met de oplossing aandraven. Door de koning tijdelijk –voor 24u- in de onmogelijkheid tot regeren te verklaren, kon de voltallige regering de wet ondertekenen. Zo werd de vorst buitenspel gezet en kon het politieke schouwspel hervat worden.

macht van koningshuis

constitutioneel bepaald

Tot op de dag van vandaag wordt in de grondwet gestipuleerd wat de koning kan en mag doen in het huidige politieke bestel. Hoewel zijn taak bestaat uit talrijke punten valt het voornamelijk op dat dit steeds geruggensteund dient te worden door een parlementaire meerderheid. De autonome macht van een vorst wordt dus al in heel wat artikels enigszins aan banden gelegd.

Zo stelt artikel 96 dat ‘De Koning benoemt en ontslaat zijn ministers’ maar wordt verder vernauwd door het suffix dat daarbij een meerderheid in de kamer nodig is. Artikel 102 zegt dan weer dat de koning geen bevel kan geven tot het ontheffen van een ministeriële verantwoordelijkheid. Ook artikel 106 waarin bepaald wordt dat ‘Geen akte van de Koning kan gevolg hebben, wanneer zij niet meeondertekend is door een minister, die daardoor alleen reeds, ervoor verantwoordelijk wordt.’ Waarbij dus steeds sprake is van een ministeriële verantwoordelijkheid.

De onbekwaamheid en de onverantwoordelijkheid om alleen te handelen zijn vandaag al een ernstige beknotting van de bewegingsvrijheid van de vorst. Daardoor wordt vermeden dat er mogelijks een potentaat aan de macht komt, die zonder enige democratische steun de touwtjes in handen heeft.

bespeling publieke opinie

Doorheen de eeuwen vond het koningshuis een brede aanhang onder het volk. De populariteit nam evenredig toe met de roep om een republiek. Zowel de monarchisten als de republikeinen beschouwen respectievelijk het behoud en het verdwijnen van het koningshuis als elementaire kwestie voor de uitbouw van hun idealistische staat.

Langzaam aan besefte ook het hof hoe belangrijk het was om de bevolking op zijn hand te krijgen. Charmeoffensieven ten spijt wordt de roep om het koningshuis te laten inbinden alsmaar sterker. Het steeds breder wordend draagvlak voor de ceremoniële monarchie wordt een ernstig obstakel voor de toekomst van de monarchie in België.

Jacques Van Ypersele de Strihou

Een niet onbelangrijke machtsfactor zou de kabinetschef van de koning zijn. Let wel, ‘zou’. Helemaal uitgeklaard is zijn rol niet. Wel gaat de man elke dag op audiëntie bij de vorst en neemt hij zijn politieke agenda waar. Jacques Van Ypersele de Strihou was al de kabinetschef van koning Boudewijn en is dit ook gebleven toen zijn broer Albert II aan de macht kwam.

In 2001 verscheen een boek van de hand van Gui Polspoel en Pol Vanden Driessche waarin de rol van Van Yp van naderbij bekeken wordt. De man zou persoonlijke macht hebben op het politieke bewind, ook in deze paarse regering. Naar aangenomen wordt regelt hij zaken voor het Hof, die anders politiek onaangetast zouden blijven.

senaatszetels koningskinderen

Hoewel de koningskinderen recht hebben op een senaatszetel, is die er ook deze keer maar voor de vorm. Als lid van de senaat mogen ze wel mee debatteren én hun stem laten gelden. Maar algemeen aanvaard is dat ze dat beter niet doen om controversiële uitspraken te vermijden. De koningskinderen houden zich dan ook vaak ver weg van de politieke poel. Slechts zelden woont een van hen een zitting bij.

Recente pijnpunten

Prins Filip in Story

Eind 2004 trekt Prins Filip op handelsmissie naar China. Voor de Belgische economie een erg belangrijke trip. Verschillende firma’s halen vette contracten binnen, maar de Vlaamse media concentreren zich vooral op een boude uitspraak van onze kroonprins.

In een interview met het blad Story laat de kroonprins zich laatdunkend uit over het Vlaams Belang. Volgens Prins Filip stelt die partij niet veel voor. Bij wet is het de kroonprins niet verboden om dergelijke uitspraken te doen, maar opnieuw is het gangbare stijl om geen politieke uitlatingen te doen. Het Vlaams Belang vindt het ontamelijk van de prins. Volgens de partij zou hij boven de partijpolitiek moeten staan. Koren op de molen van de republikeinen.

Ondertekening VBO

Opnieuw staat de kroonprins in het oog van de storm. In februari 2005 plaatst prins Filip zijn handtekening onder een VBO-eis. Daarin staat te lezen dat het VBO zich niet akkoord verklaart met de regering. Volgens het VBO moet paars meer werk maken van werk. Door dit document te ondertekenen, verklaart de kroonprins zich akkoord met de eis en kant zich daarmee rechtstreeks tegen de regering. Opnieuw een politieke daad op het conto van de prins Filip. Zowel het Vlaams Belang als de federale oppositiepartij CD&V stellen de capaciteiten in vraag van onze toekomstige vorst.

Ook premier Verhofstadt liet zich niet onbetuigd in de daaropvolgende polemiek. Hij tikte de kroonprins openlijk op zijn vingers door te verklaren dat hij zich het best ver weg van het politiek gewoel houdt. Zo vertelde hij prins Filip dat de politieke neutraliteit de beste verzekering is voor de constitutionele monarchie.

Omfloerst separatisme

De laatste uitschuiver was er dan weer een van de vorst zelf. In zijn nieuwjaarstoespraak voor de gestelde lichamen vond de vorst het opportuun om de hoogwaardigheidsbekleders en burgers te waarschuwen voor het separatisme. De oplossing voor economische problemen zou volgens de vorst niet liggen in de splitsing van ons land. Premier Verhofstadt dekte deze speech door er zich akkoord mee te verklaren in een persoonlijk overleg met de koning. En dit opnieuw in overeenstemming met de grondwet inzake de onverantwoordelijkheid van de koning.

Voor- en tegenstanders

Vooreerst kan vastgesteld worden dat het koningshuis kleurt binnen de wettelijk aangegeven lijnen. Er kan enkel melding gemaakt worden van een hoogst inconsequent gedrag van de politieke verantwoordelijken. Daar waar premier Verhofstadt prins Filip nog een standje gaf, dekt en ondersteunt hij nu de vorst in zijn pleidooi. Deze foute afbakeningen van rechten en plichten is voor de republikeinen een indicatie van het gewin die we met zijn allen zouden hebben bij een ceremoniële monarchie.

Vlaams-nationalisten

Voorop staan uiteraard de Vlaams-nationale partijen die al langer dan vandaag pleiten voor een herziening van de rol van de vorst. Zowel N-VA als het Vlaams Belang willen de monarchie op termijn zien verdwijnen. N-VA heeft de oprichting gevraagd van een cel binnen de commissie grondwetsherzieningen om zo een open debat te starten over de rol van de koning. Daarnaast vraagt de Nieuw-Vlaamse Alliantie een herziening van de artikels van de grondwet waarin de macht van de koning wordt bepaald.

Volgens het Vlaams Belang staat het nu vast dat de koning niet gewoon een passieve lintjesknipper is maar een pion in het spel tegen de Vlaamse onafhankelijkheid en tegen het Vlaams Belang als politieke partij. Wat het Vlaams Belang wel wil is niet geheel duidelijk. Op langere termijn hopen ze er in elk geval op om de monarchie totaal af te schaffen.

Andere partijen

Ook in andere partijen, inclusief regeringspartijen zijn republikeinen actief. Niet in het minst binnen de VLD, waar een groot aantal VU-dissidenten onderdak hebben gevonden, verheffen de anti-royalisten hun stem. Personen als Patrick Vankrunkelsven, Fons Borginon en Jean-Marie Dedecker scharen zich achter de protocollaire rol van de koning. De VLD heeft zelfs op zijn congres een eensgezindheid hierover bereikt. Een eensgezindheid voor de vorm wel te verstaan, want het is algemeen geweten dat de kamervoorzitter, Herman De Croo, op goede voet leeft met het vorstenhuis.

Maar ook kartelpartners CD&V en N-VA zitten op een andere lijn in dit dossier. De Vlaamse minister-president verklaarde tevreden te zijn met de rol die de koning momenteel uitoefent en ziet geen noodzaak om deze te wijzigen. Maar toch is Yves Leterme het niet eens met het standpunt van de vorst. Daarover zei hij onlangs nog het volgende : ,,Wie pleit voor een institutioneel status quo, doet de welvaart en het welzijn van de mensen meer kwaad dan goed. Wij aanvaarden dit status quo niet.''

Toekomstvisie

Naar Zweeds model

Zweden is een van de oudste monarchieën ter wereld. Al in de tiende eeuw werden vorstennamen opgetekend. De macht van de vorst was voornamelijk een militaire macht die hij verleende aan zijn status van koning. Pas halfweg de 19de eeuw begon het politieke bestel te knagen aan dat gezag. Bij de invoering van het tweekamerstelsel in 1866 kreeg het parlement veruit het meeste zeggenschap naar zich toe geschoven.

In 1907, na de kroning van Gustav V, werd de vraag opgeworpen of het aan de premier of aan de vorst was om het land te leiden. Deze vraag gaf geen uitsluitsel over het verloop van de toekomst maar de toon was gezet. Na de liberale overwinning van 1917 was het hek van de dam. Door een reeks van amendementen werd de macht van het vorstenhuis nog verder ingeperkt.

Onder Gustav VI kreeg het koningschap enkel nog een ceremoniële functie aangemeten. De grondwet, stammende uit 1809, werd aangepast en de taken van de vorst werden flink beknot. Vanaf 1975 is het Zweedse koningschap vooral ingesteld op het vervullen van protocollaire taken.

Elke voorstander van de inperking van de monarchistische macht is het er over eens. Er moet gestreefd worden naar een Zweeds model. In dit model is het zo dat de vorst enkel nog een protocollaire functie uitoefent en geen grondwettelijke macht meer heeft.



Redactie: PieterJan Viaene

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons