Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

De Vlaamse overheid: bevoegdheden, instellingen & kiessysteem

Bevoegdheden

Bij de vorming van de gemeenschappen en gewesten heeft BelgiŽ een aantal van zijn bevoegdheden afgestaan aan niveaus die evenwaardig zijn aan het federale niveau. In Vlaanderen oefent de Vlaamse overheid sinds 1980 de bevoegdheden uit van zowel het Vlaams Gewest als de Vlaamse Gemeenschap. Die overheid bestaat uit het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (met een ambtenarenkorps van ongeveer 11.000) en de Vlaamse openbare instellingen (o.a. VRT, De Lijn, VDAB, SERV, enz).

De bevoegdheden op een rijtje:

  • Taalgebruik, waaronder toezicht op het taalgebruik in bestuurszaken, onderwijs en arbeidsbetrekkingen.
  • Cultuur, waaronder kunsten, bescherming van het cultureel erfgoed, musea, bibliotheken, media, sport en openluchtrecreatie, toerisme.
  • Onderwijs: alle aspecten van het onderwijs, behalve de pensioenregeling van het onderwijspersoneel, het begin en het einde van de leerplicht en de minimale voorwaarden voor het uitreiken van diploma's.
  • Gezondheidszorg, waaronder ondersteuning en kwaliteitsbewaking van de ziekenhuizen, preventieve gezondheidszorg, thuiszorg, rustoorden en geestelijke gezondheidszorg
  • Bijstand aan personen, waaronder jeugdbescherming, jeugdbeleid, gezinsbeleid en kinderopvang, bejaarden- en gehandicaptenbeleid, het gelijkekansenbeleid en de integratie van migranten.
  • Ruimtelijke ordening: ruimtelijke plannen, bouwvergunningen, aanleg van industriezones, stadsvernieuwing, bescherming van monumenten en landschappen.
  • Leefmilieu: bescherming van het leefmilieu, afvalstoffenbeleid, toezicht op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven.
  • Waterbeleid: productie en distributie van drinkwater, zuivering van afvalwater, riolering.
  • Landinrichting en natuurbehoud: waaronder ruilverkaveling, natuurbescherming, parken en bossen, jacht en visvangst.
  • Landbouw en zeevisserij : ondersteuning van de land- en tuinbouwbedrijven, promotie van land- en tuinbouwproducten.
  • Huisvesting: sociale woningbouw en huisvestingspremies.
  • Economie: economisch overheidsinitiatief, steun aan bedrijven en buitenlandse handel.
  • Energiebeleid: distributie van elektriciteit en aardgas, bevordering van rationeel energiegebruik.
  • Gemeenten, provincies en intercommunales, waaronder de toewijzing van financiŽle middelen aan de 308 Vlaamse steden en gemeenten en de vijf Vlaamse provincies, en het administratief toezicht op die gemeenten en provincies
  • Tewerkstelling: arbeidsbemiddeling en speciale werkgelegenheidsprogramma's.
  • Openbare werken en vervoer, waaronder de aanleg en onderhoud van wegen, zeehavens, bevaarbare waterlopen en de regionale luchthavens van Antwerpen en Oostende, stads- en streekvervoer.
  • Wetenschappelijk onderzoek: onderzoek over alles wat tot de Vlaamse bevoegdheden behoort (inzake zowel gemeenschaps- als gewestaangelegenheden).
  • Internationale aangelegenheden: met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor Vlaanderen bevoegd is (met andere woorden voor alle hierboven opgesomde gemeenschaps- en gewestaangelegenheden), kan het met andere staten of deelstaten internationale verdragen sluiten. Recent verwierf Vlaanderen ook bevoegdheden over ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse handel (met uitzondering van handelsmissies van de koninklijke familie).

Het Vlaams Parlement

Het Vlaams parlement is de wetgevende macht binnen de Vlaamse overheid. Het is verantwoordelijk voor de uitvaardiging van decreten (= Vlaamse wetten met dezelfde rechtskracht als de federale wetten), de controle op de Vlaamse regering en de goedkeuring van de Vlaamse begroting. Dit wordt ook wel de drieledige opdracht van het parlement genoemd. Als ťťn van de zes parlementen van BelgiŽ heeft het een afgebakend toepassingsgebied: decreten inzake onderwijs, cultuur en persoonsgebonden aangelegenheden gelden voor de ganse Vlaamse Gemeenschap (Vlaanderen en de Vlaamse Brusselaars), de overige alleen voor het Vlaams Gewest. Het parlement vaardigt 10 Vlaamse parlementsleden af naar de Senaat als gemeenschapssenator, zij vertegenwoordigen de Vlaamse deelstaat op het federale niveau.
Het hoogste orgaan van het Vlaams parlement is de plenaire vergadering. Die bestaat uit de 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers. Ook de ministers van de Vlaamse regering nemen deel aan de plenaire vergadering, zij hebben spreek- maar geen stemrecht. De vergadering wordt bijeengeroepen en voorgezeten door de parlementsvoorzitter. De agenda wordt voorbereid door het Uitgebreid Bureau (= de parlementsvoorzitter, ondervoorzitters, secretarissen en de fractievoorzitters). Het Bureau zelf (zonder de fractievoorzitters) staat in voor het dagelijkse administratieve en financiŽle bestuur en personeelsaangelegenheden. Het wordt bij het begin van elk zittingsjaar verkozen.

De belangrijkste, wetgevende taak bestaat in het goedkeuren, veranderen of afwijzen van decreten. Zowel de Vlaamse Volksvertegenwoordigers als de Vlaamse regering kunnen het initiatief nemen voor een nieuw decreet. Men spreekt dan respectievelijk over een voorstel van decreet en een ontwerp van decreet. Een voorstel of ontwerp wordt eerst besproken in de bevoegde commissie (tenzij het parlement beslist over te gaan tot een spoedbehandeling waarbij het onmiddellijk besproken wordt in de plenaire vergadering). In de commissie krijgen de Vlaamse Volksvertegenwoordigers de kans het voorstel/ontwerp te amenderen (= veranderingen aanbrengen in de tekst). Als de (geamendeerde) tekst aangenomen wordt door de commissie dan gaat het voorstel/ontwerp naar de plenaire vergadering (in geval van verwerping kan de indiener toch verzoeken dat de plenaire vergadering de tekst behandelt). Ook daar kan het geamendeerd worden en kan er tevens een advies van de Raad van State of het Arbitragehof gevraagd worden. Als de plenaire vergadering de definitieve tekst goedkeurt, wordt het voorstel/ontwerp naar de Vlaamse regering gestuurd ter bekrachtiging en afkondiging. Pas dan is het een decreet. Alle goedgekeurde decreten worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De tweede belangrijke opdracht van het parlement is het controleren van de Vlaamse regering. Het parlement heeft de macht om Vlaamse ministers te benoemen en te ontslaan. De Vlaamse regering legt bij het begin van het parlementaire jaar een regeringsverklaring voor aan het parlement (de septemberverklaring) waarin ze de krachtlijnen van haar beleid uiteenzet. Als een meerderheid van de Vlaamse volksvertegenwoordigers deze goedkeurt (ďhet vertrouwen geeftĒ) kan de regering beginnen aan de uitvoering van haar programma. Binnen de zes maanden na het aantreden dienen alle Vlaamse ministers hun beleidsnota in bij het parlement waarin ze hun lange termijnvisie aangeven en hoe ze het regeerakkoord zullen uitvoeren. In de jaarlijkse beleidsbrieven bericht de regering van haar concrete beleidsmaatregelen en hoe ze deze hebben afgestemd op de richtlijnen van het Vlaams parlement. Het parlement controleert of de regering haar werk naar behoren en in overeenstemming met het haar programma doet. Daarvoor beschikt ze over een waaier van controlemogelijkheden: interpellaties, schriftelijke vragen, hoorzittingen, enz. In het uiterste geval kan de plenaire vergadering overgaan tot een motie van wantrouwen. Als die gestemd wordt is de regering of de minister(s) waarin geen vertrouwen meer is, van rechtswege ontslagen.

Een derde, belangrijke bevoegdheid is het goedkeuren van de begroting die de Vlaamse regering de financiŽle middelen ter beschikking stelt om haar beleid uit te voeren. Jaarlijks beslist de plenaire vergadering over de begroting door middel van twee ontwerpen van decreet. Het eerste ontwerp is het ontwerp van decreet betreffende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap: dat bevat de schatting van de ontvangsten van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest voor het volgende jaar. Het tweede ontwerp is het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap waarin de schatting van de uitgaven van het volgende jaar staat. Als het Vlaams parlement het ontwerp van middelenbegroting goedkeurt, dan mag de Vlaamse regering de ontvangsten die ze geschat heeft, ook echt innen. Als de algemene uitgavenbegroting wordt goedgekeurd, dan mag de Vlaamse regering de uitgaven die daarin werden gepland, uitvoeren. De ontwerpen van decreet die instaan tot de uitvoering van de begroting worden doorgaans gebundeld in een programmadecreet. Voor de financiering van haar activiteiten is de Vlaamse regering nog steeds in grote mate afhankelijke van haar federale partner. Wel kan de regering beschikken over een aantal gewestbelastingen zoals registratierechten, successierechten, verkeersbelastingen, enz.

De Vlaamse Regering

De Vlaamse regering staat aan het hoofd van de uitvoerende macht en is samengesteld uit de Vlaamse ministers, de kabinetten en het ambtenarenkorps. De ministers zijn meestal (maar niet noodzakelijk) leden van het Vlaams parlement. De regering mag ten hoogste bestaan uit 11 leden waarvan er ten minste ťťn lid woonachtig te Brussel moet zijn. Ze leggen de eed af in handen van de parlementsvoorzitter. De minister-president (=hoofd van de Vlaamse regering, vergelijkbaar met de federale eerste minister) legt tevens de eed af in handen van de koning.

De regering moet de decreten van het Vlaams Parlement uitvoeren en staat in voor het dagelijks bestuur van Vlaanderen. Ze doet daarvoor een beroep op de Vlaamse overheidsadministratie. In plaats van per bevoegdheid een apart ministerie te installeren, heeft de Vlaamse overheid haar volledige administratie ondergebracht in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Dat ministerie is op zich opgedeeld in departementen. Iedere minister beschikt tevens over een kabinet. Dat zorgt voor de uitwerking van het beleid en inhoudelijke ondersteuning.

Het kiessysteem

Actief kiesrecht
Elke Belg die aan de volgende voorwaarden voldoet, heeft opkomstplicht bij alle verkiezingen:

  • minstens 18 jaar zijn,
  • ingeschreven staan in het bevolkingsregister van een Belgische gemeente,
  • de burgerlijke en politieke rechten genieten (= niet veroordeeld zijn wegens hoogverraad of tot minstens 5 jaar opsluiting).

Verkiesbaarheidvoorwaarden
Om tot Vlaams volksvertegenwoordiger verkozen te kunnen worden moet men:

  • Belg zijn,
  • ten minste 18 jaar zijn,
  • woonachtig zijn in BelgiŽ,
  • de burgerlijke en politieke rechten genieten.

Provinciale kieskringen en zetelverdeling
Voor de verkiezingen wordt Vlaanderen verdeeld in kieskringen. Die verdeling komt overeen met de provinciegrenzen. Hoeveel parlementsleden elke kieskring mag afvaardigen, is afhankelijk van het aantal inwoners: Brussels Hoofdstedelijk Gewest (6), Antwerpen (33), Limburg (16), Oost-Vlaanderen (27), Vlaams-Brabant (20), West-Vlaanderen (22).

Evenredige vertegenwoordiging
De parlementszetels worden na de verkiezingen verdeeld onder de verschillende partijen op basis van het aantal stemmen (in tegenstelling tot het meerderheidsstelsel waarbij de grootste partij per provincie of kanton alle zetels krijgt).

De kiesdrempel
Het minimumpercentage stemmen dat een partij moet behalen in een (provinciale) kieskring om parlementszetels te behalen. Met de kieshervorming werd er in Vlaanderen een kiesdrempel van 5 procent ingevoerd.

De kieslijsten: effectieven en opvolgers
Een kieslijst kan onderverdeeld worden in drie delen: de lijststem, effectieven en opvolgers. Met een lijststem verklaart een kiezer dat hij akkoord is met de volgorde van de kandidaten. De lijststemmen worden bij de telling verdeeld over de individuele kandidaten te beginnen bij de bovenste. Ingevolge de kieswet van 2000 wordt nog maar de helft van de lijststemmen verdeeld over de kandidaten Met een naamstem voor ťťn of meerdere effectieven of opvolgers duidt de kiezer zijn voorkeur aan. Als een verkozene (altijd effectieven) besluit niet te zetelen in het parlement wordt zijn/haar plaats ingenomen door de opvolger met de meeste stemmen. Met de vernieuwde kieswet werd de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de lijsten geregeld. Er moeten evenveel vrouwen als mannen op een lijst staan en de eerste 3 kandidaten mogen niet allemaal van hetzelfde geslacht zijn.

Sperperiode
De verkiezingscampagne begint officieel drie maanden voor de verkiezingen. Tegelijkertijd gaat er een sperperiode in. Tijdens die periode is het campagnevoeren strikt gereglementeerd. Zo mogen de partijen slechts een beperkt, bij wet vastgelegd, bedrag gebruiken voor hun campagnes. Gadgets en geschenken uitdelen zijn verboden. Evenals allerlei telefoon- en commerciŽle campagnes en affiches groter dan 4m≤. Toezicht op de naleving van deze regels wordt gehouden door de Vlaamse controlecommissie voor verkiezingsuitgaven.

Redactie: Nick Roskams

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons