Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Plamegate: nieuwe opdoffer voor Amerikaanse president

"The British government has learned that Saddam Hussein recently sought significant quantities of uranium from Africa." Zestien woorden die stilaan deel gaan uitmaken van de Amerikaanse geschiedenis. Het zinnetje kwam voor in de jaarlijkse beleidsverklaring van de Amerikaanse president George W. Bush. In 2003 verklaarde hij in de State of the Union dat het bewezen was dat Saddam Hoessein intensief de wereld afspeurde op zoek naar uranium voor de befaamde massavernietigingswapens (weapons of mass destruction). Op het moment dat Bush dit bericht de wereld instuurde, waren er redenen om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van deze bewering.

In 2002 had de CIA een afgevaardigde naar Niger gestuurd om te onderzoeken of de Irakezen er hadden geprobeerd uranium te kopen. Joseph Wilson stelde bij terugkomst een lijvig rapport op. Daarin was hij erg duidelijk: Saddam Hoessein heeft geen uranium proberen te kopen in Niger. Bush legde het rapport naast zich neer en sprak bovenstaande zin toch uit tijdens zijn beleidsverklaring. De Britse overheid had Italiaanse documenten van de geheime dienst in hun bezit waarin stond vermeld dat er toch pogingen tot aankoop ondernomen waren. Bush legde het rapport van zijn eigen diensten naast zich neer en vertrouwde enkel het Italiaanse rapport.

Wilson ontkracht onmiddellijk wat door de president wordt verteld. Pas na het begin van de oorlog in Irak ontdekken de Amerikaanse media het Wilson-rapport. Zijn naam wordt niet genoemd in het bewuste artikel. Wilson wordt pas gekend wanneer hij op 6 juli 2003 een opiniestuk publiceert in de New York Times. Daarin zegt hij dat de Amerikaanse overheid de Iraakse dreiging schromelijk heeft overdreven. De uitlatingen van Joe Wilson vallen niet in goede aarde bij de Republikeinse top, maar ze laten ogenschijnlijk getijen.

Enkele dagen na dit voorval wordt de identiteit van een CIA-agente openbaar gemaakt. Het is de 74-jarige Robert Novak die de stok in het hoenderhok gooit. Zo beweert hij in zijn column dat niet Wilson een CIA-agent is maar wel diens vrouw Valerie Plame. Daarmee overtreedt hij een Amerikaanse wet, het is immers niet toegelaten om de identiteit van een CIA-agent openbaar te maken. Enkele dagen later maakt ook Matthew Cooper van Time bekend dat Plame een agente is. Beide auteurs zijn getipt door dezelfde twee regeringsfunctionarissen. Ook Judith Miller van de NY Times werd benaderd door de twee personen, maar zij publiceerde er niets over. Omdat het bekend maken van de identiteit een zwaar misdrijf is in de Verenigde Staten, werd een speciaal onderzoeker aangesteld die het lek diende op te sporen. Miller en Cooper weigerden hun bronnen bekend te maken en beriepen zich op het bronnengeheim. De rechter oordeelde anders en veroordeelde beide journalisten wegens smaad aan het gerecht. Cooper kreeg van zijn bron toestemming om mee te werken en zodoende moest hij geen gevangenisstraf uitzitten. Miller moest echter wel de nor in, ondanks het feit dat ze nooit iets over de zaak gepubliceerd heeft.

Tijdens het onderzoek werd duidelijk dat de personen die de identiteit van Plame lekten, zo Wilson wilden treffen. Steeds vaker keerden in het onderzoek namen terug zoals die van Karl Rove en Lewis Libby, respectievelijk adviseurs van Bush en Cheney. Het net spant zich meer en meer rond de twee verdachten. Langzaam aan komt Lewis Libby in het oog van de storm terecht wanneer blijkt dat hij gelogen heeft. Onder ede zou Libby verklaard hebben dat hij Plames naam pas gehoord heeft eens die al bekend was in de media. Maar nader onderzoek toont aan dat Libby die naam al eerder heeft vernomen want ze zijn terug gevonden tussen notities van een gesprek met zijn directe baas, Dick Cheney. Die notities bewijzen echter nog niet onmiddellijk een directe betrokkenheid van Cheney maar zijn rechterhand, Lewis “Scooter” Libby was zeker wel op de hoogte. De Federal Grand Jury, een volksjury van 23 personen, heeft vijf aanklachten tegen de man geformuleerd. Twee rond meineed, twee aanklachten rond valse verklaringen en nog een aanklacht ontrent belemmering van de rechtsgang. Na het vernemen van de aanklachten nam de stafchef van Cheney ontslag. Van de politiek adviseur van Bush is geen spoor meer in de laatste berichtgeving.

Bush beleeft een annus horribilis. Slechts 35% van de stemgerechtigde Amerikaanse bevolking zou nog voor hun president kiezen. Maar liefst 55% zou zijn/haar stem geven aan de Democratische tegenkandidaat, ongeacht wie. Het zit de man echt niet mee. Zijn pensioenshervorming werd door de bevolking afgeschoten. Zijn reactie op Katrina liet voor veel Amerikanen te wensen over. En dan mislukt nog eens de benoeming van rechter Miers. Nu klappen ook nog eens ex-medewerkers van president Bush uit de biecht. Zo zou er volgens hen een schaduwkabinet bestaan dat op zoek ging naar zaken die een militaire ingreep konden verantwoorden. Het OSP, Office of Special Plans, werd opgericht door Donald Rumsfeld. Het zijn vooral de gekende haviken die er deel van uit maken. Een lid van de harde kern van het OSP zou niemand minder zijn dan Lewis Libby, voormalig stafhoofd van Cheney. De puzzel lijkt op zijn plaats te vallen.

Redactie: Pieterjan Viaene

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons