Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

De Europese welvaartstaat: Go West?

De welvaartsstaat heeft enorme uitdagingen in het vooruitzicht, zoals de vergrijzing en de toenemende globalisering. Hervormingen, waarbij men in het ene land al drastischere ingrepen doet dan in het andere, kunnen dan ook niet uitblijven,. Eén zaak lijkt echter niet ter discussie te staan: de Europese landen willen niet evolueren naar een “Amerikaans model”. Nochtans, volgens professor Neil Gilbert wordt Europa almaar Amerikaanser.

Neil Gilbert is professor Social Welfare aan de University of California. Hij erkent het beeld dat de sociale zekerheid in de VS een mager beestje is en dat vele Amerikanen aan hun lot worden overgelaten, maar wilt dit cliché toch relativeren. Men vergeet namelijk vaak de vele indirecte sociale uitgaven in de VS in rekening te brengen, wat de verschillen onterecht uitvergroot.

Tussen 1960 en 1980 was de sociale zekerheid een succesverhaal en kende ze een verdubbeling. Vanaf de jaren tachtig kwam ze echter steeds meer onder vuur te liggen. “In plaats van een oplossing werd ze meer en meer als een deel van het probleem beschouwt. De sociale zekerheid ondermijnde ondernemerschap, stokte de competitiviteit en verhoogde de nationale schuld,” aldus Gilbert.

4 wegwijzers naar een Angelsaksisch model

Het verzet van de politieke linkerzijde tegen een hervorming van de sociale zekerheid naar Angelsaksisch model is volgens Gilbert een verloren strijd. “Op de tien hervormingen in de sociale zekerheid zijn er negen die het Amerikaanse en Europese model dichter bij elkaar brengen. En veel van die maatregelen worden genomen door sociaal-democraten. Onmiskenbaar bewegen de linkse partijen in Europa naar rechts.”
Volgens de professor is dit gevolg van twee structurele en twee sociale ontwikkelingen:

1.Vergrijzing. De bevolkingspiramide is omgekeerd, en meer ouderen en minder jongeren betekenen stijgende pensioen- en uitgavenkosten. Deze evolutie maakt het onmogelijk om de sociale uitgaven nog verder uit te breiden en zal eerder het omgekeerde effect hebben.
2.Globalisering. Steeds meer bedrijven delokaliseren op zoek naar lagere loonkosten, met een stijgende werkloosheid en dito druk op welvaartsuitkeringen als gevolg. De zondebok van deze ontwikkeling is de sociale welvaartstaat met zijn hoge loonkosten.
3.Ouderwetse staat. Een overheidsgeleide economie heeft sinds de val van de muur al haar aanhangers verloren, zowel rechts als links stellen nu hun vertrouwen in de markt.
4.Sociale zekerheid als kaskoe. De burgers probeerden het systeem uit te buiten en maakten het zich zo comfortabel mogelijk in de hangmat van de sociale zekerheid. Professor Neil Gilbert geeft het voorbeeld van Nederland. “Als je de rest van je leven 80% van je hoogste salaris kan krijgen als uitkering voor arbeidsongeschiktheid en je hebt een vervelende baan, dan zou je wel eens plots een heel erge nekpijn kunnen ontwikkelen. Op een bepaald moment zat 20% van de arbeidskrachten in arbeidsongeschiktheid of ziekte. En dat was zo omdat het uitkeringsstelsel genereus en permissief was.”

Drie centrale klemtonen bij hervormingen

Volgens Gilbert wordt de sociale welvaarstaat overal in dezelfde richting gestuurd, waarbij drie ontwikkelingen overheersen.

1. Privatisering. “De VS staat het verst in deze ontwikkeling, maar hetzelfde gebeurt in Europa. Zweden was de goudstandaard voor de welvaartstaat. De overheid en niet de markt zorgde voor de mensen. Sterker nog, de overheid beschermde de mensen tegen de markt. Vandaag sluit de Zweedse overheid partnerships af met de privé-sector en heeft ze een gedeelte van het pensioensysteem geprivatiseerd.”
2.Nadruk op werk. De klemtoon op activering is de meest opvallende beweging, wat in België resulteerde in de geboorte van de “actieve welvaartstaat.” Volgens Neil Gilbert is de idee dat de sociale welvaartstaat moet zorgen voor sociale bescherming verleden tijd. “Vandaag, vooral in Europa, is sociale insluiting het kernbegrip. En dat wordt steeds vertaald als: vind een job. Als je vroeger arbeidsongeschikt was, kreeg je een cheque en daarmee was alles gezegd. Vandaag zal nagegaan worden of je misschien niet een andere job kan doen, al was het maar voor enkele uren per dag. Werklozen moeten activeringsplannen ondertekenen en in de pensioensector doet men er alles aan om de pensioenleeftijd te verhogen.”
3. Selectiviteit. Gilbert ziet een tendens van universaliteit naar selectiviteit. Waar vroeger universele rechten het fundament vormden van de klassieke welvaartstaat, zoals het principe dat iedereen recht heeft op een uitkering, ziet men tegenwoordig dat uitkeringen beperkt worden tot bepaalde groepen. De opvatting dat deze tendens beperkt is, is volgens Gilbert slechts schijn:”Veel selectiviteit wordt binnengebracht via de achterdeur. De fiscalisering van sociale uitkeringen zorgt er bijvoorbeeld voor dat armen hun uitkering behouden en rijkeren er een flink stuk van verliezen. De distributie blijft universeel, maar de consumptie is selectief.”

Twee opmerkelijke suggesties

1. Geen pensioen voor iedereen. “Vandaag is het pensioen een uitkering waar iedereen recht op heeft. Maar de huidige generatie ouderen laat voor het eerst in de geschiedenis een kolossaal bedrag aan rijkdom aan zijn kinderen. Wanneer ze sterven en die rijkdom overlaten aan hun kinderen, zullen die kinderen op dat moment zo’n 60 jaar zijn. Toen de sociale zekerheid werd ontworpen, waren bijna alle ouderen arm.
Een mogelijkheid is om pensioenuitkeringen boven een bepaald niveau te belasten, zoals in de VS reeds gebeurd, of pensioenuitkeringen te verminderen of te schrappen naargelang van het inkomen. “Universele uitkeringen zijn niet langer houdbaar. Het is de enige mogelijkheid om de arme ouderen te blijven onderhouden. De overheid moet zorgen voor de mensen die het moeilijk hebben, niet voor de mensen die voor zichzelf kunnen zorgen.
2. Meer vrouwen aan de haard. Via het verschaffen van kinderdagverblijven probeert men arbeid en gezin te harmoniseren. Maar deze politiek wordt bepaald door en voor mensen die volgens Gilbert “geen echte job hebben”, “mensen die van schrijven of spreken hun beroep hebben gemaakt.” De meeste andere jobs, mensen die van acht tot vijf in een fabriek of restaurant werken, zijn veel moeilijker te combineren met de arbeidsintensiteit die gepaard gaat met het opvoeden van kinderen. De trendbreuk in Finland en Noorwegen, waar mensen die hun kind thuishouden een thuiszorguitkering krijgen, is volgens Gilbert een stap in de goede richting. “Waarom zou je niet thuisblijven om voor je kinderen te zorgen? Als je pas op je 32ste op de arbeidsmarkt komt, heb je nog ruim 30 jaar om te werken. Misschien 5% van de jobs vereist dat je onmiddellijk na je studies begint te werken, maar met de bus rijden, kan je ook zes jaar later.”

De triomf van het kapitalisme

De principes van selectiviteit, privatisering en activering zullen in alle landen op een verschillende manier en in een verschillende graad toegepast worden volgens Gilbert. Maar naarmate de landen meer op elkaar gaan gelijken zullen ze hun kleine verschillen uitvergroten om de sociale cohesie te versterken. “Zo zal men zich in Europa blijven afzetten tegen het Angelsaksische model. De Scandinavische landen zullen hun eigen model hebben, net als Frankrijk en Duitsland en misschien enkele Oost-Europese landen. Maar als je de buitenste lagen van retoriek er afschilt, bereik je een gemeenschappelijke kern van marktgeoriënteerde sociale beleidsmaatregelen die in essentie de triomf van het kapitalisme inhouden.

Redactie: Bert Fraussen
Bron: Bron: Trends (24/05/05)

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons