Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Brussel-Halle-Vilvoorde: de commentaren

De beslissing van de federale regering om het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde voorlopig in de koelkast te stoppen heeft heel wat reacties uitgelokt. Politics.be brengt u een overzicht van de belangrijkste commentaren...

“Dat de B-H-V-saga voorlopig eindigt zonder akkoord, wekt weinig verwondering. Net zoals het een paar maanden geleden amper een verrassing mocht heten dat de federale regering geen oplossing kon bewerken voor het dossier-DHL. Het ging twee keer om aartsmoeilijke problemen, met complexe belangenafwegingen en conflicterende bevoegdheden. Vooraf een snel en goed resultaat beloven was dus in geen van de twee gevallen aangewezen.
De schade die de mislukking veroorzaakt, slaat voor de meeste burgers - zeker zij die niet rechtstreeks betrokken zijn - minder op de inhoud van de dossiers zelf dan op het hemelsbrede verschil tussen belofte en uitkomst. De delivery gap . Politici worden afgerekend op het verschil dat ligt tussen wat ze aankondigen en wat ze uiteindelijk kunnen leveren. Twee keer was de afrekening beschamend. In die omstandigheden doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is en beweren dat de regering, bevrijd van prutsproblemen, eindelijk breed de vleugels zal uitslaan, is simpelweg belachelijk.
Het tragische is dat dit debacle koren op de molen vormt voor diegenen die beweren dat er in België geen vreedzame en efficiënte samenwerking tussen noord en zuid mogelijk is. Het federale speelveld is weer eens versmald.”
Bart Sturtewagen (Adjunct-hoofdredacteur De Standaard)

“Een overwinning van Franstalig België? Ja, natuurlijk. Maar een overwinning zonder gemene trekjes, zonder arrogantie. Een nobele overwinning. Meer nog: een overwinning in een confrontatie die de Franstaligen nooit gewild hebben.
Want wat is er gebeurd de voorbije weken? Niets meer dan een hardnekkige strijd, constructief maar vastberaden, van alle Franstalige partijen tesamen om bepaalde Vlaamse strekkingen te verhinderen om het land met een tweederangsprobleem op te zadelen. Een probleem dat geen jobs brengt, geen welzijn, geen sociale vooruitgang, geen groei. Allemaal onderwerpen, kortom, die eigenlijk de agenda van de verschillende regeringen zouden moeten bepalen.
De Franstaligen hebben hebben nu drie keer nee gezegd tegen hun Vlaamse collega's. Waar het op neerkwam, was dit: ,,Niet om het even wat, niet om het even wanneer, niet om het even hoe en zeker niet tegen om het even welke prijs.”
U wilt de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde? Schrijf ze dan in een coherente regeringsagenda in, vooraf onderhandeld, en niet via een onrechtvaardig dictaat dat van Vlaanderen komt en van een partij die alleen maar aan haar eigen belang denkt - CD&V.
U wilt de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde? Wel, wij ruilen geen rechten meer in tegen harde munt. We ruilen rechten in tegen andere rechten. U wilt de grenzen van het land hertekenen? Dat gaat niet vanzelf, dat lukt alleen nog door de samenstelling van het hele land opnieuw te bekijken. En dat lukt zeker niet door van Brussel op slinkse wijze een enclave te maken of door het over een separatistische boeg te gooien zonder daar eerlijk voor uit te komen.
Wat nu overblijft, is dat Vlaanderen een ander beeld heeft gekregen van zijn Franstalige 'partner'. En dat is een troef, een historische troef die we niet zomaar te grabbel mogen gooien. “
Beatrice Delvaux (Hoofdredacteur Le Soir)

“De splitsing van BHV werd op diverse punten verkeerd ingeschat. In eerste instantie hebben de meeste politici (en de meeste journalisten) nogal blind de definitie gevolgd die de burgemeesters van Halle-Villvoorde van het probleem gegeven hebben. Hun stelling is dat het Grondwettelijk Hof de huidige indeling van de kieskringen in strijd acht met de grondwet, omdat de kieskring de indeling in taalgebieden niet respecteert. Dat is niet de stelling van het Hof, maar het klinkt wel goed en is heel makkelijk te duiden. Op die manier kon ook beweerd worden dat de splitsing van de kieskring een oplossing is die vanzelfsprekend volgt uit het arrest van het Hof. En iets wat vanzelfsprekend en normaal is, kan dan in principe eenvoudig opgelost worden.
Door de splitsing als een vanzelfsprekende toepassing van de grondwet voor te stellen, ging haast iedereen ook voorbij aan de reële inzet en betekenis van die kieskring. BHV is ongetwijfeld een anomalie, maar dan omdat het deel uitmaakt van het fundamentele compromis waarop vanaf de jaren zestig de Belgische federale staat gebouwd werd: vastlegging van de taalgrens en van de grenzen van Brussel (Vlaamse vraag), in ruil voor uitzonderingen op het zuivere territorialiteitsbeginsel (Franstalige vraag). Beide taalgroepen hebben het gevoel dat ze hier een zware toegeving hebben moeten doen. Het argument dat Vlaanderen al veertig jaar wacht op de splitsing is zonder meer correct, maar hetzelfde geldt voor de Franstalige vraag om Brussel uit het carcan van de negentien gemeenten te laten breken. De splitsing is even vanzelfsprekend als de uitbreiding van de grenzen van Brussel. Helemaal niet, dus.
Als de oplossing door een onderhandelde consensus gevonden moet worden, is confrontatie zowat de slechtst mogelijke strategie. De andere moet er eerder van overtuigd worden dat er moet gepraat worden. Dat kan door het gesprek te verbreden, en ook over andere zaken te praten dan alleen maar dat ene punt waarop jij graag iets gewijzigd zou zien. Dat kan ook door inhoudelijke argumenten te gebruiken, die verwijzen naar waarden en principes die beide gemeenschappelijk hebben. Zeggen dat je sowieso gelijk hebt en aankondigen dat je de ander je wens desnoods door de strot zult rammen, kan er alleen maar toe leiden dat je je doel helemaal niet bereikt, of pas na het betalen van een gigantisch hoge prijs.”
Kris Deschouwer (politicoloog Vrije Universiteit Brussel)

“De mislukking in het BHV-dossier heeft niets te maken met Franstalige arrogantie: de Franstaligen hebben het spel keurig volgens de regels gespeeld. Het zijn de Vlaamse partijen die systematisch de regels hebben overtreden die gelden in elk federaal systeem.
Het Belgisch federaal model heeft deze eerste test al bij al goed doorstaan: we weten voortaan dat het gewestelijk niveau zich het best bezighoudt met gewestelijke materies, en de federale regering met federale materies.
De belangrijkste les uit dit debacle is dat het Vlaams parlement en de Vlaamse regering niet de juiste fora zijn om de 'Vlaamse zaak' te verdedigen. Uiteraard is iedereen in het Vlaams parlement het erover eens dat er meer autonomie moet komen voor Vlaanderen, maar het is al te gemakkelijk om te preken voor gelijkgezinden. De splitsing van het kiesarrondissement had aan bod moeten komen bij de federale regeringsvorming. Je bent een slechte verliezer als je later, via het Vlaams regeerakkoord, alsnog je gelijk wilt halen.
Een oplossing die wel rekening houdt met die economische wetmatigheden, bestaat er dan ook in dat men een aantal symbolisch gevoelige dossier met elkaar verbindt. Binnen de Franstalige gemeenschap bestaat een zeer grote gevoeligheid voor de behandeling van Franstaligen in de Vlaamse gemeenten rond Brussel. Als het uitgangspunt is dat de taalgrens definitief en onherroepelijk vastligt, dan lijkt het perfect mogelijk te erkennen dat er in het Vlaams Gewest ook flink wat burgers leven met een andere moedertaal. Voorlopig is dat nog een taboeonderwerp aan Vlaamse zijde, maar men moet zich goed realiseren dat de behandeling van de taalminderheden in Vlaanderen een belangrijke pasmunt kan zijn in verder communautair overleg. Als Vlaanderen echt een autonome, sterke regio wil zijn, dan hoeft het ook helemaal niet bang te zijn om die interne diversiteit te erkennen. Is het Vlaams parlement minder Vlaams omdat er ook een Franstalig parlementslid werd verkozen? Is Quebec minder autonoom omdat de Engelstalige minderheid in Quebec weer aparte rechten heeft?
De Vlaamse weigering om die minderheden te erkennen heeft allicht te maken met een wat naïef geloof in wat de gevolgen van het federaliseringsproces zouden zijn. Men hoopte eindelijk verlost te zijn van de moeizame dialoog met de Franstaligen, door zich terug te trekken in het homogeen Nederlandstalige Vlaams Gewest. Maar zo'n homogeniteit is niet meer dan een illusie: ook binnen het Vlaams Gewest zal weer een oplossing moeten worden gevonden om op een fatsoenlijke manier om te gaan met de Franstalige minderheid.”
Marc Hooghe (politicoloog KU Leuven)

“De vraag is of de federale regering dat klimaat nog kan kenteren. Verhofstadt, die al een deel van zijn achterban kwijt is aan de brulboei Dedecker, loopt hier opnieuw averij op. Niet alleen in eigen partij, ook in zijn regering.
Een leider die geen oplossingen meer kan aanreiken, verliest pre- stige, zo eenvoudig is dat. Boven- dien hebben de maandenlange ruzies ook behoorlijke sporen na- gelaten en een klimaat van wederzijds wantrouwen geschapen dat niet één twee drie weggewerkt zal worden.
Ook de Franstaligen denken be- ter twee keer na voor ze de loftrompetten laten schallen. Ze hebben een overwinning op korte termijn gehaald, maar zullen merken dat ze de Vlamingen weer wat Vlaamser hebben gemaakt en dat de volgende communautaire ronde, die er hoe dan ook moet komen met het nog steeds be- staande arrest van het Arbitragehof, een stuk veelomvattender zal zijn dan de pure splitsing van een kiesarrondissement. Je kunt een match winnen, maar de tegenpartij vernederen kweekt alleen maar rancune en een verbetenheid om dat op termijn ooit terugbetaald te zetten.
Dat is de droevige les van dit verhaal: dat er op termijn eigenlijk alleen maar verliezers uit te- voorschijn zullen komen. Tenzij misschien die ene partij. Je vraagt je af hoe zelfvernietigend een politieke klasse kan zijn.”
Yves Desmet (Hoofdredacteur De Morgen)

Bronnen: De Morgen & De Standaard

Samengesteld door Bert Fraussen

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons