Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Matthias Storme & de vrijheid om te discrimineren (+ audio)

Direct naar de audio...
Professor Matthias Storme kreeg donderdagavond van de klassiek-liberale denktank Nova Civitas de Prijs van de Vrijheid 2004. Vorige jaren ging de prijs naar de Nederlanders Luuk van Middelaar en Ayaan Hirsi Ali. In zijn lofrede stelde prof. Marc De Vos dat Storme de prijs krijgt, niet omwille van zijn ideologie, maar omwille van zijn nobele, consequente en hardnekkige houding bij het verdedigen van de vrije meningsuiting. Na de veroordeling van het Vlaams Blok wegens racisme had Storme aan De Morgen verklaard: Ik vind het nu bijna een morele plicht om op het Vlaams Blok te stemmen. Het is niet voor niets dat de Vlaamse partijvoorzitters in hun schulp zijn gekropen. Als ze een beetje eerlijk zijn, beseffen ze dat deze gerechtelijke uitspraak een brug te ver is. België is nu samen met Spanje het meest repressieve land van de Europese Unie.

"Storme is één van de martelaren van de vrije meningsuiting", aldus De Vos. "Na zijn hierboven geciteerde uitspraak, die als een boutade dient te worden opgevat, werd hij uit het partijbestuur van de N-VA gezet en op het matje geroepen bij KUL-rector Oosterlinck". Het is echter niet voor die uitspraak dat Storme de Prijs van de Vrijheid krijgt, maar voor zijn onderbouwde verdediging van het recht op vrije meningsuiting. De Vos: "Storme verzet zich tegen de overheid die het non-discriminatieprincipe, een beginsel dat perfect verantwoord is in de publieke sfeer, nu ook opdringt in de private sfeer. De staat gaat bepalen hoe de particuliere verhoudingen tussen burgers moeten verlopen, en dat is voor liberalen onaanvaardbaar. Daardoor komen we op een gevaarlijke weg die ons naar een totalitair regime leidt. Storme strijdt daar tegen en hij heeft alvast voor het Arbitragehof gedeeltelijk gelijk gehaald", aldus Marc De Vos. "Om die reden verdient hij de Prijs van de Vrijheid. Storme heeft de gedachtenpolitie, die verschanst zit in de bunker van het politiek correcte gelijk, uitgerookt".

MARC DE VOS OVER VLD EN COVELIERS
Terloops wees De Vos, die ondervoorzitter is van Nova Civitas, op de relatie tussen de klassiek-liberale denktank en de VLD. "Nova Civitas blijft tot nader order geloven dat de natuurlijke habitat van het liberalisme in Vlaanderen rond de VLD zou moeten gekristalliseerd worden. Niet dat wij een VLD-clubje zijn, we zijn onafhankelijk. De VLD is niet onze moederpartij, ik zou eerder zeggen, gelet op alle discussies en meningsverschillen van de laatste tijd, onze schoonmoederpartij". De Vos maakte van de gelegenheid gebruik om Ward Beysen te herdenken. Over de meningsverschillen tussen de VLD en Hugo Coveliers, die bestuurslid is van de Antwerpse afdeling van Nova Civitas, merkte De Vos op: "Wij hopen dat Hugo geen tweede keer een defenestratie moet meemaken. Nova Civitas zou graag hebben dat de verantwoordelijke mensen in het verhaal een beetje aan bezinning doen. De VLD heeft 25% van haar kiezers verloren bij de laatste verkiezingen. We hebben aan alles behoefte, behalve aan het verder versnipperen van het liberalisme op partijpolitiek vlak. We zijn absoluut tegen een diaspora voor de liberalen in Vlaanderen. Integendeel, onze historische missie is om de liberale 'onderbuik' samen te brengen. Daarom zou het tegen onze principes indruisen indien Hugo Coveliers hetzelfde lot zou beschoren worden als anderen die hem in een recent verleden zijn voorgegaan". Over de procedure die gestart is om Coveliers uit de VLD te zetten, zei De Vos: "Het gaat hier over veel meer dan de persoon Hugo Coveliers. Ik kan me inbeelden dat er op persoonlijk vlak een aantal dingen gebeurd zijn. [...] Hugo vertegenwoordigt ook een bepaald deel van de publieke opinie en van het liberale electoraat. Daar staat hij samen met Jean-Marie Dedecker symbool voor. [...] Als men de persoon defenestreert, dan defenestreert men met hem een deel van het liberale gedachtengoed". Prof. De Vos herinnerde eraan dat Nova Civitas niet akkoord gaat met het cordon sanitaire (intussen door de VLD "tot dogma verheven", aldus De Vos), en evenmin met de zogenaamde "liberticidewet".

OPVALLEND VEEL VB-KOPSTUKKEN IN HET PUBLIEK
De academische zitting vond plaats in het Internationaal Perscentrum Vlaanderen op de Antwerpse Grote Markt. In het publiek zaten niet alleen de VLD-mandarissen Hugo Coveliers en Jean-Marie Dedecker, maar ook bekende figuren uit andere partijen zoals Frank Vanhecke, Filip Dewinter, Marie-Rose Morel, Gerolf Annemans, Philip Claeys en Leo Delcroix. Een cameraploeg van VTM kwam halverwege de zitting binnenvallen. In de centrale figuur van de avond, Matthias Storme, waren ze niet geïnteresseerd. Wel in Hugo Coveliers en Boudewijn Bouckaert, die in het VTM-laatavondnieuws aan het woord kwamen. Alle aanwezige VB-mandatarissen werden opvallend in beeld gebracht door VTM.

EURELIGIE VERSUS TOLERANTIE
Storme begon zijn lezing met te wijzen op de verschillende vormen van totalitarisme. "In de twintigste eeuw konden het bolsjevisme en het nationaal-socialisme aan de macht komen. Spijtig genoeg zien we vandaag ten dele een nieuwe variante van het totalitarisme, een nieuwe intolerante religie, die ik genoemd heb "de eureligie", de religie van de non-discriminatie. Totalitarisme vertoont enkele vaste kenmerken, zoals het feit dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen recht en moraal. Het tegendeel van een totalitaire verleiding kan dan ook nooit bestaan uit simplisme", aldus Storme. Storme pleit voor tolerantie. "Tolerantie komt erop neer dat men een kwaad tolereert, omdat het tolereren ervan een kleiner kwaad is dan het verdrijven ervan. De kunst van de tolerantie bestaat er niet in om de dingen te tolereren die men goed vindt, maar wel om wat men kwaad acht niet op een dusdanige wijze te bestrijden dat de bestrijding erger is dan de kwaal. Tolerantie is het smalle pad tussen twee ravijnen: enerzijds de klassieke intolerantie onder de vorm van racisme, vreemdelingenhaat, ideologische haat enz., aan de andere kant de perversie dat men de verdediging van opvattingen gaat criminaliseren: de verdediging van de eigen cultuur wordt gebrandmerkt als xenofoob, die van morele opvattingen over het privéleven tegenover een absoluut moreel subjectivisme als homofoob, die van de eigen godsdienst als islamofoob. Zoals Finkielkraut het stelt: une tolérance qui, finalement, ne tolère qu'elle-même. Tolerantie tot een absoluut principe verheffen leidt opnieuw tot totalitarisme. Het kwade is doorgaans niet het absolute tegendeel van het goede, maar de perversie van het goede".

DRIE PRINCIPES VAN DE LIBERALE SAMENLEVING
Onze moderne liberale samenleving berust op een complex evenwicht van een drietal principes. Vooreerst is er het feit dat de overheid een geweldmonopolie bezit. Ten tweede is er het legaliteitsbeginsel: de overheid mag niet à la tête du client beslissen, maar moet vertrekken van op voorhand bepaalde, voor iedereen gelijk geldende regels; de overheid mag niet discrimineren in de zin van ongelijk behandelen zonder dit objectief en redelijk te rechtvaardigen. En tenslotte blijft de rol van de overheid beperkt, opdat fundamentele vrijheden zoals de vrijheid van geweten, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van vergadering enz. gerespecteerd zouden worden. Storme ziet deze vrijheden niet in de eerste plaats als individuele vrijheden (zoals liberalen dit meestal zien), maar als maatschappelijke instellingen van algemeen belang. "Zo blijkt het ook uit de Belgische Grondwet van 1831, waar de vrijheden geformuleerd werden als maatschappelijke instellingen waarbinnen individuen op een andere manier dan door het recht tot hun recht konden komen. Mensen kregen de vrijheid om gezamenlijk, in maatschappelijke verbanden en instellingen, aan cultuur, onderwijs, zorg en solidariteit te doen", aldus Matthias Storme.

RECHT VERSUS FATSOEN
Recht is niet hetzelfde als fatsoen, aldus Storme. "De overheid mag gedragsregels opleggen, maar ze mag geen gedachten opleggen. Maar de overheid moet zelfs gedrag toelaten dat door een meerderheid immoreel wordt geacht, wanneer het verbieden een groter kwaad is dan het toelaten ervan. In dubiis libertas, in geval van twijfel moet steeds de vrijheid primeren. Wat toegelaten is, is daarom nog niet automatisch fatsoenlijk, en iedereen heeft het recht om wat toegelaten is, toch immoreel te vinden en dit zonder geweld of overheidsdrang te bestrijden. Zo is homofobie geen misdrijf, maar een mensenrecht. Natuurlijk heeft iedereen het recht om homofobie te bestrijden, net zoals iedereen het recht heeft om de bestrijders van homofobie 'fobomanen' te noemen".

Onfatsoenlijke meningen mogen niet juridisch bestreden worden, maar wel met woorden en met geweldloze daden, vindt Storme. In het debat over de vrije meningsuiting mist hij het onderscheid tussen wat ethisch verantwoord is en wat juridisch getolereerd wordt. De Brits-Nederlandse rechtsantropoloog John Griffiths schrijft hierover: "De schade die het vrije woord ongetwijfeld berokkent, is de prijs die betaald moet worden voor het grootste rechtsgoed dat een vrije samenleving kent". Volgens Griffiths wordt het misbruik niet gevormd door de inhoud van de gedachte, maar wel door de onnodig kwetsende wijze waarop een gedachte wordt geuit.

PERSOON VERSUS GROEPEN
Vroeger werd de vrijheid van meningsuiting slechts ingeperkt onder zeer beperkte voorwaarden, zoals laster. Tussen het aanzetten tot iets, en het plegen van een daad, ligt nog altijd de vrije wil van de persoon die tot de daad wordt aangezet. In een democratische staat kunnen meningsuitingen dus niet beperkt worden, tenzij als de waardigheid van een persoon (natuurlijke persoon of rechtspersoon) in het gedrang komt. Het is volgens Storme dan ook nonsens om het beledigen van een groep strafbaar te stellen. "Ik stel vast dat allerlei gekrenkte groepsgevoelens vandaag de dag duidelijk beter beschermd worden dan bijvoorbeeld het nationale gevoel van de Vlamingen, dat door een hele reeks opiniemakers dagelijks verdacht wordt gemaakt - voor alle duidelijkheid: zonder dat ik hun juridische vrijheid om dat te doen in twijfel trek".

RECHTSREGELS IN VRAAG STELLEN
"Eén van de essentiële dingen in een niet-totalitaire staat is dat men ook de rechtsregels zelf in vraag mag stellen, zonder ze te overtreden. Deze vrijheid bestaat in België en in Europa niet meer. Er zijn rechtsregels die zo absoluut gemaakt zijn, dat ze niet alleen moeten worden nageleefd, maar zelfs niet in vraag mogen worden gesteld. Het Hof van Beroep in Gent heeft in april 2004 geoordeeld dat het loutere feit van in het openbaar te pleiten voor een discriminerende wetswijziging reeds een misdrijf is. De teksten van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Handvest van Grondrechten in de Europese Grondwet zijn vandaag gesacraliseerd tot heilige teksten waarvan de invraagstelling verboden is en zelfs strafrechtelijk wordt gesanctioneerd. Een voorbeeld: de Europese Grondwet stelt dat geen van de rechten en vrijheden mogen gebruikt worden om ook maar één van de rechten en vrijheden af te schaffen of te beperken. Een dergelijk principe is zinvol als het over hetzelfde soort recht gaat: je mag de vrijheid van meningsuiting niet gebruiken om ze af te schaffen. Maar zoals het er nu staat, mag je de vrijheid van meningsuiting niet gebruiken om te pleiten voor bijvoorbeeld het beperken van het recht op betaalde vakantie. Dat alleen is voor mij al voldoende om de Europese Grondwet te verwerpen".

OVERHEID MAG NIET DISCRIMINEREN, BURGERS WEL
"De overheid mag niet discrimineren, omdat ze een monopolie heeft. Maar zij mag dit discriminatieverbod niet opleggen aan haar burgers. In een niet-totalitaire staat is het essentieel dat een burger zijn keuzes niet moet rechtvaardigen en verantwoorden. Er kunnen grenzen gesteld worden aan de vrijheid, maar binnen die grenzen moet een burger geen verantwoording afleggen. Wat nu aan de gang is met de anti-discriminatiewetgeving, doorbreekt dit principe. Het gaat hier niet over de externe begrenzing van de vrijheid, maar om de aantasting van de kern ervan. Als de overheid stelt dat de vrijheid beperkt blijft tot "objectief en redelijk te verantwoorden handelen", dan is er geen vrijheid meer, maar een 'gebonden bevoegdheid'".

JEZUS CHRISTUS DISCRIMINEERDE
Tegenover diegenen die discriminatie "onchristelijk" noemen, citeert Storme uit het Mattheusevangelie, hoofdstuk 20, vers 13. De landeigenaar die arbeiders had gehuurd voor zijn wijngaard betaalde aan de 'arbeiders van het elfde uur' evenveel als wat hij had toegezegd aan de arbeiders die de hele dag hadden gewerkt. Deze laatsten kloegen over discriminatie, en het Bijbelse antwoord luidde: "Ik doe je geen onrecht. We waren het toch eens geworden voor een denarie? Ik wil die laatste evenveel geven als jou. Of mag ik niet met het mijne doen wat ik wil? Of ben jij jaloers omdat ik goed ben?" Storme: "Christus zou vandaag in dit land in de gevangenis belanden wegens aanzetten tot discriminatie. En hij heeft toen reeds de vinger op de wonde gelegd: het eisen van gelijke behandeling is zelf ingegeven door onethisch gedrag, namelijk afgunst. Antidiscriminatiewetgeving is het product van een afgunstmaatschappij. Hoe kunnen we dan in hemelsnaam in het ethisch karakter ervan geloven?"

RACISTISCHE MOORDEN EN HOMOFOBIE
De antidiscriminatiewet moeit zich met motieven in plaats van met gedragingen, en dat is pervers, aldus Storme. "Ik vind het bijvoorbeeld walgelijk dat in ons strafwetboek de straf voor een moord verschilt, naargelang het motief voor die moord. Dus ook of het om een al dan niet racistisch gemotiveerde moord gaat. Dat betekent dat iemand die zonder reden vermoord wordt, minder beschermd wordt dan iemand die vermoord wordt om zijn godsdienst, huidskleur of politieke overtuiging. De verplichting om zijn sociale gedragingen "redelijk en objectief te verantwoorden" tast de mens aan in zijn diepste menselijkheid. De mens wordt herleid tot een robot. De strijd tegen de verkilling van de maatschappij vereist juist dat we mensen aanzetten tot discriminatie. Liefde, trouw, vriendschap, alles wat zin en waarde geeft in het leven, zijn in essentie gegrond op discriminatie. Wanneer ze louter op redelijke en objectieve gronden berusten, zijn ze waardeloos. De antidiscriminatiewet veralgemeent het wantrouwen in de openbare intermenselijke relaties. Het is dus een bron van verzuring, het is een aanslag op de open society. Kritische intellectuelen worden in een soort innerlijke verbanning geduwd, en sommigen zelfs in echte emigratie. Indien ik geen vrouw en vier kinderen had, zou ik wellicht al geëmigreerd zijn. De grootste verliezers van dit alles zijn de zwakkeren in onze maatschappij. Zij hebben de grootste nood aan een publieke sfeer die gebaseerd is op menselijke waarden, die niet gestoeld zijn op een "objectieve en redelijke verantwoording": moed, zorg, waardering en zingeving. De winnaars zijn enkele goed georganiseerde minderheidsgroepen die vandaag de politieke agenda bepalen en de hele samenleving deconstrueren en koloniseren vanuit hun partijdige belang. Voor deze laatste zin heb ik in 2003 een nominatie gekregen voor de homofobieprijs. Helaas had het Vaticaan toen een nog homofobere uitspraak gedaan, zodat zij met de prijs zijn gaan lopen".





PARTIJDIGHEID EN LIBERTICIDE-WET
Voorstanders van de antidiscriminatiewet zeggen: "die wet wordt toch alleen maar toegepast tegen onfatsoenlijke mensen". En dan? Is onfatsoenlijkheid op zich een reden om iemand in de gevangenis te steken? Dit argument verraadt een enorme partijdigheid. Het betekent dat men de wet niet in àlle gevallen wil toepassen, maar enkel in die gevallen waarin het de heersende klasse goed uitkomt. Het is geen toeval dat het verbod op discriminatie wegens politieke overtuiging aanvankelijk niet in de wet voorkwam, en er slechts na een arrest van het Arbitragehof in werd opgenomen.

Liberticide? Bende leugenaars! De journalisten en politici die de fundamentele vrijheden inperken zijn dan nog zo gortig dit voor te stellen als een maatregel die de vrijheid beschermt. Het zijn de ambtenaren van Orwell's Ministerie van Waarheid.


Redactie: Luc Van Braekel
Overgenomen van LVB.net, met toestemming van de auteur

***

GERELATEERDE AUDIO:
Interview met Matthias Storme
Een interview voor Urgent.FM door Sven De Coninck & Lies van Overschée.
In 2004 liet Matthias Storme, buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven en de Universiteit van Antwerpen, zich opmerken doordat hij als lid van de N-VA de veroordeling van het Vlaams Blok veroordeelde. Na het beruchte arrest verklaarde dat hij nu niets anders kon dan uit de N-VA stappen. Matthias Storme heeft zich al langer laten opmerken als een professor recht met een voorkeur voor levensbeschouwelijke thema’s en de politiek is er onvermijdelijk een van. Onlangs werd bekend gemaakt dat de - zoals ze het zelf zeggen op hun website – Vlaamse Liberale Politieke Club, Nova Civitas, hem de Prijs van de Vrijheid 2004 heeft toegekend. Die prijs wordt ieder jaar toegekend aan “een persoon die zich op een prominente wijze verdienstelijk heeft gemaakt bij de verdediging van de persoonlijke vrijheid. Nova Civitas is bij velen beter bekend als die club die voornamelijk wordt gelinkt aan een andere professor recht, haar boegbeeld Boudewijn Bouckaert. Beiden verschenen vorig jaar nog in De Morgen waarbij ze opriepen tot een vereniging van alle rechtse krachten in Vlaanderen. Beide zijn dan ook overtuigd flamingant. Wij hadden een gesprek met Matthias Storme.
Luister naar deel 1...
Luister naar deel 2...

Integrale geluidsopnames van toespraken op de uitreiking van de Prijs van de Vrijheid 2004
Audio door Luc Van Braekel
Luister naar het laudatio door Prof. dr. Marc De Vos...
Luister naar de Molinari-lezing door Prof. dr. Matthias Storme...

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons