Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Derk-Jan Eppink legde Bart Somers op de rooster


"Hoe blauw is Bart Somers?"
Dat was het thema van een debat dat Nova Civitas dinsdagavond in Gent organiseerde. Om de VLD-voorzitter aan de tand te voelen had de klassiek-liberale denktank Derk-Jan Eppink uitgenodigd. Eppink, "Nederlander maar zichtbaar vertrouwd met de bourgondische Vlaamse levensstijl", was tot voor kort medewerker van EU-commissaris Frits Bolkestein. Hij is nu verbonden aan het kabinet van Europees commissaris Siim Kallas, en tevens onafhankelijk publicist. Alleen al door het feit dat Bart Somers ooit verklaard had dat Eppink "niet liberaal, maar rechts-conservatief" is, beloofde het een geanimeerd debat te worden. Derk Jan Eppink confronteerde Bart Somers met drie kritische stellingen over de VLD.

Eerste Eppink-stelling: De VLD is de aanhangwagen van links geworden.
De deelname aan de paarse regeringen heeft de VLD naar links getrokken. De VLD, die nochtans ooit de grootste regeringspartij was, heeft te veel water in haar wijn gedaan. Daar betaalt de partij nu de rekening voor. Haar ambitie om een Grote Vlaamse Volkspartij te worden, is in rook opgegaan. Zij is nu de kleinste onder de volkspartijen. De VLD liet na om haar rechtervleugel ruimte te bieden, wat nochtans de doorbraak van het Vlaams Blok had kunnen remmen. Rechtse VLD'ers werden uitgekotst en weggepest, en in het politieke landschap werd het centrum-rechtse kiespubliek te grabbel gegooid aan het Vlaams Blok. Partijvoorzitter Karel De Gucht verklaarde zelfs niet zonder enige fierheid dat "de VLD geen rechtse partij is", waarop een deel van de VLD-achterban meteen ging twijfelen of ze er wel goed aan gedaan hadden om voor de VLD te kiezen. Eppink vatte deze kritiek samen in een column die op 15 maart 2002 in De Standaard verscheen. Over de vroegere beschuldiging van Somers dat Eppink zelf niet liberaal, maar wel rechts-conservatief is, zei Eppink: "Ik beschouw me niet als een rechts-conservatief. Ik stelde in dat artikel gewoon vast dat de portemonnee op tafel lag, dat de deuren en vensters open stonden, en dat er een dief op straat rondliep". De portemonnee is het centrum-rechtse kiespotentieel van de VLD, het openstaan van deuren en vensters is het behandelen van de eigen centrum-rechtse achterban als pestlijders, en de dief was het Vlaams Blok. "De verkiezingen van 13 juni hebben me helaas gelijk gegeven", stelde Eppink. "En nog steeds heeft de VLD geen lessen getrokken uit de verkiezingsuitslag. Karel De Gucht lijkt eerder op een minister van de buitenwippers dan op een minister van buitenlandse zaken, want nadat hij al Ward Beysen buitengegooid heeft, wil hij nu ook Hugo Coveliers wegpesten. En Jean-Marie Dedecker wordt door De Gucht een "vrijbuiter" genoemd, wat erop neerkomt dat hij ook al verbannen is naar de wachtkamer voor de buitengesmetenen". Eppink gaf meteen twee suggesties aan Bart Somers, om deze kritiek te counteren. De VLD moet ophouden met mensen te verdoemen. De VLD moet geen rechtse CSU of Tory-partij worden, maar er moet wel ruimte zijn voor een centrum-rechtse vleugel. De VLD moet ook de vrijheid van meningsuiting in ere herstellen. De voorbije jaren legde de partijtop met de karwats een eenheidsdenken op, waardoor er geen ruimte meer was voor een intern debat.

Repliek van Bart Somers op de eerste Eppink-stelling.
"Er klopt iets niet in de analyse van Eppink", riposteerde Bart Somers. "In juni 2003, na vier jaar paarsgroen beleid, won de VLD de verkiezingen en bereikte ze haar historisch hoogtepunt. De neergang kwam er pas in 2004, na de goedkeuring van het migrantenstemrecht. Deze kwestie zorgde voor gekibbel en een verzuurd klimaat in de partij. De bitse toon van de campagne voor de voorzittersverkiezingen, valt terug te brengen op het onbehagen dat nog steeds over die kwestie heerst". Hoe moet de VLD zich dan positioneren? "De VLD is niet de aanhangwagen van links of de gevangene van de PS. Maar wij zijn wel de gevangenen van de politieke realiteit van dit land. In WalloniŽ domineert de PS met 34% van de stemmen het politieke landschap. In Vlaanderen is het landschap versnipperd. Daardoor zijn wij onmachtig". Toen Somers de verlaging van het nominale tarief van de vennootschapsbelasting als ťťn van de realisaties van de federale regering noemde, ontstond er hilariteit in de zaal. De toehoorders wisten namelijk dat dit budgetair gezien een nuloperatie was. Somers zag twee terreinen waarop de VLD zich in de toekomst duidelijk kan profileren. Sociaal-economisch moet het beleid de welvaart op lange termijn veilig stellen door de activiteitsgraad te verhogen en de vergrijzing aan te pakken. Inzake de multiculturele maatschappij, wat Somers "samenleven in diversiteit" noemde, biedt het liberalisme volgens Somers het beste antwoord. Emancipatie mag niet gebaseerd zijn op doelgroepenbeleid, maar op de vrijmaking en de responsabilisering van het individu. De westerse liberale waarden vormen daarbij de gemeenschappelijke sokkel.







Tweede Eppink-stelling: De huidige VLD is geworden als de vroegere CVP.
"Een kleurloze machtspartij met als enig doel het behoud van het federale premierschap. Tsjevenretoriek met voluntarisme als drijvende kracht. De VLD is de dienstmaagd van de PS, zoals vroeger de CVP dat was", aldus Eppink. En nog: de VLD steunt het vrije ondernemerschap onvoldoende. De belastingsverlagingen zijn een lachtertje. Ze worden telkens uitgesteld, en door het verhogen van de lokale belastingen wordt het uiteindelijk een vestzak-broekzakoperatie. "De VLD-top lijdt aan het Stockholm-syndroom", aldus Eppink. "Zoals gegijzelden sympathie gaan koesteren voor hun gijzelnemers, zo gaan de liberalen sympathie koesteren voor de socialistische denkbeelden van hun coalitiepartners". Het beste voorbeeld daarvan ziet Eppink in de manier waarop de Belgische regering reageert op de Bolkestein-richtlijn, "een maatregel die in de toekomst voor een enorme groei en werkgelegenheid kan zorgen". Maar de PS en Stevaert halen volgens Eppink leugens en agitprop in pure jaren-30-stijl boven om deze richtlijn te demoniseren, te dwarsbomen en uit te hollen."En wat doet de VLD? De VLD doet niets, de VLD durft niets, de VLD zegt 'jamaar, onze socialistische coalitiepartner is er tegen'". Ook op communautair vlak is de VLD maar een flauw afkooksel van wat ze vroeger als oppositiepartij was. In 1999 verklaarde de VLD dat ze niet een regering zou stappen die de vennootschapsbelasting niet zou regionaliseren. Zodra de VLD in de regering zat, bleef het op dat vlak stil. "Als regeringspartij moet je voorzichtig zijn met beloften. Tweehonderdduizend banen, het depolitiseren van de administratie, het terugdringen van extreem-rechts... De beloftencultuur heeft de geloofwaardigheid van de VLD aangetast", besloot Eppink zijn tweede stelling.

Repliek van Bart Somers op de tweede Eppink-stelling.
"De VLD heeft twaalf opeenvolgende jaren in de oppositie doorgebracht, nu maakt ze als regeringspartij 14% uit van het Belgische niveau. We hebben inderdaad onrealistische verwachtingen gewekt, en we communiceren slecht. Maar wat is de realiteit? De Belgische groei is hoger dan in al onze buurlanden. Dat heeft twee oorzaken: de lastenverlagingen, en het verkleinen van de spaarquota. De mensen sparen minder, en dat komt omdat de overheid er al vijf jaar in slaagt om een begroting in evenwicht in te dienen, waardoor het vertrouwen van de mensen verhoogt. De realiteit is ook dat we erin geslaagd zijn om een deel van de papierwinkel te verminderen, zodat de Wereldbank een bronzen medaille uitgereikt heeft aan Vincent Van Quickenborne, de derde beste minister op wereldvlak inzake het terugdringen van de bureaucratie. De realiteit is ook dat, na de heisa rond de vestiging van nieuwe asielcentra in de jaren '90, er nu asielcentra leeg staan. Er is een trendbreuk tot stand gekomen in de toestroom van asielzoekers". Wat de kritiek van Eppink betreft op de manier waarop BelgiŽ omgaat met de Bolkestein-richtlijn, stelde Somers: "het is de Vlaamse regering, en vooral de CD&V, die het grootste aantal uitzonderingen op de Bolkestein-richtlijn heeft aangevraagd. Het corporatisme van de CD&V leidt ertoe dat zij ingaat tegen vrije concurrentie. Ook het Vlaams Belang verdedigt om populistische redenen economisch-linkse standpunten". Somers noemde het voorbeeld van de brandweer in Mechelen. Het Vlaams Belang wil dat de brandweerlieden op 56 jaar met pensioen kunnen met behoud van 80% van hun loon. Daaruit blijkt dat het Vlaams Blok economisch links is, en dat de VLD de enige economisch-rechtse partij is. Als het over economie gaat, hamert het Blok steeds op de transferten, waarbij ze volgens Somers "onder ons gezegd" wel gelijk hebben, maar als het gaat over de vergrijzing, de pensioenen of de activiteitsgraad, voert het Vlaams Belang het debat nooit ten gronde.

Derde Eppink-stelling: De VLD heeft geen concept voor het migratie-vraagstuk.
Eppink las een citaat voor:

Al deze voorvallen tonen duidelijk aan dat de islam meer wil zijn dan een godsdienst of een cultuur in een maatschappij met meerdere godsdiensten en meerdere culturen. De islam is in werkelijkheid niet alleen een godsdienst maar ook een ideologie, een sociaal-politieke leer die door de overheid wordt gecontroleerd. In wezen verschilt die toestand niet van het socialisme of het communisme dat aan de samenleving een bepaalde morele code en een manier van leven wou opleggen. [...] Veel moslimlanden [trekken zich terug] in een theocratie, terwijl er in de Arabische wereld ook veel te weinig intellectuelen zijn die een kritische kijk hebben, of zich ongestraft kunnen uitspeken over de islam, de Koran en de vermenging tussen Kerk en Staat, religie en politiek die eraan ten grondslag ligt. Een bijkomende moeilijkheid ligt hierin dat vele religieus-politieke leiders in de Arabische wereld hun onderdanen in West-Europa ertoe aanzetten geen gehoor te geven aan oproepen tot integratie [...]: de islam-staat wil ook zijn uithuizige kinderen niet verliezen.

Geen citaat van Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali, Filip Dewinter of Boudewijn Bouckaert, maar ... van Guy Verhofstadt ("Tweede Burgermanifest", p. 66-67, en "Angst, Afgunst en het Algemeen Belang", p. 113). Een citaat dat een duidelijke visie weerspiegelt op een westerse Leitkultur, in plaats van het vage modebegrip "multiculturele samenleving" Verhofstadt wil echter aan dat citaat niet meer herinnerd worden, en wordt zelfs boos op journalisten die het bovenhalen. Het past niet meer in de tijdsgeest, vindt Verhofstadt. "Verhofstadt was met dat citaat zijn tijd ver vooruit", vindt Eppink. "Helaas heeft hij zijn toenmalige visie ingeruild voor een panacee van politieke correctheid". Eppink vindt dat we terug moeten naar het idee van de Leitkultur, met enkele niet-onderhandelbare principes zoals de positie van de vrouw en de individualisering van de samenleving. "Kardinaal Danneels zweeft wanneer hij stelt dat de islam een Verlichting nodig heeft. Een Verlichting is niet zomaar een poortje waar je even door loopt, het is een historisch proces dat lang kan duren. Niet een Verlichting voor de islam is de oplossing, maar een aanpak die gericht is op individualisering. Zo'n aanpak kan wel snel werken. Het onderwijs is daartoe een goed middel", stelde Eppink.

Repliek van Somers op de derde Eppink-stelling.
Somers is het eens met de visie van Eppink op het migratie-vraagstuk, maar zegt dat de VLD wŤl een oplossing heeft. "Liberalisme biedt het beste antwoord, want het is een stroming die 250 jaar geleden ontstond als reactie op verstarde groepsbelangen en op de klassenmaatschappij. Wij zijn de enigen die pleiten voor individuele vrijheid. Alle andere stromingen wantrouwen de vrijheid of sluiten mensen op in determinisme. Men pampert de allochtonen inderdaad te veel, men stelt ze eenzijdig voor als slachtoffers, en men zadelt de autochtonen op met een schuldgevoel. Daardoor zien we de echte problemen niet, zoals de gedwongen huwelijken (75% van de allochtonen huwt met mensen uit hun land van afkomst) en de huisslavernij".

Daarmee had Eppink zijn drie stellingen scherp verwoord, en had Bart Somers op een geanimeerde en bij wijlen heftige manier zijn repliek gegeven. Het publiek kon nu vragen stellen. Ja, we moeten Brussel-Halle-Vilvoorde splitsen, "met het akkoord van de Franstaligen, maar zonder significante toegevingen aan de Franstaligen", vond Somers, en "niet alleen van allochtonen, maar ook van Franstaligen in Vlaanderen mag een kennis van de taal van de streek geŽist worden".

Het Gentse VB-provincieraadslid Tanguy Veys, die als toehoorder in de zaal aanwezig was, stelde de vraag of de verplichte inburgering van allochtonen geen dode letter gebleven is. Somers wees op de krachtlijnen van het inburgeringsbeleid van Marino Keulen: prioriteit voor de verplichte inburgering van nieuwkomers, uitkeringstrekkers en ouders van schoolgaande kinderen, en geen prioriteit voor de inburgering van asielzoekers die nog in de procedure zitten. "Waarom zou de belastingbetaler moeten opdraaien voor inburgeringscursussen voor asielzoekers die wellicht na afloop van de procedure weer gerepatrieerd zullen worden?", aldus Somers.





Rudi De Kerpel stelde de vraag of de wazige en populistische sociaal-economische standpunten van het Vlaams Belang deze partij niet tot een geschikte coalitiepartner maken om de problemen rond delokalisering aan te pakken. "De VLD met haar duidelijke economische visie, kan beter samenwerken met een partij die op dat vlak minder uitgesproken denkbeelden heeft, dan met socialisten die er wel duidelijke, maar vaak tegengestelde standpunten op nahouden", aldus De Kerpel. Somers riposteerde dat het Vlaams Belang sociaal-economisch geen bondgenoot is van de VLD. Hij richtte zich rechtstreeks tot De Kerpel, die een tuincentrum uitbaat: "Een succesvol ondernemer als u die straks wil uitbreiden, heeft baat bij de Ikea-wet. Het Vlaams Belang is daar tegen, vanuit een corporatistische reflex van bescherming voor de kleine zelfstandigen. Maar het is niet de sociaal-economische visie die het breekpunt vormt tussen VLD en Vlaams Belang. En ook niet het cordon sanitaire, want dat is dood. Noch socialisten, noch christendemocraten moeten ons voorschrijven met wie wij wel of niet mogen samenwerken. Maar ik wil geen gesplitste VLD. Onze partij telt voor- en tegenstanders van samenwerking met het Vlaams Belang. Beide groepen doen dat vanuit eerbare liberale overwegingen. Het dilemma waarmee we geconfronteerd worden, is dat een gesplitst liberalisme een machteloos liberalisme is. Kijk naar Nederland, waar er drie liberale fracties bestaan: D66, de VVD en de stroming rond Geert Wilders. Voor- en tegenstanders van samenwerking met het Vlaams Belang moeten naar elkaar leren luisteren en begrip tonen voor elkaars eerbare motieven", aldus Somers. Zelf kijkt de VLD-voorzitter eerder relativerend en pragmatisch tegen deze problematiek aan. Maar hij heeft wel het volste begrip voor liberalen zoals Patrick Dewael, die samenwerking met het Vlaams Belang vanuit zijn persoonlijke familiale achtergrond (LVB: zijn grootvader kwam om in een Duits concentratiekamp) niet in overeenstemming kan brengen met zijn geweten. Somers stelde ook dat VLD'ers "die voortdurend het Vlaams Belang ter sprake brengen, die partij alleen maar in de kaart spelen". Even dacht ik dat hij daarmee doelde op diegenen die het frequent over "mestkevers" en "fascisten" hadden, maar uit het vervolg van Somers' betoog bleek dat hij eigenlijk Coveliers en Dedecker bedoelde, of in ieder geval diegenen die pleiten voor samenwerking met het Vlaams Belang.


Een toehoorder wou ook weten waarom de VLD ingestemd heeft met de Elia-heffing, terwijl VLD-kamerlid Pierre Lano tegen stemde. Is Lano dan de enige principiŽle liberaal en zijn de andere VLD'ers de gevangenen van de PS, wou de man weten. "De Elia-heffing is er gekomen op vraag van de deelstaten, meer bepaald van de lokale besturen, die hun inkomsten uit de elektriciteits-intercommunales zagen verminderen door de vrijmaking van de markt. WalloniŽ opteerde voor een algemene overlast-taks die door elke burger moet betaald worden. In Vlaanderen wou Stevaert ook zo'n taks, maar VLD'er Andrť Denys heeft dat kunnen tegenhouden in het Vlaams Parlement. De Elia-heffing, die nu de last vooral op de grootste elektriciteitsverbruikers legt, was een eis van de Vlaamse regering en is dus helemaal geen PS-dictaat", aldus Somers.

Was Derk-Jan Eppink zeer scherp in de verwoording van zijn kritische stellingen, dan bleef hij beleefd en bondig in zijn reacties op de replieken van Bart Somers. "Ik heb mijn stellingen verwoord alsof ik een officier van justitie was die de VLD-voorzitter voor een rechtbank beschuldigt. Na de repliek van de voorzitter meen ik dat deze man wel in staat is om er iets aan te doen. Hij is in staat om fouten uit het verleden toe te geven, en hij vertoont een grote luisterbereidheid. Ik trek dan ook mijn aanklacht als officier van justitie in", besloot Eppink.

Boudewijn Bouckaert, voorzitter van Nova Civitas en moderator van het debat, had nog een attentie voor beide sprekers in petto. Bart Somers kreeg het boek "De Verkrachting van BelgiŽ" over de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. En Derk-Jan Eppink kan zijn kerstvakantie besteden aan de lectuur van "De Brand", een lijvig boek dat de geallieerde bombardementen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog als oorlogsmisdaden omschrijft.

Luc van Braekel

Overgenomen van LVB.net, met toestemming van auteur & uitgever

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons