Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Arafat: Vrijheidsstrijder of terrorist?

Arafat is niet meer. Hij werd wel eens een kat met 9 levens genoemd, maar uiteindelijk kon Arafat de strijd tegen een bloedziekte niet winnen.. Het leek Politics.be een goed idee om ís mans grootste wapenfeiten eens op een rijtje te zetten. En misschien de eeuwige vraag op te lossen: Arafat, een terrorist of vrijheidsstrijder?

Yasser Arafat wordt geboren in het jaar 1929 in CaÔro. Blijkbaar heeft hij daar zelf problemen mee. Jarenlang hield hij voet bij stuk en beweerde dat hij in het jaar 1923 geboren werd en niet in CaÔro maar in Gaza of Jeruzalem. Het heeft er alle schijn naar dat de man gegeneerd is omdat hij niet geboren is tussen het volk waarvoor hij strijdtÖ

Arafat is een goed student en besluit op tweeŽntwintigjarige leeftijd bouwkundig ingenieur te worden. Amper vijf jaar later is hij verwikkeld in de strijd voor het Suez-kanaal. Daar opereert hij als springstofexpert tegen de Fransen, Engelsen en IsraŽli. Uiteindelijk komt het kanaal in handen van de Egyptenaren. Arafats eerste militaire daad tegen IsraŽl was een feit. Wanneer Arafat zich blijft bemoeien met de IsraŽlische-Egyptische relaties, wordt het Nasser teveel en verbant Arafat.

Arafat stapt in de zakenwereld en begint een eigen bedrijf. Hij wordt aannemer in Koeweit. De succesvolle Arafat verkoopt in 1964 zijn bedrijf en wordt de leider van de Al-Fatah beweging. Een onbekende beweging, maar onder zijn leiding wordt de beweging al vlug de machtigste Palestijnse terreurorganisatie. Arafat behoudt vanuit JordaniŽ de controle. Al-Fatah neemt langzaam maar zeker de Palestine Liberation Organization (PLO) op in haar rangen. In 1969 wordt Yasser Arafat de voorzitter van het uitvoerend comitť van de PLO.

Wanneer Koning Hoessein in 1970 vindt dat het welletjes is geweest met de PLO en Arafat, zet hij de beweging, samen met Arafat, het land uit. Ze vinden een nieuw onderkomen in Libanon. In 1974 behaalt Arafat zijn eerste persoonlijke triomf. Op de pan-Arabische conferentie wordt hij aanzien als de feitelijke Palestijnse leider. Iets later dat jaar viert hij een tweede overwinning; Arafat wordt woordvoerder van de bevrijdingsorganisatie in de Algemene Vergadering van de VN.

Wanneer er in Libanon een burgeroorlog uitbreekt, ziet Arafat zijn kans schoon om op militair vlak het laken iets naar zich toe te trekken. Dit zorgt echter voor heel wat conflicten. IsraŽl, SyriŽ en de christelijke Libanese partijen zien dit niet graag gebeuren. Als in 1979 de IsraŽlisch-Egyptische vrede wordt getekend, werpt Arafat zich op als grootste tegenstander. Drie jaar later valt IsraŽl Libanon binnen en verdrijft de christelijke machtspartijen en ook de PLO. De organisatie probeert dan maar om in SyriŽ hun politiek verder te zetten maar President Assad zet ze ook daar het land uit.

De slagkracht van Arafat neemt af in de ogen van de Palestijnen. Steeds weer wordt hij verdreven en hij moet noodgedwongen zijn organisatie leiden vanuit Tunis. Vele Palestijnen verlaten de PLO en zoeken hun heil in extremere groeperingen zoals Hamas en Jihad. Het rijk van Arafat lijkt stilaan over. Maar de eerste intifada in 1987 zorgt voor de kentering. Een nieuwe generatie vervoegt het IsraŽl-Palestina conflict. De PLO neemt de opstand over en Arafat draait 360 graden. Hij wijzigt van tactiek en erkent de staat IsraŽl. Daarenboven zweert hij elke vorm van terreur af. Eťn jaar later roept de PLO de Palestijnse Staat uit, negentig landen erkennen het land onmiddellijk. In 1990, tijdens de Eerste Golfoorlog, kiest Arafat de zijde van Sadam, waarschijnlijk is dit een van de redenen waarom de gesprekken tussen de PLO en IsraŽl zo lang op een laag pitje stonden.

Praten kan weer in 1993, en met succes. De Oslo-akkoorden betekenen een grote stap voorwaarts in het vredesproces. De bezegeling van die akkoorden gebeurt in het Witte Huis met als tussenpersoon Bill Clinton, toenmalig president van de VS. De afspraak is dat de Palestijnen zelfbestuur krijgen in de door IsraŽl bezette gebieden. Daar bovenop wordt de PLO nu de enige en officiŽle vertegenwoordiger en onderhandelingspartner van de Palestijnse regering. De kers op de taart is de Nobelprijs voor Vrede die uitgereikt wordt aan Arafat, Rabin en Peres.

Wat het begin lijkt van een mooi einde aan een bloedig conflict, betekent enkel uitstel van strijd. Op 1994 keert Arafat terug naar de Gazastrook. Ondertussen halen vele aanslagen, gedirigeerd vanuit beide kampen, het proces onderuit. Wanneer Rabin op 4 november 1995 wordt vermoord door een extremistische jood, lijkt alles om zeep. Peres neemt de taak op zich om de onderhandeling verder te lijden en zo de impasse te doorbreken. Wanneer in 1996 een hele resem burgerslachtoffers vallen, houdt het ook voor hem op. In dat jaar wordt Arafat officieel president van de Palestijnse Autoriteit. Ook langs IsraŽlische zijde zijn veranderingen op til. Benjamin Netanyahu komt er aan de macht. De besprekingen vallen nu helemaal stil mede door de aanhoudende Palestijnse aanslagen.

Het zal twee jaar duren alvorens beide partijen weer rond de tafel zitten. In 1998 bereikt Netanyahu en Arafat een nieuw akkoord. Een akkoord over het Oslo-akkoord: het Wye-akkoord. Deze overeenkomst moet de definitieve IsraŽlische terugtrekking van de Westelijke Jordaanoever regelen. Er wordt voorgenomen om het complete akkoord afgewerkt en ondertekend te krijgen tegen september 2000. Maar een jaar voor de streefdatum valt de regering-Netanyahu over de exacte invulling van het Wye-akkoord. Barak neemt de fakkel over van Netanyahu.

De ontevredenheid bij de Palestijnen neemt zienderogen toe. De Palestijnse Autoriteit kan slechts op zoín 17,2% van de Westelijke Jordaanoever zijn macht uit oefenen. Vele Palestijnen voelen zich dan ook tekort gedaan. Daarbij komt nog dat sedert het sluiten van de Oslo-akkoorden de IsraŽli niet gestopt zijn met het uitbreiden van hun kolonies. Een tweede intifada breekt los, een strijd die gekenmerkt zal worden door zijn bloederigheid en talrijke meedogenloze aanslagen. Het gezag, en daarmee samenhangend de populariteit, van Arafat daalt drastisch. Volgens velen is hij niet standvastig genoeg en is de strijd voor de terugkeer van de 4 miljoen vluchtelingen te mak. De Palestijnen verwachten grootste daden van hun leider maar deze lijken er niet te komen totdat de IsraŽli in juli 2000 met een definitief voorstel op de proppen komen. Arafat is de held omdat hij het akkoord weigert te ondertekenen. Volgens hem biedt de overeenkomst geen zekerheid inzake de terugkeer van de vluchtelingen en ontbreekt de regeling die gebiedt tot de volledige teruggave van de bezette gebieden.

2001 wordt een klein rampjaar voor Arafat. Troepen omsingelen zijn woonplaats in Ramalah en Bush verplicht de Palestijnse leider om een premier aan te duiden. Abbas houdt het niet lang vol en wordt opgevolgd door Qorei in april 2003. Ook deze krijgt het aan de stok met Arafat. Ondertussen wordt er druk gespeculeerd over de gezondheid van Arafat. Volgens insiders lijdt hij aan een vorm van Parkinson, maar dit wordt niet bevestigd door de artsen.

Eind oktober krijgt Arafat toelating van de IsraŽlische autoriteiten om zijn schuilplaats te verlaten. Voorlopig verblijft hij nog steeds in het ziekenhuis nabij Parijs. Zijn vrouw en dochter, die al sinds 2001 in Parijs wonen, zien hem eindelijk terug en staan hem bij. Zijn toestand blijft onduidelijk.

Redactie: PieterJan Viaene>
Eindredactie: Tasha Pauwels

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons