Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

De Europese Grondwet... een werk van lange adem

Op 29 oktober 2004 ondertekenden alle staats- en regeringsleiders van de landen behorend tot de Europese Unie, inclusief van de vier kandidaat-lidstaten, de Europese Grondwet. In principe is dit geen Grondwet maar nog steeds een verdrag tussen alle aanwezige staten. Toch komen we dichter en dichter bij een Europese Grondwet in de strikte zin van het woord. En daar doen we stilaan zo’n 25 jaar over.

In het jaar 1979 komen 2 Nederlandse europarlementariërs aandraven met de suggestie voor een Europese Grondwet. Hun voorstel is heel erg summier en weinig realistisch, tenminste zoals de kaarten op dat moment geschud liggen binnen Europa. Het voorstel wordt dan ook niet hartelijk ontvangen, en na enkele discussies zelfs verticaal geklasseerd.

Na wat wijzigingen binnen het Europese kader, worden er vorderingen gemaakt en zien de parlementariërs plots in plots de parlementariërs in, dat een Europese Grondwet zich zal opdringen in de toekomst. Zo vallen in 1986 de grenzen weg waardoor een interne Europese markt ontstaat met vrij verkeer van goederen, werknemers en diensten. Met een opstellen van een Europese Grondwet wil het Europarlement tot een eenvoudigere verdragsstructuur komen.

Belgisch Europarlementariër F. Herman levert vanaf 1989 het voorbereidende werk. Met zijn ontwerpstructuur, zo zal blijken, is Europa al een heel eind op weg. De fundamenten die hij in dit ontwerp legt vinden we zelfs deels terug in het definitieve grondwetsontwerp. Herman zal de Belgische inbreng verpersoonlijken doorheen het groeiproces dat deze Grondwet meemaakt.

Wanneer het Sovjettijdperk in 1989 afloopt, vinden Mitterrand en Kohl elkaar. Samen willen ze aan de kar trekken om Europa een nieuw era in te loodsen. Zowel op monetair als op politiek vlak hopen ze dichter naar elkaar toe te groeien. Dit willen ze concretiseren in het in 1992 gesloten(,) Verdrag van Maastricht. De goedheid van dit Verdrag is jarenlang betwist. Dankzij dit verdrag was het voor de Europese Unie enerzijds makkelijker werken, mede dankzij het meerderheidsprincipe dat geïntroduceerd werd. Zo kreeg het Europarlement meer bevoegdheden. Anderzijds waren alle afspraken gemaakt in achterkamertjes en leek het er sterk op dat alles werd bedisseld zonder inspraak van de burgers. Zo werd de geloofwaardigheid bij de brede basis in twijfel getrokken.

Herman is ondertussen al druk bezig om een ontwerp op tafel te krijgen terwijl de voorzitter van het Europees Parlement pas in april 1990 opdracht geeft tot een studie waaruit het moet blijken of een Europese Grondwet van doen is en überhaupt mogelijk is. In 1993 voltooit Herman zijn ontwerp en in januari 1994 stelt hij het voor. Bizar genoeg zit niemand op een Europese Grondwet te wachten. Er valt pas wat enig enthousiasme te bemerken na de mislukte top van Nice.

Hoe belangrijk het werk van Herman wel was, blijkt duidelijk als men kijkt naar de Verdragen van Nice (2000) en Amsterdam (1997). Deze verdragen gebruikten Hermans fundamenten als dé leidraad. Ook de top van Laken (2001) maakte nog gebruik van het ontwerp-Herman. Tijdens de Europese Conventie maakte het ontwerp-Herman heel wat indruk en zorgde er dan ook voor dat de conventie een vliegende start kon nemen. Drie vertegenwoordigers van het Europese Parlement namen het ontwerp als basis voor hun nieuw plan. Daarmee werkte de Conventie verder van maart 2002 tot september 2002. Hieruit vloeide het eindontwerp van 29 oktober 2004 rechtstreeks voort.

Hét belangrijkste knooppunt dat zich aandiende bij het definitieve grondwetontwerp, voorgesteld op 18 juli 2003 in Thessaloniki door d’Estaing, werd opgelost door het voorstel van Herman. Dat probleempunt was de gemeenschappelijke verdeling van macht in de raad van ministers. Hermans oplossing bestond erin een weging toe te kennen van de staten binnen de raad. Zo kon een land niet zomaar opzij gezet worden en kon de inspraak geconsolideerd worden.

Het ondertekenen van de Europese Grondwet is nog maar de eerste stap in de definitieve bekrachtiging. Van de 29ste oktober af hebben de lidstaten 2 jaar om hun goedkeuring te geven. Zo’n tien landen laten de parlementaire goedkeuring vooraf gaan door een referendum. Zo beslisten de Ieren en de Denen dat een bindend referendum de beslissing zal brengen. Landen als België, Frankrijk, Groot-Brittannië; Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en Tsjechië willen een raadgevend referendum organiseren.

De Europese Grondwet is pas van kracht als alle parlement in de EU-lidstaten hun fiat hebben gegeven. Indien dit niet het geval is zijn er twee mogelijkheden. Mocht dit het geval zijn bij zes of meer lidstaten dan gaat deze Europese Grondwet definitief niet door. Gaat het om vijf of minder lidstaten dan probeert de Europese Raad via wederzijds overleg de knelpunten van ‘de Verklaring voor de bekrachtiging van de Europese Grondwet’ op te sporen en aan te passen.

Verwacht wordt dat de Europese Grondwet tegen 2007 in werking zal treden.

Bijlage:
De Europese Grondwet (PDF-bestand)

Redactie: Pieterjan Viaene
Eindredactie: Bert Fraussen

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons