Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Wie, wat, wanneer en hoe? Alles over de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Iedereen zal het weten, Amerikaanse staatsburger of Congolese straatventer. Op 2 november zijn het verkiezingen in de Verenigde Staten van Amerika. Dan trekken alle stemgerechtigde Amerikanen naar de stembus om hun nieuwe president te verkiezen. Dit jaar hebben ze de keuze tussen George W. Bush en John Kerry. Indien Bush het haalt betekent dit een herverkiezing en tevens zijn laatste legislatuur. Senator Kerry kan voor het eerst president worden van wat momenteel het machtigste land is. De peiling voorspellen in elk geval een nek-aan-nekrace.


Het zou voor Bush niet de eerste maal zijn dat een tegenkandidaat hem het vuur aan de schenen legt. Ook bij zijn vorige verkiezing kwam zijn opponent stevig uit de hoek. De uitslag was zo nipt dat Al Gore, de tegenstrever, een hertelling aanvroeg in de beslissende staat. Uiteindelijk mocht Bush dan toch het roer in handen nemen en dit was het begin van vier bewogen jaren voor de VS.

Het is maar de vraag of de meerderheid van de Amerikanen het zo beroerd vond de voorbije vier jaar. Zo schoten de sociale onderhoudskosten de hoogte in, maar werd de Amerikaanse trots eveneens tot onevenaarbare hoogtes gebracht. Het is die afweging die in het voordeel van een van de kandidaten zal pleiten. Zo is de algemene regel dat Bush voordelige wetten heeft opgelegd aan de rijken en dat Kerry pleit voor de man in de straat. Maar zo eenvoudig ligt het niet, de oorlog in Afghanistan en Irak zorgen voor een veel doorslaggevender argument dan de ziekteverzekering of de pensioenregeling. Zowel Bush als Kerry zijn bereid het op dat punt tegen elkaar op te nemen, zoveel was duidelijk tijdens de megadebatten tussen beiden.

Dat beide heren een staat van dienst hebben binnen het leger is op zich al een reden tot dispuut. Uit het militair dossier van Bush zouden belangrijke nota’s verdwenen zijn die aantoonden dat de man helemaal zijn land niet heeft gediend. En Kerry wordt verweten niet de oorlogsheld te zijn waar hij zich voor uitgeeft, zo zou zijn Bronzen en Zilver Hart onterecht zijn opgespeld. Wat voor Europeanen ondergeschikt lijkt in de aanloop naar zo’n belangrijke verkiezingen, is heel erg belangrijk en gewichtig voor de Amerikaanse kiezers.

De vooraanstaande rol die de Amerikaanse strijdkrachten spelen in landen als Afghanistan en Irak, om de kwaadaardige leiders van de macht te verdrijven, wordt veelal onthaald op gejuich. Zelden worden er kritische vragen gesteld en nog minder vaak stellen de aanhangers van Bush zich vragen bij de uitgaven. Zo blijkt de ‘War on Terror’ handen vol geld te kosten en dat zorgt voor het grootste tekort in de staatskas sinds het ontstaan van de Verenigde Staten.

En alsof het nog niet intens genoeg is met twee zware politieke klappers tegenover elkaar, is het in Amerika ook nog eens de gewoonte dat alle media en vooraanstaanden hun stem openlijk uitspreken voor een kandidaat. Zo sprak de populaire misdaadauteur John Le Carré zich uit voor Kerry. Wellicht de meest gedrevene van allemaal is Michaël Moore, de filmregisseur spreekt zich niet expliciet uit voor Kerry maar wil vooral Bush niet opnieuw voor vier jaar in het Witte Huis zien. Het meest opmerkelijk is toch wel dat internationaal hoogstaande kranten ook meedoen aan dit openbaar stemmen. Zo liet de New York Times rechtuit weten dat ook John Kerry hun voorkeur geniet. En alsof Kerry nog niet genoeg wind in de rug voelt, meldt ook Europa dat ze het liefst de eenzijdige Bush zien verdwijnen.

In elk geval kunnen de beide kandidaten zoals bij elke presidentsverkiezing rekenen op de steun van wat ze dan noemen de running mates. Deze vice-presidentskandidaten nemen een deel van de last van die verkiezing op hun schouderen en voeren net zo intensief campagne om zo ook op hun beurt een deel van de kiezers nar zich toe te trekken. Vaak is dit ook een aanzet tot een eigen grootse politieke carrière. John Kerry krijgt John Edwards aan zijn zijde en President Bush opteerde, logischerwijs, voor Dick Cheney, die nu ook reeds zijn vice-president was tijdens zijn eerste legislatuur.

Maar voor dat de running mate wordt toegewezen wordt eerst nog binnen de partij gestreden. Eerst en vooral wordt uitgemaakt wie de man of vrouw is die naar voor kan geschoven worden om de strijd aan te gaan. Zo sturen de Democraten en de Republikeinen een man naar voor. Zo was het al onmiddellijk duidelijk dat die man voor de Republikeinen Bush zou worden. Daarmee wilde hij perse behalen wat zijn vader niet lukte, een tweede ambtstermijn. Daarna lag de weg open voor zijn rechterhand, Dick Cheney. Spannend was het wel bij de Democraten. Daar was Kerry in een strijd betrokken met John Edwards, senator voor Noord-Carolina. Edwards is een man van het publiek en bespeelt ze dan ook uitstekend. Thema’s als de kloof tussen arm en rijk dichten, de onder- en middenklasse steun verlenen, maar ook zijn looks en uitstraling maakten het Kerry heel erg moeilijk. Van de buitenlandse politiek had hij dan weer niet zoveel kaas gegeten en zo haalde Kerry het uiteindelijk toch. Toen Kerry de mogelijkheid om een running mate uit te kiezen koos hij verrassend voor Edwards. Zijn sterkste opponent werd zijn sterkste medestander. Vermoedelijk koos Kerry als man uit het Noorden voor een man uit het Zuiden om zo de twee terreinen te kunnen bespelen. Deze diversiteiten lag hoogstwaarschijnlijk aan de basis om deze tandem te vormen. Diverse zijn ze zeker niet op elk vlak, zo verklaarden beide heren zich akkoord voor een oorlog in Irak maar wanneer Bush meer financiële middelen wilde vrijmaken voor de strijdkrachten keurden beide senatoren dit resoluut af.

Wie wel eens een sluipend gif zou kunnen worden voor een van de kandidaten is de onafhankelijke kandidaat Ralph Nader. Deze groene jongen deed al eens een gooi naar het presidentschap en wist daarmee enkele vitale stemmen af te snoepen van de grote jongens. Nader scoort vooral goed in de staat Alaska waar de milieuverontreiniging een punt van bezorgdheid is, in de zuidelijk staten moet de man niet veel hoop koesteren.

Nog enkele losse weetjes:

Legislatuur: normaal gezien kan een president maar een totale ambtsperiode hebben van acht jaar. Deze regel werd pas opgelegd in het jaar 1951. Daarvoor is er slechts 1 president geweest die meer dan acht jaar de belangrijkste man van de VS was, Franklin D. Roosevelt. De man overbrugde de moeilijke oorlogsjaren en zat in het Witte Huis van 1932 tot 1945.

Electoral College: het is dit selecte clubje van personen die uiteindelijk bepalen wie de volgende president wordt. Hoe gaat het in zijn werk? Om zowel de verdeling te maken tussen de kiezers en de deelstaten werd dit systeem in de 18de eeuw in het leven geroepen. Alle staatsburgers kunnen kiesmannen aanduiden voor hun eigen staat. Dat zijn 2 senatoren en een aantal volksvertegenwoordigers, dit aantal hangt af van de hoeveelheid inwoners. In totaal betekent dit dat in de volledige VS zo’n 538 kiesmannen en -vrouwen worden verkozen die de uiteindelijke winnaar van de presidentiële verkiezingen zal aanduiden. De man/vrouw met 270 (de helft plus één) stemmen wordt de nieuwe president. Het is zo indien een kandidaat het meest aantal stemmen achter zijn naam kan schrijven in een staat hij alle kiesmannen –en vrouwen achter zich krijgt. Enkel Maine en Nebraska verdelen deze proportioneel. Het systeem kan zo de merkwaardige uitslag geven die we hadden in 2000 voor Al Gore. Daarbij had de toenmalige tegenstander van Bush meer stemmen dan de toekomstige president maar verloor toch de verkiezingen omdat hij niet zoveel staten achter zich kon scharen.

Spannendste race: dat de strijd tussen Al Gore en George Bush een van de spannendste races was uit de Amerikaanse geschiedenis is zeker, maar er waren er nog. Zo stapte John F. Kennedy in 1960 het strijdperk in tegen Richard Nixon. De telling moest zodanig accuraat gebeuren dat de uiteindelijke bekendmaking maar plaats kon vinden de volgende dag, rond de middag. JFK versloeg Nixon nipt, met een score van 49,7% tegen 49,6%, of in absolute cijfers 34.226.731 tegen 34.108.157.
Acht jaarlater was Nixon weer betrokken in wat opnieuw een spannende race zou blijken. Toen nam hij het op tegen de toenmalige vice-president Humphrey. Omdat de president, Johnson, verzaakte aan een tweede ambtstermijn werd Humphrey de arena in gestuurd. Deze delfde het onderspit met 42,7% tegen 43,4% of in stemmen uitgedrukt: 31.275.166 tegen 31.785.480! Ditmaal was het dus Nixon die mocht feestvieren.
De laatste spannende race die ik u wil meegeven was in 1976, toen Ford het opnam tegen Carter. Ford behaalde 48,0% (39.147.573) en Carter haalde het met 50,1% (40.830.763). En ook hier werd de winnaar pas de volgende dag bekend gemaakt, rond 8 uur ’s morgens.

De vrouwen: natuurlijk spelen ook de eega’s van de toekomstige president een grote rol. Ze doet meer dan glimlachend haar man assisteren, ze kan ook wel wat gewicht in de schaal gooien. Kijk maar naar een Jacky Kennedy die prima kon inspelen op de gevoelens van de Amerikanen. Ook ditmaal staat een opmerkelijke vrouw aan de zijde van een van de kandidaten. Naast John Kerry staat Teresa Heinz. Die familienaam zal niemand vreemd zijn en zal zelfs geregeld op de keukentafel prijken, ze staat immers aan het hoofd van het Heinz-ketchupimperium. Daarmee is ze eveneens de erfgename van een concern met als waarde 550 miljoen dollar. Maar daarmee maakt ze nog het minst van al indruk op de Amerikaanse stemmers. Indruk maakt ze door haar ongeremde openhartigheid en haar hart voor het goede doel. Zo houdt ze zich ook vooral bezig met het organiseren van allerlei goede doelen in plaats van de big business. Ze werd wel teruggefloten door de Amerikaanse opinie toen ze opperde dat de vrouw van Bush, Laura Welch, van haar ganse leven nog geen vinger had uitgestoken. Toen de woordvoerder van Bush vroeg of mevrouw Heinz vindt dat de Amerikaanse jeugd onderwijzen en moeder zijn, niets doen is, moest Teresa Heinz inbinden.

De minderheidsgroepen: dat de minderheidsgroepen in Amerika klein zijn is allesbehalve correct. Dit is enkel de benaming voor zij die niet tot de gemiddelde blanke klasse behoren. Zo heb je de homofielen omwille van hun geaardheid, de zwarten omwille van de huidskleur, de moslims omwille van hun geloofsovertuiging,… Dat deze groepen allemaal een homogene stemkeuze zullen maken is weinig waarschijnlijk maar toch ijveren beide kandidaten om deze groep mensen aan hun zijde te krijgen.

  • de homogemeenschap: Zij hadden gehoopt dat het homohuwelijk hoog op de agenda zou komen te staan net voor de verkiezingen. Jammer genoeg maakt ook John Kerry er niet echt een punt van en gaat hij de discussie zelfs vaak uit de weg. Bush verklaarde duidelijk tegen het homohuwelijk te zijn omdat volgens hem het huwelijk een exclusieve verbintenis is tussen man en vrouw. De kans dat zij toch zullen stemmen voor een naar alle waarschijnlijkheid toch gematigdere Kerry is groot.
  • De zwarte gemeenschap: Er is een traditie binnen deze gemeenschap dat het leeuwendeel van de stemmen naar de Democraten gaan. En ook dit jaar ziet het ernaar uit. Toch is er goed nieuws voor het Bush-kamp, want volgens peilingen kan hij zijn zwarte aanhangers verdubbeld zien. Die stemmen zou hij gewonnen hebben binnen de conservatieve katholieke zwarte gemeenschap, zijn standpunten over het homohuwelijk en abortus vielen daar in goede aarde. Veel zwarten zijn dit jaar minder overtuigd dan andere jaren of ze wel hun stem aan de Democraten zullen geven. Deze gemeenschap kan wel wat in de pap te brokken hebben als het gaat om de eindoverwinning. Met kleppers als Al Sharpton en dominee Jesse Jackson aan zijn zijde doet Kerry er in elk geval alles aan om de zwarte gemeenschap naar zich toe te trekken.
  • De Spaanssprekende gemeenschap: met zo’n 14% van de totale Amerikaanse bevolking zijn ze een niet te verwaarlozen doelgroep. En dat heeft Kerry goed begrepen, daarom schuift hij op dit terrein zijn Spaanssprekende vrouw naar voor. Teresa Heinz voert dan ook vaak het woord waar een grote opkomst van Hispanics is. Kerry opteert dan weer om meer aandacht te besteden aan de belangrijkste staat Florida. Daar wonen veel Cubaanse immigranten en die appreciëren traditiegetrouw de anti-Castro-houding van de Republikeinen enorm. Bush schuift dan weer zijn kaholieke standpunten naar voor die goed in de smaak vallen bij de gelovige Hispanics.
  • De moslimgemeenschap: an sich is dit een niet zo grote groep mensen, met zo’n 7 miljoen maken ze amper 2,5% uit van de totale Amerikaanse bevolking. Maar dit maakt ze niet onbelangrijker. De moslim gemeenschap is vooral geconcentreerd rond de staten Florida, Michigan en Pennsylvania, en dit zijn net enkele van de staten waar Bush en Kerry gewaagd zijn aan elkaar. Elke stem telt er dus. De moslimgemeenschap is een gemeenschap binnen de VS die heel erg gevoelig ligt, zo hebben ze de idee dat de Patriot Act (zie verder) vooral de moslims viseert. Ze voelen zich dan ook gedegradeerd tot tweederangsburgers en zouden zo wel eens hun ongenoegen kunnen uiten tegen president Bush. Die kreeg trouwens bij de vorige verkiezing het absolute vertrouwen van deze gemeenschap. Nu heeft de grootste koepel van moslims, de AMT, zich al uitgesproken tegen Bush en onrechtstreeks dus voor Kerry. De inval in Irak, de gematigde inzet voor het Israël-Palestina conflict en de Patriot Act zit hen dwars. Volgens peilingen stemt 76% van de moslims op Kerry tegenover 7% voor Bush, wat voor die laatste een groot verlies zou betekenen.

De swingstates: dit zijn de tien staten waar beide partijen het laken nog naar zich kunnen toehalen. Met andere woorden, in deze staten is nog helemaal niets beslecht en in de overige staten weet men al lang wie het zal halen. Oregon, New Mexico, Minnesota, Iowa, Wisconsin, Ohio, West Virginia, Pennsylvania, New Hampshire en Florida worden vertegenwoordigd door zo’n 116 kiesmannen. Uiteraard concentreren Bush en Kerry zich op deze staten. En plots komt kleine vis Nader de kop opsteken. Nader kan nogal wat stemmen afsnoepen van de Democraten in vijf van de tien swingstates.

Patriot Act: deze wet zou er moeten voor zorgen dat de Amerikaanse veiligheidsdiensten meer grip krijgen op terroristen. Het zou de politionele diensten mogelijk maken om buitenlanders zonder proces op te pakken, op te sluiten en uit te wijzen. De eigendommen van de verdachte personen zouden zonder meer kunnen in beslag genomen worden. Daarenboven wordt het de veiligheidsdiensten makkelijker gemaakt om telefoonlijnen af te luisteren en e-mails te onderscheppen.
Deze wet is opgesteld door Bush zijn Minister van Justitie, John Ashcroft. Uiteraard vindt Bush dit dan ook een goede wet en moet die volgens hem behouden blijven. Hoe Bush erover denkt is kan je merken aan dit stukje uit zijn State of the Union van dit jaar:

Inside the United States, where the war began, we must continue to give homeland security and law enforcement personnel every tool they need to defend us. And one of those essential tools is the PATRIOT Act, which allows federal law enforcement to better share information, to track terrorists, to disrupt their cells and to seize their assets. For years, we have used similar provisions to catch embezzlers and drug traffickers. If these methods are good for hunting criminals, they are even more important for hunting terrorists. Key provisions of the PATRIOT Act are set to expire next year. The terrorist threat will not expire on that schedule. Our law enforcement needs this vital legislation to protect our citizens - you need to renew the PATRIOT Act.

Kerry denkt er anders over, hij zou de wet liever laten uitdoven tegen december 2005. Nader heeft een duidelijker standpunt en zou de wet onmiddellijk afschaffen. Ook de Congresleden zijn verdeeld als het komt op de Patriot Act. Velen hebben in shock gestemd voor de wet (amper één maand na de aanslag op de WTC-torens) en zien nu hun fout in. 72% van de Amerikaanse bevolking denkt echter dat deze wet hun veiligheid ten goede zal komen. De Patriot Act maakt deel uit van de verkiezingscampagne van alle kandidaten.

Op het moment van schrijven hadden in de VS al 1 miljoen personen hun stem uitgebracht. Stemmen kon nu al om de drukte wat te omzeilen op 2 november want dan trekken alle stemgerechtigde en ingeschreven kiezers naar de stembus. Wie het wordt weten we op 2 november en indien het even spannend wordt als in 1960, 1968, 1976 of 2000 moeten we misschien wachten tot 3 november. Maar één ding is zeker, het wordt Bush of Kerry!

Redactie: Pieterjan Viaene

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons