Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Eenmaal om de vier jaar trekken de Amerikaanse burgers naar de stembus voor de presidentsverkiezingen. Deze gaan nooit onopgemerkt voorbij. Ze vinden in 2004 plaats op 2 november, zoals altijd op de dinsdag na de eerste maandag in november. De Amerikanen zullen kiezen tussen twee significante kandidaten George W. Bush, uittredend president en Republikein en de Democraat John Kerry en de derde "groene" kandidaat Ralph Nader, die bij de vorige presidentsverkiezingen ook al roet in de campagne voor de Democratische Al Gore strooide. Wat zijn rol nu zal zijn, moet nog blijken. Politics.be probeert voor u het nogal ingewikkelde verkiezingssysteem te verduidelijken.
Hoe werkt het voor de burger?

Inhoud

  • Hoe werkt het voor de burger?
    • Registratie
    • Voorverkiezingen
    • De Democratische race: hoever staat het nu?
    • De campagne
    • Kiesmannen en kiescollege
  • Het tweepartijenstelsel in het licht van de verkiezingen.
  • De kandidaten
    • De democraat John Kerry
    • De Republikein George W. Bush
    • De derde kandidaat Ralph Nader

Hoe werkt het voor de burger?

Registratie
Voor de modale burger begint het allemaal met de registratie. Vooraleer de Amerikanen kunnen stemmen, moeten ze zich laten registreren. Ze kunnen zich laten registreren als Democraat, Republikein of als onafhankelijke kiezer. Wanneer ze ingeschreven zijn op de kiezerslijsten, wat dus niet automatisch gebeurt zoals in België, kunnen ze meestemmen bij de voorverkiezingen van hun eigen partij. Dit kan gebeuren via Primary of via Caucus. Alle Amerikaanse staatsburgers ouder dan 18 jaar die zich hebben laten inschrijven op de kiezerslijsten zijn stemgerechtigd.

Voorverkiezingen
Het voorverkiezingsseizoen begint in januari van het verkiezingsjaar. De Amerikaanse bevolking kan dan de twee kandidaten bepalen die het in november tegen elkaar gaan opnemen voor het eigenlijke presidentschap. Bush werd door de Republikeinen als enige kandidaat naar voren geschoven. Niemand wilde het tegen hem opnemen binnen de eigen partij, dus zijn er dit keer bij de Republikeinen geen voorverkiezingen. Bij de democraten waren er verschillende kandidaten, maar daarover later meer.
Eerst beslist men binnen een partij wie er kandidaat wordt. Deze voorverkiezingen kunnen op twee manieren beslecht worden, door Primaries en Caucussen. Voor de Primaries brengen de kiezers gewoon een stem uit op de kandidaat van hun keuze. Er bestaan zowel Primaries binnen de eigen partij, als Crossover Primaries waarbij ook de geregistreerde kiezers van de andere partij mee mogen beslissen wie de kandidaat wordt bij vb. de Democraten. ER vindt dan een gewone stembusgang plaats.
Een Caucus werkt heel anders. De mensen komen dan naar een bepaalde ontmoetingsplaats, daar laten ze dan hun voorkeur blijken door hun hand op te steken, of in een hoek te gaan staan voor een bepaalde kandidaat. Deze bijeenkomsten zijn gesloten. In sommige staten krijgt degene met de meeste stemmen van die staat alle afgevaardigden. Soms krijgt iedere kandidaat een deel van de afgevaardigden.
In het voorverkiezingstadium worden afgevaardigden verkozen. Die vertegenwoordigen de bevolking. De mensen kiezen een afgevaardigde die op één van de kandidaten gaat stemmen. Een kandidaat heeft in de voorverkiezingen dus nood aan zoveel mogelijk afgevaardigden om uiteindelijk als presidentskandidaat gekozen te worden. Een kandidaat heeft een meerderheid bij 2161 afgevaardigden. Dan is hij zeker van een kandidatuur voor het presidentschap.

De democratische race: hoever staat het nu?
De Democraten moesten niet echt verbaasd zijn toen John Kerry uiteindelijk op 3 maart als eindkandidaat uit de bus kwam. Hij won de ene voorverkiezing na de andere. Zijn laatste opponent, de vijftigjarige John Edwards, gaf de strijd op na een nipt verlies op Super Tuesday 2 maart. Kerry haalde het toen in 9 van de tien staten waar voorverkiezingen gehouden werden. Veelal worden voorverkiezingen gehouden op dinsdag. Als er dan een groot aantal samenvallen, wordt die dag Super Tuesday genoemd. Deze dag bezorgt de kandidaat die scoort een hoop publiciteit. Hij heeft dan niet enkel veel afgevaardigden, maar dit moment is meestal ook beslissend voor de rest van de campagne. John Edwards putte uit zijn overwinning in Wisconsin nieuwe moed om het op te nemen tegen Kerry, maar op Super Tuesday bleek dit nutteloos. Winsconsin was ook het keerpunt voor Howard Dean. Hij verwachtte een hoge score, toen die verwachting niet ingelost werd, smeet hij de handdoek in de ring. Toen de campagne van start ging, werd hij nochtans als een grote kanshebber beschouwd. Ook de andere Democratische kandidaten moesten de strijd om het Witte Huis opgeven.

De campagne
Als twee presidentskandidaten bekend zijn, begint de eigenlijke campagne. Iedere Amerikaanse politicus, afgevaardigde, senator, burgemeester of president heeft geld nodig om campagne te voeren. Meer geld betekent meer publiciteit, zo eenvoudig is het. Zo stromen er iedere verkiezing opnieuw weer honderden miljoenen dollars in de campagne kassen.
Hoewel er in de VSA geen systeem is van publieke financiering, doen de publieke financiën toch hun duit in het zakje. Vanaf het begin van de campagne mag een presidentskandidaat hetzelfde bedrag als het door hem ingezamelde geld vragen aan de overheid. Die verdubbelt met andere woorden gewoon het bedrag. De kandidaat moet zich hiervoor wel aan bepaalde regels houden. De meeste kandidaten kiezen voor dit systeem. Het betekent dat iedere dollar wordt "gematched" tot een bedrag van 250 $ per gift. De voorwaarde is dat de kandidaat niet meer dan 40 miljoen dollar uitgeeft in de periode van de Primaries. Dit maximum zorgt ervoor dat sommige kandidaten hun verkiezing liever zelf financieren. De steenrijke Steven Forbes deed dit in 1996 en in 2000. Hij haalde er niet echt veel stemmen mee, maar het kostte hem wel een hoop geld.
Een campagne is ook een uitstekende manier voor een kandidaat om te laten zien dat hij een organisatie kan leiden, de juiste mensen kan aantrekken, financiers enthousiast kan maken voor zijn boodschap, kortom, dat hij organisatorisch wel wat aankan.

Kiesmannen en kiescollege
Amerikanen stemmen op kiesmannen voor hun staat, niet op de presidentskandidaten zelf. De president wordt ook niet verkozen op 2 november, maar in december, als in Washington het kiescollege bijeenkomt. Dan bepalen de kiesmannen van de vijftig staten wie heeft gewonnen. Een meerderheid is nodig. Het totale aantal kiesmannen is gelijk aan het aantal Afgevaardigden in the House of Respresentatives plus het aantal Senatoren in de Senaat. Dat maakt: 435 Afgevaardigden plus 100 Senatoren, plus drie kiesmannen voor Washington DC ( dat geen stemmende Afgevaardigde heeft, maar wel kiesmannen) = 538 kiesmannen, die te verdelen zijn. Wie er 270 haalt heeft gewonnen.
Iedere staat heeft zoveel kiesmannen als hij Afgevaardigden en Senatoren heeft. Monatana 3, Californië 54. Er zijn grote verschillen. De kandidaten concentreren zich dan ook op de staten, niet op de landelijke percentages om hun strategie te bepalen. Er zijn een aantal vrij grote zekerheden, namelijk dat een Democraat Californië haalt en een Republikein zonder die staat zal moeten winnen. Een Democraat beseft dat het zinloos is campagne te voeren in een staat waar Republikeins gestemd wordt en vice versa.
Op 2 november kan iedereen in de Verenigde Staten naar de stembus en brengt zijn stem uit. De strijd concentreert zich vooral op de grote staten waar zowel de Democraten als de Republikeinen kunnen winnen. Het loont om op te letten op de kiesmannen en wat minder aandacht te besteden aan de stemmenpercentages.

Na de verkiezingen vormen de kiesmannen het kiescollege. Zij zullen uiteindelijk de president kiezen. Zeer belangrijk detail, in de helft van de staten zijn de kiesmannen verplicht te stemmen op de winnaar van hun staat, in de andere helft niet. Er kunnen dus kiesmannen, mochten ze dat willen, op een andere kandidaat stemmen. Op deze manier kunnen ze toch nog de uitslag van de verkiezingen veranderen. Dit is al acht maal in de geschiedenis van de VSA gebeurd.

Door het kiesmannensysteem kan het gebeuren dat de ene kandidaat de meerderheid heeft van de stemmen, maar dat de andere kandidaat toch wint met de meerderheid van de kiesmannen. Het kiesmannenstelsel is gebaseerd op een meerderheidsstelsel en niet op evenredige vertegenwoordiging. De kleinste staten hebben allemaal 3 kiesmannen ongeacht het aantal inwoners. De staat Wyoming in de VS heeft 0,18% van de inwoners van de VS, maar met drie kiesmannen, beschikt de staat wel over 0,56% van het totale aantal kiesmannen. Bij Californië is het net omgekeerd. Deze staat heeft 11,97% van het totale inwonersaantal van de VS, maar krijgt slechts 10,04% van de kiesmannen. Zo is dat bij meer staten het geval. De kiezers zijn dus niet altijd evenredig vertegenwoordigd door hun kiesmannen. Hierdoor kan het voorkomen dat een kandidaat met een minderheid aan stemmen, toch president wordt.

De kiesmannen komen samen in de hoofdstad van hun staat op de maandag na de tweede woensdag van december. Dan stemmen ze officieel wie er president en vice-president wordt. De uitslag wordt op 6 januari officieel in de Senaat bekendgemaakt. Wie 270 of meer kiesmannen haalt wordt de volgende president van de Verenigde Staten.

Het tweepartijenstelsel in het licht van de verkiezingen

De Verenigde Staten kennen sinds de onafhankelijkheid in 1776 een tweepartijenstelsel. De huidige twee partijen, de Republikeinen (Republican Party, symbool de olifant) en de Democraten (Democratic Party, symbool: de ezel) stammen van vóór de Burgeroorlog. Sindsdien bepaalden zij het politieke leven. Elke president die na 1860 is gekozen, was kandidaat van één van beide partijen. Ook bij de keuze van de gouverneurs en van de vertegenwoordigende organen in de staten geven deze partijen de toon aan. Wel stellen bijv. de Socialist Party, de Socialist Labor Party of de Prohibition Party bij allerlei verkiezingen ook kandidaten, maar in de praktijk is het vrijwel onmogelijk om gekozen te worden als je niet de steun geniet van één van de twee grote partijen. De Amerikaanse communisten, verenigd in de Socialist Workers Party, hebben weinig tot geen betekenis. Op nationaal niveau zijn beide partijen echter niet veel meer dan losse, voortdurend veranderende electorale coalities. Men moet deze om de vier jaar met veel moeite activeren om zich eensgezind achter een presidentskandidaat te scharen.

Op het niveau van de federale staten en lager vertonen de partijen meer samenhang. Ze vertonen grote verschillen met de grote politieke partijen in Europa. Zo kennen zij bijna geen betalende leden en worden partijbijeenkomsten, als ze er al zijn, door weinig mensen bezocht. De partijen houden zich ook niet bezig met voorlichtings- of vormingswerk en van een beginselprogramma is geen sprake. Ze kennen geen partijbureaucratie. De partijen beschikken zowel op nationaal niveau als op dat van de staten slechts over een kleine staf van betaalde krachten. De partijorganisaties zijn er vnl. om bij verkiezingen kandidaten te steunen. Dat zorgt ervoor dat hun activiteiten heel tijdelijk zijn. Beide partijen hebben weliswaar een nationaal comité waarin één man en één vrouw uit ieder van de vijftig staten zitting hebben, maar dit comité heeft zeer beperkte bevoegdheden, evenals de nationale voorzitter die door het comité wordt aangewezen. De voorzitter is geen partijleider zoals wij die in Europa kennen. Is de partij op nationaal niveau aan de macht, dan bepaalt het Witte Huis de partijlijn. Is zij in de oppositie dan hebben invloedrijke leden van het Congres of gouverneurs het voor het zeggen. De structurele en ideologische zwakte van beide partijen heeft haar gevolgen in het Congres. Vaak stemmen bijv. rechtse Republikeinen en Democraten uit het zuiden samen vóór of tegen een wetsontwerp. Vertegenwoordigers van minderheden vormen stemblokken ongeacht hun partijachtergrond. De activiteiten van de lobbyisten, vooral dan in de Senaat, zijn van meer invloed dan de partijdiscipline.

De kandidaten

De Democraat John Kerry
John Forbes Kerry werd op 11 december 1943 geboren in Denver, Colorado. Zijn vader was tijdens de oorlog vrijwilliger in het Amerikaanse leger. Kort na de geboorte van John verhuist de familie Kerry naar Massachusetts.

John Kerry is gehuwd met Teresa Heinz-Kerry, de schatrijke weduwe van de bekende ketchupproducent en senator John Heinz. Ze hebben samen twee dochters, Alexandra en Vanessa. Teresa heeft uit een vorig huwelijk al drie zonen.

Hij studeerde rechten op de universiteit van Yale en op de Boston College Law School. Als hij afgestudeerd is, gaat Kerry bij de marine. Hij vecht tussen 1966 en 1970 mee in de Vietnam-oorlog. Hij ontvangt diverse onderscheidingen voor zijn inzet. Kerry veroordeelt na zijn terugkomst de oorlog in Vietnam. Hij wordt woordvoerder voor 'Vietnam Veterans Against the War'. In 1972 stelt hij zich verkiesbaar voor het Congres, maar dat mislukt.

Kerry neemt in de jaren zeventig weer zijn diploma ter harte. Als openbaar aanklager pakt hij de georganiseerde criminaliteit aan. Hij reorganiseert het justitieel systeem in zijn district. Zijn politieke loopbaan loopt verder in 1982. Hij wordt dan gekozen tot vice-gouverneur van de staat Massachusetts. Twee jaar later wordt hij senator in Washington voor dezelfde staat. Hij wint ook de verkiezingen in 1990, 1996 en 2002.

Kerry werd voor de presidentsverkiezingen in november 2004 de kandidaat voor de democraten. Hij neemt het op tegen republikein George W. Bush.

De politieke inhoud van Kerry's campagne blijft een beetje vaag. Hij heeft niet een paar speerpunten in zijn campagne. Hij probeert constant zijn hele verkiezingsprogramma te verkopen. Ee erg links georiënteerd democratisch programma. Kerry is zeer progressief op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en milieu. Zijn voorstellen voor het economisch beleid zijn tegelijk erg gematigd. Hij staat wel achter de aanval op Irak.

John Kerry lijkt een ideale president. Hij is lang, knap, charismatisch, slim, rijk en ook nog eens een oorlogsheld. Maar zijn goede eigenschappen zouden hem ook zuur kunnen opbreken. De gewone burger verbleekt ineens wel heel erg bij de succesvolle Kerry. The Washington Post noemt dit het 'Kerry-effect'. Momenteel is hij de populairste Democratische presidentskandidaat. Na Super Tuesday gaf de laatste andere presidentskandidaat voor de Democraten, John Edwards op.

De Republikein George W. Bush
Bush jr., George Walker is geboren in New Haven op 6 juli 1946. Hij is de 43ste president van de Verenigde Staten. Bush is de oudste zoon van de 41ste president George Bush. Hij behaalde een graad (MBA) aan de Harvard Business School en begon zijn carrière in het bedrijfsleven bij een olie- en gasbedrijf in Texas. In 1988 maakte hij de overstap naar de politiek als adviseur van zijn vader. In 1994 stelde hij zich als republikein kandidaat voor het gouverneurschap van Texas. Hij kon met een zeer klein verschil de Democraat Ann Richards verslaan.

In nov. 1998 werd hij met een overweldigende meerderheid van de stemmen herkozen. Hij behaalde 69%. Opvallend was de steun die van de Spaanstaligen kreeg in Texas. Zij maken daar een kwart van de bevolking uit. Bush profileerde zich als een gematigd conservatief. De verbetering van het onderwijs was zijn belangrijkste punt. Hij is een voorstander van de doodstraf en wilde een krachtdadigere aanpak van de criminaliteit.

Begin 1999 stelde Bush zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen in november 2000. Als gematigd Republikein kon hij de grote tegenstellingen binnen de Republikeinse partij overbruggen.Hij bleek echter slechts over een gebrekkige kennis van zaken te beschikken. In de aanloop naar de partijcongressen wist Bush zijn positie te bestendigen. Bush koos als 'running mate' voormalig minister van Defensie (onder zijn vader) Dick Cheney.

De verkiezingsstrijd tegen de Democratische kandidaat Al Gore draaide inhoudelijk vooral om Bush' belofte van belastingverlaging, terwijl Gore voorrang gaf aan schuldaflossing en het veiligstellen van de pensioensvoorziening. De diep gelovige Bush kwam tegelijk ook op voor de traditionele gezinswaarden en particuliere hulpverlening, dit eveneens als alternatief voor sociale zekerheid. In de nacht na de verkiezingen van 7 nov. 2000 bleek de einduitslag af te hangen van de uitslag in Florida. Minimale verschillen, onduidelijke stembiljetten en slecht werkende telmachines zorgden ervoor dat wekenlang handmatige hertellingen plaatsvonden. Er volgden ook rechtszaken tot aan het federale Hooggerechtshof toe. Op 13 dec. erkende Gore zijn nederlaag.

De strijd om de uitslag en het feit dat Gore in totaal meer stemmen had gekregen, leidde tot een verscherping van de tegenstellingen tussen beide grote partijen en betekende dat de nieuwe president een zwak mandaat zou hebben. Dit werd nog onderstreept door de uitslag van de Congresverkiezingen: in de Senaat hadden beide partijen nu evenveel zetels. Maar de kleine Republikeinse meerderheid in het Huis slonk verder. Uiteindelijk verdween deze meerderheid helemaal toen de Republikeinse senator James Jeffords van Vermont in mei 2001 opstapte.

Bush had weinig of geen internationale ervaring. Hij liet het nationale belang liet primeren boven internationale afspraken en VN-samenwerking. Zijn afwijzing van het Kyoto-verdrag over de uitstoot van broeikasgassen leidde tot veel kritiek uit het buitenland. Ook was Bush van plan de defensie-uitgaven te verhogen en een begin te maken met een strategisch schild tegen vijandelijke raketten - waarvoor de VS in dec. 2001 eenzijdig het ABM-verdrag opzegden. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington verklaarde Bush de oorlog aan het internationaal terrorisme. Hij wist bijna alle landen achter zich te krijgen in een coalitie tegen het terrorisme. Ook in het escalerende conflict in het Midden-Oosten tussen Israël en de Palestijnen moest Bush gedwongen bemiddelen. In zijn 'State of the Union', de Amerikaanse troonrede, van febr. 2002 richtte Bush zich in felle bewoordingen tegen de zgn. 'as van het kwaad': de in zijn ogen met elkaar verbonden schurkenstaten als Irak, Iran en Noord-Korea. Ook voor zijn populariteit in het binnenland bleek 11 september 2001 een positief punt. Voordien werd hij gezien als de man die zich door manipulaties een plek in het Witte huis had weten te verwerven. Hij kreeg in het begin veel kritiek te verduren om zijn geringe kennis van zaken. Na 11 september kenterde dit. Bush ontpopte zich als een krachtige leider voor alle Amerikanen in een crisistijd. De meeste criticasters moesten hun mening herzien.

Aangemoedigd door neo-conservatieve ideeën binnen zijn regering - vooral geuit door vice-president Cheney en defensieminister Donald Rumsfeld - formuleerde Bush in 2002 een nieuwe strategische visie, waarin de Amerikaanse militaire hegemonie centraal stond. Hij vond dat preventieve aanvallen als gerechtvaardigd waren, als ze de nationale veiligheid waarborgden. Hij schakelde het Talibanregime in Afghanistan (2001) uit. In maart 2003 werd de Irakese dictator Saddam Hoessein verdreven, zonder dat er een directe aanval op de VS aan voorafging. Bush lette op en maakte niet dezelfde fout. Goerge sr, schonk te weinig aandacht aan de economie. Hierdoor werd hij ondanks militair succes niet herkozen. Al tijdens de oorlog drong Bush jr. bij het Congres aan op belastingverlaging voor hogere inkomens, om de economie te stimuleren.

De Republikeinen vertrekken in 2004 vanuit poleposition. Ze bezetten het Witte Huis en ze hebben een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en tegelijk, zij het een nipte meerderheid in de Senaat. President Bush heeft geen tegenstanders binnen zijn eigen partij. De Republikeinen konden de voorronde aan zich laten voorbij laten gaan. Ze konden zich ineens concentreren op de eigenlijke verkiezingen.

De derde kandidaat Ralph Nader
Hij maakte op 22 februari bekend dat hij ook opnieuw wil deelnemen aan de race om het Witte Huis. Hij is bijna 70 jaar oud. In 2000 speelde de ecologist ook al een belangrijke rol. Hij staat vooral bekend om zijn ecologisme, bescherming van de consumentenrechten en omdat hij toen het linkse kamp wist te verdelen. De Democraten verweten hem de nipte nederlaag van Al Gore. Nader snoepte vooral in betwiste verkiezingen in Florida linkse kiezers af van Gore. De leidinggevende Democraten vrezen nu opnieuw zo'n scenario dat enkel in het voordeel van Bush speelt.

Nader beweert dat de grote partijen steeds meer vervlakken. De verschillen zijn niet echt duidelijk meer. Tegelijk vindt hij dat de belangrijke thema's in de verkiezingsstrijd niet aan bod komen en dat de machtige multinationals het Witte Huis te veel in hun macht hebben gekregen. Ook de Irak politiek van Bush breekt Nader af.

Bronnen:
De Standaard
Amerika.nl
Theunitedstatesofamerica.nl

Redactie: Brenda Lioris

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons