Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Verslag van een debat over het vertrouwen in justitie

Uit een onderzoek in Nederland bleek dat tussen 1981 en 1991 het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak gedaald is. Deze daling hangt samen met eveneens een daling van het vertrouwen in de rest van de openbare instellingen en de democratie. De Nederlanders die veel vertrouwen hadden in de instellingen hadden dit eveneens in de rechtspraak. Momenteel heeft 70% van de Nederlanders veel vertrouwen in de rechtspraak.

Een vergelijkend onderzoek werd onlangs gehouden in BelgiŽ. De officiŽle resultaten laten nog op zich wachten, maar enkele tendensen kunnen we wel vaststellen. 57% van de ondervraagden heeft weinig tot geen vertrouwen in justitie. Ze zien liever dat de burger nauwer bij de procedure betrokken wordt. Het vertrouwen in justitie is het hoogst in Vlaanderen. Het neemt af met de leeftijd en neemt toe met het opleidingsniveau. Significant is ook weer hier dat het samenhangt met vertrouwen in de rest van openbare instellingen. De twee belangrijkste pijlers voor de democratie zijn enerzijds de legitimiteit, die zich vertaalt in de hoeveelheid vertrouwen dat de burger heeft in de instellingen. Anderzijds is er de slagkracht van de democratie. Dit betekent het vermogen van de overheid om te zorgen voor veiligheid, justitie, werkgelegenheid,Ö Hierin bevindt zich juist de link tussen democratie en justitie.
We moeten eerlijk zijn, er is de problematische werking van justitie, maar de laatste jaren heeft men werk gemaakt van hervormingen en veranderingen. Men heeft o.a. een Hoge Raad voor Justitie opgericht, de mogelijkheden tot rechtsbijstand zijn vergemakkelijkt. Toch blijft e de bevolking zitten met ongenoegen. En soms is het wel terecht. Als we even verder kijken, zien we dat het probleem zich op tenminste drie domeinen bevindt.

Allereerst klaagt 80% van de ondervraagden over een gebrekkige informatie over justitie. En maar liefst 74 personen op honderd zijn ontevreden met de taal die jusristen hanteren.
Guy Tegenbos, journalist bij de standaard licht toe:
ď Eťn van de grote problemen die ik in justitie zie, is dat men het te lang aan juristen heeft overgelaten. Enkel aan juristen. En justitie is te belangrijk om enkel aan juristen te worden overgelaten. Er is niet enkel weinig vertrouwen in justitie, maar ook in de overige openbare instellingen. Dit heeft niet enkel gevolgen voor de politieke democratie, maar ook voor de economie. Bedrijven investeren weinig of niets in BelgiŽ omdat de kans hier klein is dat je een proces krijgt, of omdat het zo lang duurt eer je je recht krijgt.
Het vertrouwen van de burgers in de instellingen wordt meer en meer op economisch vlak een concurrerende factor voor landen onderling. Na de eenmaking van de munt, en de Europese instellingen is dit zowat het enige dat hen nog rest. Het vertrouwen in de instellingen wordt dan de indicator. En juist dat vertrouwen is laag. Justitie draait niet. De output is laag en de kosten van de instellingen zijn hoog. Men heeft justitie te lang enkel aan juristen overgelaten. De brede samenleving moet mee kunnen sturen. Want er is bij de politici weinig aandacht voor de werking van de bestaande instellingen. Men komt steeds op de proppen met nieuwigheden, maar over de inhoud van de bestaande infrastructuur wordt met weinig inhoud gepraat.
Dan kom ik op het punt van de taal. Gerechtstaal is een zeer gesloten taal. Men doet te weinig inspanningen om ze te verbeteren. Er is geen systematisch beleid hierover. Als we vergelijken met Nederland, waar de magistraten hun best doen om in begrijpelijke taal recht te spreken tegen de rechtzoekende. Dat ontbreekt hier.
Is het mogelijk voldoende informatie te vinden over justitie? Sinds 1995 zijn er redelijke vorderingen gemaakt. Met folders, brochures, diensten waar men terecht kan voor informatie, is al een deel van de inspanningen geleverd. De burger kan zonder al te veel speciale inspanningen aan heel wat informatie geraken.
Een belangrijk kanaal dat bijgekomen is: de woordvoerder van het gerecht. Het is een grote vooruitgang, maar de andere takken van de samenleving hebben minder moeite met communicatie. Ze zijn minder krampachtig in hun houding om informatie te verstrekken. Informatie aanbieden is trouwen eindig. Een publiek gaat pas echt geÔnformeerd worden als het zelf mee om die informatie vraagt.
Daarom moet er mijns inziens, werk gemaakt worden van twee pijlers.
Er moet een uitbouw komen van de eerste lijnszorg. Een aantal initiatieven hiervoor bestaan al, maar deze moeten veel verder gaan. Bij andere complexe sectoren, zoals sociaal recht en de gezondheidssector is het vertrouwen in de werking vrij groot. De burger kan bij professionele belangenvertegenwoordigers informatie krijgen. Deze instanties zullen ook collectieve en individuele belangen verdedigen. Bij justitie ontbreekt dit. Een soort vakbond voor werkzoekenden bestaat niet. Er is nood aan een georganiseerd intermediair.
Wat de begrijpelijke taal betreft. Justitie volgt vooral haar eigen logica i.p.v. zich toe te spitsen op het dienen van de rechtzoekende in zijn eigen taal. Justitie is wat dit betreft niet klantvriendelijk.

Persmagistraat Peeters:
We mogen het belang van een ontwikkelde vaktaal ook niet onderschatten. Er is een dubbele bodem. De rechtstaal is ongeschikt om te communiceren met diegenen die niet ingewijd zijn. Maar het recht is ook een wetenschap, en heeft net zoals de andere wetenschappen een eigen taal en een eigen terminologie. Onder juristen is deze taal een hulpmiddel om helder, kort en bondig te verduidelijken waarover het juist gaat. Maar tegelijk hebben we te maken met een menselijk geschil. Hierbij staat de communicatie met de rechtzoekende centraal. Hierin wordt nog vaak tekort geschoten, hoewel men momenteel ook hiervoor maatregelen treft. Maar dit tekort aan degelijke en duidelijke communicatie kan ervoor zorgen dat de burger van zijn proces vervreemd. En dan krijgt het vertrouwen in justitie een deuk. Momenteel leert men jonge magistraten makkelijker communiceren. Dus de zorg is er wel.

Vice- Stafhouder Wens:
Advocaten staan mensen bij in de doolhof van justitie. Maar het zijn veelal bekwame juristen om te vertalen. Ze vertalen vonnissen naar gewoon, helder Nederlands, en ze brengen tegelijk de eisen van hun cliŽnten over naar de rechtbank. Justitie evolueert op dit vlak zeer snel. De advocaten doen hun best, we mogen het niet aan advocaten blijven verwijten. Anderzijds heeft de juridische taal ook haar verdienste onder beroepsgenoten.
Het probleem situeert zich trouwens niet alleen bij justitie, maar alle berichten van de overheid moeten in begrijpelijke taal worden opgesteld. En de advocatuur leidt nu ook jonge juristen hiervoor op.
Maar we mogen ons ook niet vergissen. Dat vertaalwerk is niet de enige taak van een advocaat. Een rechtzoekende wil ook en vooral bijgestaan worden door zijn advocaat.

Tweede pijnpunt is de traagheid van het gerecht. De gerechtelijke achterstand.
Peeters:
Wat is juist gerechtelijke achterstand? Als de doorlooptijd van de gerechtelijke procedure buiten de wil van de partijen om onaannemelijk lang duurt. Meestal wordt dit op termijn van 6 maanden gezet. Niet meer dan zes maanden verschil tussen het ogenblik waarop het voor de rechter kan komen, en het moment waarop het effectief voor de rechter gepleit wordt. Vaak wordt ook vergeten dat de meeste gewone eerste lijnsrechtbanken geen achterstand hebben. Het gaat dan om vredegerechten, politierechtbanken, en rechtbanken van eerste aanleg. Het probleem situeert zich vooral bij de hoven van Beroep. Het is een ernstig probleem, want de procedure loopt maar zo snel als zijn traagste schakel.
Mensen wiens proces te lang aansleept, dreigen hun recht te verliezen. Daarbij komt nog het voordeel voor hen die van de rechtsgang gebruik willen maken. Nieuwe middelen zijn ondertussen ingezet, maar de achterstand blijft. En deze zou pas tegen 2008 kunnen weggewerkt zijn. Maar ook andere overwegingen zijn misschien nodig. Want met de kwestie input-output alleen geraken we er niet. Men zal moeten nadenken over een vereenvoudiging van de procedures, de wijze waarop het strafonderzoek wordt gevoerd, alternatieve geschilbeslechting,Ö
Deze alternatieve geschilbeslechting wordt trouwens in het algemeen positief onthaald. Maar men zou ook werk kunnen maken van meer bemiddeling binnen de procedure zelf. Een andere rechter kan dan de rol van bemiddelaar op zich nemen.
Onze geciviliseerde maatschappij kan zich ook beroepen op andere methoden dan het klassieke autoritaire model van geschiloplossing. Want deze laatste komt neer op de creatie van een nieuwe juridische waarheid door de rechter. De rechter zou de partijen ook kunnen begeleiden en hen helpen om zelf tot een oplossing te komen.

Tegenbos:
Eigenlijk is BelgiŽ een apenland, want in Antwerpen kampt men al jaren met een tekort aan magistraten en nu is men tevreden met de belofte dat dit waarschijnlijk zal opgelost worden binnen twee jaar. Op deze manier blijf je met een tekort kampen. De overheid werkt niet zoals het hoort. De politiek zelf hecht niet genoeg belang aan de werking van de instellingen en van justitie.
Achterstand betekent meten wat fout is. De normale verwachting is dat er zo snel mogelijk recht wordt gesproken. In het justitiegebouw ontbreekt het aan management. Ze zetten de middelen die ze hebben niet efficiŽnt genoeg in. Op elk lager niveau hebben ze niet de mogelijkheden om zelf beslissingen te nemen. Brussel moet steeds bij het overleg betrokken worden.
De instrumenten voor het management ontbreken. Men beschikt als het ware niet over boordtabellen. De meest elementaire gegevens en meetinstrumenten zijn niet aanwezig. We moeten ze opbouwen, maar ik zie het niet gebeuren.
Er zijn te weinig rechters. Nochtans hebben we een procentueel een enorm hoog aantal rechters wat de bevolking betreft.Onze overheidsinstellingen slorpen veel geld op, maar ze lossen de verwachtingen niet in. We sturen tegelijk ook te veel conflicten naar een fout bemiddelingsniveau. We kunnen de rechtshandhaving verbeteren door een werkbaar model van alternatieve geschilbeslechting te ontwikkelen.

Wens:
De advocaten zelf halen geen voordeel uit de gerechtelijke achterstand. Voor hen is een goede zaak een afgesloten zaak. Ze hebben geen baat bij het eindeloos rekken van een zaak. Advocaten zijn in die zin managers in hun eigen kantoor. Ze moeten vooruit.
CliŽnten daarentegen kunnen soms voordeel, soms nadeel halen uit die achterstand. Er zijn een aantal rechtsmiddelen voorzien om een zaak vooruit te laten gaan. De datum van de pleitdag wordt bijvoorbeeld al vastgelegd bij de inleidende zitting. Het geeft aan de cliŽnt al de perceptie dat de zaak vooruit gaat.
Ik denk dat we ons vooral ook moeten blijven bekommeren om de kwaliteit van de rechtsbedeling. Is een snellere rechtsbedeling per definitie ook betere rechtsbedeling? Zal sneller niet voor meer fouten zorgen? In elk geval blijven er voldoende rechtbanken en rechters nodig.
Ook cliŽnten zelf willen soms zaken rekken. En hoever mag een advocaat daarin zijn cliŽnt dan volgen? De advocaat moet dit zelf ethisch overwegen. Hij moet het belang van zijn cliŽnt afwegen tegen het belang van een goedwerkend systeem. Daarna moet hij beslissen in hoeverre hij wil meegaan. Maar als de wet het toelaat, mag een advocaat nooit handelen tegen de belangen van zijn cliŽnt. Hij kan daar nadien burgerlijk voor verantwoordelijk gesteld worden. Als hij de belangen van zijn cliŽnt niet meer kan dienen, heeft hij de plicht zich terug te trekken.

Derde pijnpunt: procedurefouten die tot bijvoorbeeld vrijspraak kunnen leiden
Wens:
In onze rechtspraak wordt voldoende aandacht besteed aan de rechten van de verdediging, en dat is maar goed ook. Meestal wordt een zaak bekeken vanuit de visie van het slachtoffer, of vanuit die van de openbare aanklager.
De procedures zijn de spelregels voor het gerechtelijke spel. Beide partijen hebben zich hieraan te houden. Ook inzake de rechten van de verdediging geldt dit.
De advocaat kan ook nietigheden inroepen. En het is de plicht van een advocaat zijn cliŽnt bij te staan met zo goed mogelijk advies. Hij moet deze dus aan zijn cliŽnt voorleggen. Zoals eerder gezegd, als hij de zaak ethisch niet kan verantwoorden tegenover zichzelf, dan moet hij zich terugtrekken. Voor fout advies, kan hij verantwoordelijk worden gesteld.
Daarnaast rijst de vraag in hoeverre die nietigheden bijvoorbeeld tot vrijspraak mogen leiden. Maar het is aan de wetgever om te beslissen of ze de regels aanpassen, wanneer ze merken dar in een proces een partij enkel op procedures speelt.
De reactie uit het publiek hierop was dat misschien een nietigheid kan leiden tot een overdoen van de procedure i.p.v. vrijspraak. Maar het is aan de wetgever om over deze mogelijkheid te oordelen.

Redactie: Brenda Lioris
Eindredactie: Maarten Malaise

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons