Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Het koningshuis

Er wordt veel gepraat over het koningshuis, maar wat doen ze, wat is hun politiek macht, wie waren onze koningen sinds 1831, hoeveel verdienen ze precies en welke invloeden hebben ze op het binnenlands en buitenlands beleid gehad? Allemaal vragen die in dit dossier beantwoord worden.


Inhoud:

  • Koninklijke functie
  • Algemene informatie over de koninklijke familie
  • De monarchie en de bevolking
    • Audiënties
    • Verplaatsingen in België
    • Koninklijke gunsten
    • Blijken van belangstelling
  • Werking van het hof
  • De middelen van de koninklijke familie
    • Financiële middelen
    • Onroerende middelen
    • De koninklijke verzameling
  • Enkele gebeurtenissen die verbonden zijn aan het koningshuis
    • 21 juli
    • 15 november
    • 17 februari

Koninklijke functie

Op het politiek vlak vertaalt de actie van de Koning zich niet door een eigen of persoonlijk gezag, dat hij zou kunnen uitoefenen buiten de samenwerking met de ministers. Het is via advies, suggesties, waarschuwingen, verwittigingen en aanmoedigingen dat de Koning een invloed uitoefent op de politieke hoofdrolspelers. Zijn optreden past in een sfeer van continuïteit, van duur, van lange-termijnobjectieven voor het land en de staat. Deze activiteit van de Koning uit zich in de dialoog die hij voert met alle actoren van het politieke besluitvormingsproces.
Daarom ontmoet de Koning niet enkel vertegenwoordigers van de politieke wereld maar ook al wie een rol speelt in het land. Deze ontmoetingen, waarvan de inhoud steeds vertrouwelijk blijft, vormen een waardevolle bron van informatie voor de Koning en bieden hem de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen. Het belang en de invloed van het politieke optreden van de Koning variëren naargelang de omstandigheden en het ritme van het openbaar leven. Zijn optreden moet vooral constant zijn. Op bepaalde ogenblikken treedt de Koning echter duidelijker op de voorgrond, ook al wordt hij steeds gedekt door de ministeriële verantwoordelijkheid, namelijk in de periodes van regeringsvorming.
De Voorzitters van de gewest- en gemeenschapsregeringen leggen de eed af in de handen van de Koning. Hij ontvangt ook de leden van de gewest- en gemeenschapsregeringen en parlementen in audiëntie.

Algemene informatie over de koninklijke familie

Sedert zijn oprichting in 1831 is België een erfelijke constitutionele monarchie. De Koning, die door de Grondwet boven godsdiensten en ideologieën, boven politieke overtuigingen en debatten en boven economische belangen wordt geplaatst, is tegelijk de bewaker van de eenheid en de onafhankelijkheid van het land.
Koning Albert II, zesde Koning der Belgen, legde op 9 augustus 1993 de grondwettelijke eed af. Hij is de echtgenoot van Donna Paola Ruffo di Calabria. De Koning en de Koningin hebben drie kinderen: Prins Filip, Prinses Astrid en Prins Laurent. Prins Filip en zijn echtgenote, Prinses Mathilde, hebben een dochter, Prinses Elisabeth. Prinses Astrid en haar echtgenoot, Prins Lorenz, hebben vier kinderen: Prins Amedeo, Prinses Maria Laura, Prins Joachim en Prinses Luisa Maria.
Koninklijke schenkingen
Aan het einde van zijn leven besloot Koning Leopold II in 1900 de talrijke gronden, kastelen en andere gebouwen, die hij in de voorbije jaren verworven had, aan het land te schenken. Aan de gift verbond hij drie voorwaarden: de gronden en gebouwen mochten nooit verkocht worden, sommige moesten hun oorspronkelijke functie en uitzicht bewaren en zij moesten ter beschikking staan van de troonopvolgers. De bekendste bezittingen die oorspronkelijk van de schenking deel uitmaakten zijn, bijvoorbeeld, het park en het kasteel van Laken, de koninklijke serres te Laken, de kastelen van Stuyvenberg en Ciergnon, het Dudenpark te Vorst en het Arboretum te Tervuren.
De Koninklijke Schenking is nu een autonome, openbare instelling met een eigen rechtspersoonlijkheid en is financieel volledig onafhankelijk: zij staat zelf in voor haar eigen inkomsten en uitgaven, beheert zelf haar goederen en haar personeel. Een deel van de bezittingen zijn ter beschikking van de Koning, zoals het park van Laken, de kastelen van Belvédère, Stuyvenberg, Ciergnon en Fenffe maar andere goederen zoals kantoorgebouwen in Brussel of landbouwgrond worden verhuurd om de Schenking inkomsten te bezorgen.

De monarchie en de bevolking

Audiënties
Wekelijks heeft de Vorst een onderhoud met de Eerste Minister. Hij verleent ook audiëntie aan leden van de federale regering en van de gewest- en gemeenschapsregeringen, parlementsleden en andere politieke leiders evenals aan vertegenwoordigers van de economische, sociale, culturele en wetenschappelijke wereld, van de universiteiten, uit militaire middens en van de mediasector. Ook worden hoge ambtenaren ontvangen, evenals gezagsdragers uit de provinciale en gemeentebesturen. De Koning ontvangt ook tal van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, zoals Staatshoofden, of ambassadeurs die hun geloofsbrieven komen overhandigen of een afscheidsbezoek afleggen. Volgens een gevestigde gedragsregel wordt de inhoud van de gesprekken niet in de openbaarheid gebracht. De audiënties worden dagelijks meegedeeld door de persdienst van het Paleis.

Verplaatsingen in België
De Koning brengt geregeld bezoeken aan de provincies van het land, aan bedrijven en instellingen, zoals musea, scholen, universiteiten, militaire en sportinfrastructuren,... Al deze bezoeken hebben tot doel de Koning een duidelijk beeld te geven van de toestand van het land, de in uitvoering zijnde projecten, de problemen van de mensen, hun zorgen, hun klachten, hun eisen en hun verwachtingen. Hij vormt zich hierover een persoonlijke mening en spreekt erover met de Ministers. De Koningin en de andere leden van de Koninklijke familie laten eveneens hun belangstelling blijken voor de verschillende sectoren van de samenleving door talrijke bezoeken in het land.

Koninklijke gunsten
De Koning en de Koningin alsook de andere leden van de Koninkijke familie verlenen regelmatig gunsten aan groeperingen:

  • de titel "koninklijk" die door de Koning kan toegekend worden aan Belgische verenigingen die 50 jaar ononderbroken bestaan. Ook met andere criteria wordt rekening gehouden, zoals het goed beheer, het liefdadigheidsdoel dat door de vereniging wordt nagestreefd, de vitaliteit en de stevigheid van de vereniging, enz.
  • een Permanente Hoge Bescherming
    De Permanente Hoge Bescherming van een lid van de Koninklijke Familie is een gunst die ten uitzonderlijke titel wordt toegekend voor een periode van 2 of 5 jaar aan een vereniging die in België gevestigd is.
    De Vereniging, en haar leiders moeten een onberispelijke en stevige reputatie genieten en lovenswaardige doelstellingen nastreven van sportieve, charitatieve, artistieke of wetenschappelijke maar niet winstgevende aard.
    De Permanente Hoge Bescherming van de Koning of de Koningin vervalt bij een ander koningschap. Die van de andere leden van de Koninklijke Familie eindigt bij een verandering van statuut.
  • een Punctuele Hoge Bescherming
    Uitzonderlijk wordt de Punctuele Hoge Bescherming van een lid van de Koninklijke Familie toegekend aan een evenement dat in België plaatsvindt.
    De gunst wordt enkel toegekend aan verdienstelijke initiatieven die lovenswaardige doelstellingen nastreven van sportieve, charitatieve, artistieke of wetenschappelijke maar niet winstgevende aard.
    De begunstigde verenigingen en hun leiders moeten een onberispelijke en stevige reputatie genieten en lovenswaardige maar niet winstgevende doelstellingen nastreven.
  • een prijs
    Een lid van de Koninklijke Familie kan een prijs toekennen aan de laureaat van een wedstrijd of tentoonstelling. Deze prijs kan om de vijf jaar worden toegekend ter gelegenheid van een belangrijke verjaardag van de vereniging. Voor sommige manifestaties kan worden afgeweken van de termijn van vijf jaar omwille van hun belang of hun uitstraling.
  • een brevet van Gebrevetteerd Hofleverancier
    De toekenning van een brevet van Gebrevetteerd Hofleverancier bevestigt de kwaliteit van een dienst verleend aan de Koning en aan de Koningin bij de regelmatige levering van goederen en/of diensten.
    De toekenningsvoorwaarden, de eraan verbonden voorrechten en plichten, zijn vervat in een document getiteld " Regels van toepassing voor de titularissen van het brevet van Gebrevetteerd Hofleverancier van België ".
    De lijst van de Gebrevetteerde Hofleveranciers wordt jaarlijks op 15 november bijgewerkt.
    De Gebrevetteerde Hofleveranciers zijn verenigd in de vzw " De Gebrevetteerde Hofleveranciers van België ".

Blijken van belangstelling
Andere blijken van belangstelling vanwege onze Vorsten komen eerder individuele personen ten goede. Ziehier een aantal voorbeelden:

  • De verzoekschriften
    De behandeling van en het gevolg gegeven aan de talrijke verzoekschriften die de Koning dagelijks ontvangt behoren tot zijn normale taak van ombudsman en bemiddelaar, tussen de burger en de overheid, die de Koning waarneemt. De dienst Rekwesten van het Paleis heeft tot doel de personen te helpen die zich als laatste toeverlaat tot de Koning, de Koningin of een lid van de Koninklijke Familie wenden. Alle verzoekschriften worden zorgvuldig en grondig onderzocht en maken het voorwerp uit van regelmatige contacten tussen het Paleis en de bevoegde diensten.
  • De jubilarissen
    De honderdjarigen en de echtparen die hun gouden, diamanten, briljanten of platina bruiloft vieren ontvangen eveneens gelukwensen van onze Vorsten.
  • De petekinderen
    De Koning en de Koningin zijn traditiegetrouw peter of meter van de zevende zoon of dochter van een gezin, op voorwaarde dat het kind deel uitmaakt van een ononderbroken reeks van jongens, respectievelijk meisjes.
    De Koning en de Koningin kunnen hun peterschap eveneens verlenen aan de 7de opeenvolgende zoon of de 7de opeenvolgende dochter van een niet Belgisch gezin, dat reeds lange tijd in België woont. Het gaat hier om een koninklijke gunst, die niet automatisch wordt verleend.

Werking van het hof

De Koning wordt bijgestaan door een groep medewerkers die het hem mogelijk maken alle aspecten van zijn publieke functie als staatshoofd te vervullen.
Het Huis van de Koning bestaat uit vier autonome departementen, die elk geleid worden door een hoofddignitaris. Dit zijn in protocollaire volgorde:

Elke hoofddignitaris heeft de leiding over zijn departement en legt verantwoording af aan de Koning.
De onmisbare coördinatie tussen de vier departementen gebeurt, onder meer, door regelmatige vergaderingen tussen de betrokken hoofddignitarissen.
Het Departement van de Grootmaarschalk van het Hof regelt alle openbare activiteiten van de Koning en de Koningin in België en in het buitenland. De Grootmaarschalk stelt de Vorsten een programma voor, dat na goedkeuring wordt uitvoerd. Hij verzorgt tevens de coördinatie tussen de verschillende Huizen en Dienst (Huis van Koningin Fabiola, Huis van de Hertogen van Brabant, Huis van Prinses Astrid en Dienst van Prins Laurent). Hij wordt bijgestaan door verschillende medewerkers:

  • De Protocolchef, verantwoordelijk voor het protocol, voor het goede verloop van de audiënties, recepties en officiële maaltijden op het Paleis alsook voor de formele activiteiten buitenshuis;
  • De Commandant van de Paleizen, die hoofdzakelijk instaat voor de logistieke steun van de activiteiten (personeel, vervoer,...) alsook voor het onderhoud van de Paleizen. In die hoedanigheid organiseert hij het werk van het personeel en werkt tevens nauw samen met de Intendant van de Civiele Lijst.
    Hij is eveneens Directeur van de Koninklijke Jachten;
  • Een Adviseur die de Koning informeert en zijn activiteiten voorbereidt op economisch, sociaal en andere gebieden;
  • De Secretaris van de Koningin, die belast is met het voorstellen en voorbereiden van de audiënties en bezoeken van de Koningin en met de leiding van haar sociaal secretariaat (cf. de Werken van de Koningin). Ook staat hij in voor de culturele sector (ook voor de Koning).

De Kabinetschef van de Koning staat in voor de politieke en administratieve problemen en voor de contacten met de regering en de politieke wereld. Hij staat de Koning bij in de opvolging van de politieke actualiteit.
De Kabinetschef volgt de nationale politiek van dag tot dag om de Koning ervan op de hoogte te brengen. Hij doet voorstellen voor de politieke audiënties van de Koning en bereidt deze voor. Hij staat de Koning bij in de voorbereiding van toespraken. Hij licht de Koning ook in over de evolutie van de internationale politiek.

Hij wordt bijgestaan door verschillende medewerkers:

  • De Eerste Adjunct-Kabinetschef - internationale betrekkingen licht de Koning in over de internationale evolutie, onder meer via de berichten van onze ambassadeurs in het buitenland, en staat de Koning bij in de voorbereiding van toespraken tijdens officiële bezoeken.
    Hij bereidt tevens de nota's voor die bestemd zijn voor de internationale audiënties van de Koning, zoals geloofsbrieven, afscheidsaudiënties, audiënties van Staatshoofden die op bezoek zijn en bij bezoeken van de Koning in het buitenland.
  • De Adjunct-Kabinetschef - binnenlandse aangelegenheden leidt de dienst verzoekschriften, is verantwoordelijk voor de behandeling en adviesaanvraag van de koninklijke gunsten, de bruiloftsdienst en de algemene briefwisseling.
  • De Persadviseur verzorgt de contacten met zowel de Belgische als buitenlandse geschreven en audiovisuele pers. Hij verspreidt de persberichten en regelt de contacten met de pers tijdens de
    activiteiten van de leden van de Koninklijke Familie, zowel op het Paleis als daarbuiten.
  • De Juridisch Adviseur kijkt de documenten na die ter ondertekening voorgelegd worden aan de Koning.

De Archivaris houdt de archieven van de departementen en diensten van het Paleis bij en maakt er een inventaris van. Dit archief bevat documenten van zowel bestaande diensten als van diensten die werden opgeheven. Hij staat tevens ter beschikking van vorsers die het archief wensen te raadplegen.
Het Hoofd van het Militair Huis staat de Vorst bij het invullen van zijn opdracht in het domein van Landsverdediging. Zowel op het nationale als het internationale vlak informeert hij de Koning over de toestand, de ontwikkeling en de werking van de Strijdkrachten. In nauwe samenwerking met het Kabinet van de Koning kadert hij de Defensiepolitiek in de context van de buitelandse politiek.Op die manier wordt de Koning op de hoogte gebracht van de veiligheids- en de defensiestrategie, van de geopolitiek, van de politiek en van de werking van internationale organisaties, van het personeel en van de middelen van de buitenlanse Strijdkrachten.
Het Hoofd van het Militair Huis organiseert de contacten van de Koning met de Strijdkrachten, onder de vorm van audiënties, werkvergaderingen of bezoeken; de Koning ontvangt o.m. in audiëntie, de Minister van Defensie maar ook hoge Belgische of buitenlandse militaire overheden.
In nauwe samenwerking met de Grootmaarschalk van het Hof en de Kabinetchef adviseert het Hoofd van het Militair Huis eveneens de Koning in de sectoren van wetenschappelijk onderzoek, energie en politiediensten en bereidt hij de activiteiten voor in deze domeinen.
Het Hoofd van het Militair Huis verzekert de betrekkingen en coördineert de activiteiten met de patriotische en oudstrijdersverenigingen. De Besluiten van het Ministerie van Defensie worden via het hoofd van het Militair Huis voorgelegd ter ondertekening door de Koning.
Trouwens, het Militair Huis is verantwoordelijk voor het beheer van het informaticasysteem voor gans het Paleis, dit wil zeggen, zowel voor de departementen van het Huis van de Koning, als van de Huizen en Diensten van de andere leden van de Koninklijke Familie. Het militair huis wordt geleidt door een generale officier die wordt bijgestaan door een hoger officier, raadgever bij het Militair Huis en Voorzitter van het Coördinatiecomité voor de informatica in het Paleis, van het technisch informaticapersoneel en van het administratief secretariaatspersoneel.
Tot het Militair Huis behoren eveneens de Vleugeladjudanten van de Koning en de Ordonnansofficieren van de Koning.
De Intendant van de Civiele Lijst van de Koning staat in voor de leiding over en het beheer van de materiële, financiële en menselijke middelen van het Huis van de Koning. Hij wordt bijgestaan door de Schatbewaarder van de Civiele Lijst van de Koning en door de Attaché bij de Civiele Lijst voor de projecten en studies die hem worden toevertrouwd.
De Koning wordt permanent bijgestaan door een Ordonnansofficier, terwijl de Vleugeladjudanten hem kunnen vertegenwoordigen op activiteiten waarop hij niet aanwezig kan zijn.
Voor de persoonlijke bescherming van de Koning en zijn Familie alsook voor de bewaking van de koninklijke domeinen detacheert de Federale Politie permanent een Veiligheidsdienst bij het Hof. Deze dienst staat onder het bevel van een hoofdcommissaris.

De middelen van de koninklijke familie

De Civiele Lijst van de Koning bevat alle middelen die de Natie ter beschikking stelt van het Staatshoofd om hem of haar in staat te stellen de koninklijke functie in alle morele en materiële onafhankelijkheid uit te oefenen.

De lijst bevat enerzijds een dotatie die eens en voor altijd wordt vastgelegd en geeft de Koning anderzijds een gebruiksrecht op de koninklijke gebouwen om hem in staat te stellen het land permanent te vertegenwoordigen met de noodzakelijke waardigheid en luister.

1. Financiële middelen
1.a Als dotatie moet de Civiele Lijst de Koning in staat stellen in volledige onafhankelijkheid alle uitgaven te verrichten die inherent zijn aan de uitoefening van de koninklijke functie. Deze uitgaven hebben in eerste instantie betrekking op de personeelsuitgaven (salarissen, uitkeringen, vergoedingen en sociale bijdragen). De werkingskosten omvatten onder meer de administratiekosten, de verwarmings- en onderhoudskosten voor de koninklijke verblijven en het meubilair, de kosten voor het autopark evenals de persoonlijke uitgaven en representatiekosten van de Koning en de Koningin.

De Civiele Lijst is dus geenszins een liberaliteit ten voordele van de Koning en nog minder een vergoeding voor de uitoefening van de koninklijke functie. De Civiele Lijst moet de Koning in staat stellen zijn grondwettelijke taken in de beste omstandigheden te vervullen.

Aangezien de Civiele Lijst wordt vastgelegd voor de volledige duur van een koningschap, is de wettelijke vastlegging ervan bij uitstek een daad die op de toekomst is gericht. De wet waarmee de Civiele Lijst van Koning Albert II werd vastgelegd voorziet in mechanismen die de koopkracht moeten handhaven en die rekening houden met de reële evolutie van de loonkosten.

1.b De wet van 6 november 1993 heeft de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II vastgelegd en bepaalt onder meer (uittreksels):

Artikel 1. De Civiele Lijst wordt vastgelegd op tweehonderdvierenveertig miljoen frank (244.000.000 frank, hetzij 6.048.602,00 euro) voor de duur van de regering van Zijne Majesteit Koning Albert II.

Artikel 4. Het in artikel 1 bepaalde bedrag (244.000.000 frank, hetzij 6.048.602,00 euro) is gekoppeld aan de koopkracht op 1 augustus 1993, dit wil zeggen aan de index 116,08 van de consumptieprijzen van de maand juli 1993.
Dit bedrag wordt aangepast aan de index van de consumptieprijzen wanneer een van de spilindexen overschreden wordt. Onder 'spilindexen' dient te worden verstaan de getallen behorend tot een reeks waarvan het eerste 116,08 is en elk van de volgende wordt verkregen door het vorige met 1,02 te vermenigvuldigen.

Artikel 5. Het in artikel 1 bepaalde bedrag wordt om de drie jaar geherwaardeerd, te rekenen vanaf 1994, op basis van de evolutie van de reële salarissen van de algemene administratieve diensten van de federale Staat en de verhogingen van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.

1.c De uitgaven van de Civiele Lijst over de jaren 1995-2000 kunnen gemiddeld als volgt worden uitgesplitst :

Gemiddelde uitsplitsing van de uitgaven (1995-2000)
Personeelsuitgaven 67,9 %
Onderhoud van domeinen en meubilair 11,6 %
Activiteiten, bezoeken, 5,2 %
Verwarming, gas, elektriciteit, water 5,1 %
Werking van de administratie 2,8 %
Huishoudelijke uitgaven 2,2 %
Autopark 3,6 %
Allerlei (verzekeringen, ...) 1,6 %

1.d De Civiele Lijst moet worden gescheiden van de privé-goederen van de Koning : dit zijn de goederen die hem persoonlijk toebehoren als particulier, zoals elke andere burger. Het gaat bijvoorbeeld om goederen die hij langs erfelijke weg zou kunnen verwerven.

Deze goederen worden beheerd op de wijze die de Koning beslist. Ze zijn onderworpen aan hetzelfde regime als de goederen van om het even welk Belgisch staatsburger, meer bepaald inzake belastingen.

1.e De federale Staat heeft daarnaast beslist om dotaties toe te kennen aan diverse leden van de Koninklijke Familie :

(1) Hare Majesteit Koningin FabiolaWet van 6 november 1993.
Art. 2. Vanaf 1 augustus 1993 wordt ten laste van de openbare schatkist een jaarlijkse lijfrentedotatie van 45.000.000 miljoen frank (hetzij 1.115.520,86 euro) toegekend aan Hare Majesteit Koningin Fabiola.
Dit bedrag is gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen van juli 1993.

(2) Zijne Koninklijke Hoogheid Prins FilipWet van 7 mei 2000.
Art. 2. Vanaf 1 januari 2000 wordt ten laste van de openbare schatkist een jaarlijkse dotatie van 31.800.000 frank (hetzij 788.301,41 euro) toegekend aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip.
Dit bedrag is gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen van december 1999.

(3) Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid
Wet van 7 mei 2000.
Art. 3. Vanaf 1 januari 2000 wordt ten laste van de openbare schatkist een jaarlijkse dotatie van 11.000.000 frank (hetzij 272.682,88 euro) toegekend aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid.
Dit bedrag is gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen van december 1999.

(4) Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent
Wet van 7 mei 2000.
Art. 3bis. Vanaf 1 juli 2001 wordt ten laste van de openbare schatkist een jaarlijkse dotatie van 272.682,88 euro toegekend aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent.
Dit bedrag is gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen van juni 2001.

1.f Historisch overzicht
De volgende tabel geeft een historisch overzicht van de bedragen van de verschillende Civiele Lijsten en dotaties sinds 1831 aan het begin van elk koningschap.
De bedragen aan het begin van elk koningschap zijn omgezet in Belgische frank van 1994.

Civiele Lijsten en Dotaties
Tabel van de bijgewerkte bedragen (1994) aan het begin van elk koningschap.

 
Basisbedragen
Omgezette bedragen (1994)
ZM Koning Leopold I (1831-1865)
Civiele lijst
2.751.323
502.116.448
Dotaties (vanaf 1853)
650.000
115.960.000
ZM Koning Leopold II (1865-1909)
Civiele lijst
3.300.000
524.700.000
Dotaties
200.000
31.800.000
ZM Koning Albert I (1909-1934)
Civiele lijst
3.300.000
588.720.000
Dotaties
50.000
8.920.000
Civiele lijst na de devaluatie van 1927 (zie opmerking 1)
9.500.000
193.800.000
ZM Koning Leopold III (1934-1950)
Civiele lijst
12.000.000
289.200.000
Dotaties
2.000.000
48.200.000
Staatsbijdragen 1945-1951 (zie opmerking 2)
ZM Koning Boudewijn (1951-1993)
Civiele lijst
42.000.000
226.800.000
Dotaties
14.000.000
75.600.000
ZM Koning Albert II
Civiele lijst
244.000.000
244.000.000
Dotaties
73.800.000
73.800.000

Opmerking 1:
de devaluatie van 1927 werd de Civiele Lijst van Koning Albert I teruggebracht tot 9.500.000 frank (193.800.000 frank waarde 1994) in plaats van de oorspronkelijk voorgestelde 23.100.000 frank (471.240.000 frank waarde 1994).
Opmerking 2:
Van 1945 tot 1951 kende de Belgische Staat jaarlijkse tegemoetkomingen toe als aanvulling op de Civiele lijst van Koning Leopold III. De waarde van deze staatsbijdrage in 1945 bedroeg 10.500.000 frank (65.100.000 frank waarde 1994).

2. Onroerende middelen
2.a De wet van 6 november 1993 die de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II vastlegt, bepaalt (zoals in de vroegere wetten die de Civiele Lijst vastlegden voor elk van onze koningen) :

Artikel 6. De koninklijke woningen worden ter beschikking gesteld van de Koning waarbij het binnenonderhoud en de meubilering ten laste vallen van de Civiele Lijst. De brandstof nodig voor de verwarming van het Paleis van Brussel zal worden geleverd door de federale Staat.
Onder « koninklijke woningen » wordt momenteel verstaan :

  • het Paleis van Brussel
  • het Kasteel van Laken

Het gaat dus om residenties die toebehoren aan de Staat en die ter beschikking worden gesteld van de Koning.

2.b In het kader van de Koninklijke Schenking en overeenkomstig de wil van de schenker, Koning Leopold II, worden sommige andere residenties eveneens ter beschikking gesteld van de Koning. Het gaat momenteel om de volgende residenties :

  • het Kasteel Belvédère
  • het Domein Stuyvenberg
  • de Villa Clémentine
  • het Kasteel van Ciergnon
  • het Kasteel van Fenffe

Deze residenties zijn eigendom van de Koninklijke Schenking, en via haar van de Staat.

2.c Koning Albert II bezit een residentie in eigendom, "Le Romarin", gelegen in de Franse gemeente Chateauneuf de Grasse.
Met betrekking tot de persoonlijke bezittingen van de Koning heeft het Koninklijk Paleis op 18 oktober 2001 een persbericht verspreid als antwoord op sommige publicaties:
"In verschillende recente krantenartikels en boeken, die verschenen zijn of nog op de markt moeten worden gebracht, werd gewag gemaakt van het feit dat het fortuin van de Koning nagenoeg tien miljard zou bedragen, of dat dit althans een realistische schatting zou zijn. Het Koninklijk Paleis ontkent formeel dat dit bedrag van 10 miljard met de werkelijkheid zou overeenstemmen. Het persoonlijk vermogen van de Koning bestaat inderdaad essentieel: een eigendom gelegen in Chateauneuf de Grasse (Frankrijk), een jacht met de naam Alpa, en een kapitaal dat zelfs niet het twintigste bedraagt van het gepubliceerde cijfer".

3. De Koninklijke Verzameling
De Koninklijke Verzameling bestaat uit een uitgebreid aantal kunst- en decoratieve voorwerpen zoals beeldhouwwerken, schilderijen, maar ook meubels, zilverwerk en porselein. Deze Verzameling behoort toe aan de Belgische Staat die ze ter beschikking stelt van de Koning.

Bij de oprichting van de Belgische monarchie omvatte de Verzameling kunstvoorwerpen en meubels van Franse en Nederlandse oorsprong, die hadden gediend voor de inrichting van de koninklijke en keizerlijke residenties in de Nederlanden. Dit geheel is nadien in hoofdzaak aangevuld met de belangrijke kunstverzameling van Koning Leopold II die door de Belgische Staat is verworven bij het overlijden van de vorst. Opgebouwd door Koning Leopold I en Koning Leopold II, bevatte deze verzameling kwalitatief hoogstaande objecten, voor het merendeel van Belgische oorsprong. Daardoor geeft ze een getrouw beeld van de artistieke productie in België tijdens de 19de eeuw. Vooral de schilderijenverzameling is representatief voor de grote kunstcollecties van deze periode. De waarde ervan is des te groter omdat ze in haar geheel bewaard is gebleven.

Tijdens de opening van het Paleis van Brussel , in de zomer, is een deel van deze Verzameling te bezichtigen. De Witte Salons met Empiremeubilair en bekleed met wandtapijten uit Beauvais of de kostbare serviezen waarmee de tafel van de Blauwe Salon is gedekt, zijn hiervan representatieve voorbeelden.

Enkele gebeurtenissen die verbonden zijn met het koningshuis


21 juli
Bij decreet van het Nationaal Congres van 19 juli 1831 werd bepaald dat de verjaardag van de septemberdagen van 1830 jaarlijks met volksfeesten herdacht zou worden. De wet van 20 augustus 1880 bepaalde dat de Nationale Feestdag elk jaar de derde zondag van augustus zou vallen. De wet van 27 mei 1890 ten slotte stelde dat 21 juli, verjaardag van de eedaflegging van Koning Leopold I voortaan als Nationale Feestdag zou gelden. De twee daarop volgende dagen zullen er ook festiviteiten gehouden worden, maar deze dagen zullen niet als feestdagen beschouwd worden. 21 juli 1890 was dus de eerste 21 juli die als Nationale Feestdag werd gevierd.
Wat het militaire défilé betreft is het zo dat in 1890 er op 22 juli een militair en burger défilé van leger en burgerwacht plaatsvond. In 1895 had het défilé plaats op 23 juli. Het is pas in 1905 dat de datum van het défilé definitief 21 juli werd. Dit défilé heeft gewoonlijk plaats op het Paleizenplein.

15 november
Sinds 1866 wordt het "Koningsfeest" gevierd op 15 november, de datum van het naamfeest van Leopold (in de Germaanse kalender) en van Albert (in de gewone kalender).
Koning Boudewijn besliste in 1951 om deze datum te behouden. Ook zijn broer Koning Albert II deed dit inmiddels.
Tijdens het regentschap van Prins Karel werd soms de benaming "Feest van de Dynastie" gebruikt. Deze benaming is echter fout, zoals bevestigd werd in een omzendbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken van 1953.

17 februari
Op 17 februari 1935 werd een misviering gehouden ter nagedachtenis van het overlijden van Koning Albert I, die omkwam tijdens een ongeval in Marche-les-Dames in 1934. Na het overlijden van Koningin Astrid op 29 augustus 1935 werd beslist op 17 februari alle gestorven leden van de Koninklijke familie te herdenken. De mis die elk jaar op die datum wordt gevierd in de Kerk van Laken is een familiale ceremonie.

Geschiedenis

Koning Leopold I
(1790-1865)
huwde met Charlotte van Wales in 1816
huwde opnieuw met Louise-Marie d'Orleans (dochter van de Franse koning) in 1832

Koning Leopold II
(1835-1909)
huwde met Marie-Henriette van Habsburg-Lotharingen, Aartshertogin van Oostenrijk in 1853

Koning Albert I (Koning-Soldaat)
(1875-1934)
Op 8 april 1875 wordt te Brussel Albert, Leopold, Clément, Marie, Meinrad geboren als vijfde kind van Prins Philippe, Graaf van Vlaanderen en broer van Leopold II, en van Prinses Marie van Hohenzollern-Sigmaringen.
Huwde in 1900 met Elisabeth, hertogin van Beieren.
Vocht mee tijdens WO I in de loopgraven en kreeg daardoor de bijnaam ‘Koning-Soldaat'

Koning Leopold III
(1901-1983)
In Brussel 1901 wordt Leopold, Philippe, Karel, Albert, Meinrad, Hubert, Marie, Miguel geboren als zoon van Prins Albert en Prinses Elisabeth, hertogin in Beieren, de toekomstige Koning en Koningin der Belgen. De toenmalige Koning, Leopold II, was zijn grootoom en peter.
Huwde in 1926 met Zweedse prinses Astrid.
Leopold deed afstand van de troon in 1950

Koning Boudewijn
(1930-1992)
Boudewijn, Albert, Karel, Leopold, Axel, Marie, Gustaaf, Hertog van Henegouwen, werd geboren in het Kasteel van Stuyvenberg, bij Brussel op 7 september 1930. Hij was het tweede kind van Koning Leopold III en Koningin Astrid, bij geboorte Prinses van Zweden.
Huwde op 15 december 1960 met Donãtilde; Fabiola de Mora y Aragon.
Was gekenmerkt als een geliefde vorst. Voor het eerst in vele jaren brak in 1992 een moment van nationale rouw uit.

Koning Albert II
Koning Albert II werd geboren te Brussel, in het kasteel van Stuyvenberg, op 6 juni 1934.
Hij huwde met Donna Paola Ruffo di Calabria, die afkomstig was van een Italiaans prinselijke familie die afstamt van Julius Caesar.
Koning Albert II en Koningin Paola hebben drie kinderen: Filip (gehuwd met Mathilde d'Udekem d'Acoz), Astrid (gehuwd met Laurenz von Habsburg) en Laurent die binnenkort huwt met Claire Cooms).




Redactie: Kevin Devos
Eindredactie: Frederik Misplon
Bronnen:

  • Herman Balthazar & Jean Stengers (red.). De Dynastie en de Cultuur in België. Antwerpen, Mercatorfonds, 1990.
  • Arlette Smolar e.a.. Het Paleis van Brussel. Acht eeuwen kunst en geschiedenis. Brussel, Gemeentekrediet, 1991.
  • www.monarchie.be

ZoekenMeer info

WebTV

Recensies

Nieuws

Cartoons