Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Dossier: Ideologie, basis van de partijpolitiek

Politieke partijen verschillen van elkaar door hun uitgangspunt. Dat is zo in Vlaanderen, maar ook overal elders in de wereld. Dat uitgangspunt noemen we hun ideologie: een min of meer samenhangende verzameling van overtuigingen over hoe de maatschappij moet worden georganiseerd. De ideologie van een partij of stroming legt bloot wat voor die groep echt belangrijk is.

Ontstaan van ideologiŽn
De ideologieŽn vinden hun oorsprong in de filosofie. Rond 400 voor Christus schreef Plato al De Republiek. Dat boek was gebaseerd op de idee dat een maatschappij kan gevormd worden op basis van rationele keuzes. Met andere woorden, de mens kan nadenken over hoe de maatschappij er hoort uit te zien, en dat rationele idee in de praktijk omzetten.

Deze idee van de maakbaarheid van de maatschappij verdween echter al snel, om meer dan 2000 jaar lang verdrongen te worden door een politieke filosofie die "systeembevestigend" is: men gelooft niet dat de maatschappij kan worden gevormd, en de filosofen houden zich bezig met het verdedigen van de bestaande situatie. De belangrijkste uitzondering is Thomas More (ook wel Thomas Morus genoemd, een Latijnse naam geeft iemand toch wel wat meer aanzien). In zijn bekendste boek, Utopia, beschrijft hij een eiland dat ideaal is in alle opzichten. Er heerst binnen die maatschappij geen armoede, er is daar geen onrechtvaardigheid, en ook lijden is geheel afwezig. Maar, dit ideaal is uiteraard slechts een utopie (het woord "utopie" dankt trouwens zijn oorsprong aan het boek van More).

In de achttiende eeuw komt het idee van Plato dan weer boven, en zijn grote groepen filosofen en wetenschappers overtuigd dat je de bestaande structuren kan afbreken, en heropbouwen gebasseerd op een bepaalde, rationele visie. Als de Franse Revolutie dan inderdaad het oude regime op gewelddadige manier omverwerpt, is de nood aan zulke ideologieŽn groot. Het is het moment om een standpunt in te nemen, het moment is aangebroken om te zeggen hoe de maatschappij er hoort uit te zien.

In dit dossier gaan we in op vier verschillende ideologieŽn, waarvan we kort de bekendste namen geven. We bespreken achtereenvolgens liberalisme, conservatisme, socialisme, en nationalisme. Nadien kijken we een naar de Vlaamse praktijk, en werpen we een blik op het recente onderzoek van Mark Elchardus en zijn collega's aan de VUB.

Liberalisme
Het liberalisme is de oudste van de ideologieŽn die we hier bespreken. Het is ook de eerste die in de praktijk werd gebracht, kort na de omverwerping van het Ancien Rťgime. Ook de Belgische revolutie van 1830 was in hoge mate liberaal. Het liberalisme verschilt van de anderen doordat het de vrijheid als centraal gegeven stelt.

De belangrijkste namen uit de beginperiode van het liberalisme zijn Locke, Montesquieu, Jefferson en Rousseau. Hiervan neemt Locke een uitzonderlijke positie in: waar de anderen privť-eigendom zien als een elementair recht van elke mens, is Locke ervan overtuigd dat privť-bezit de bron is van allerlei slechts.

Vanuit humanitair standpunt, kunnen we het liberalisme vatten in vier begrippen: gelijkheid van de mensen, recht op leven, vrijheid, en nastreven van geluk. Deze aspecten vind je terug in de Amerikaanse Declaration of Independence uit 1776 en de Franse Dťclaration des droits de l'homme et du citoyen uit 1789.

Oorspronkelijk werd het begrip "vrijheid" negatief geÔnterpreteerd. Dat wil zeggen dat vrijheid gelijk stond aan de afwezigheid van mensen, dingen en structuren die je in de weg staan. Vrijheid in de betekenis "anderen niet(s) verhinderen". Eerste wapenfeit van deze ideologie is dan ook de omverwerping van de bestaande maatschappelijke ordening. Kerk en staat (of beter: de dan heersende machthebbers) worden geweerd.

Pas als dat is gerealiseerd, is er nood aan een positieve invulling van het begrip vrijheid. Dat kan op twee manieren: de rol van de staat reduceren zodat ze vrijheid van denken en handelen niet in de weg staat. Maar het kan ook door de rol van de staat te zien als actief te helpen in de bevrijding van de mensen.

Binnen het politiek liberalisme is een evolutie te zien die vertrekt vanuit de negatieve vrijheid. Over de voorrechten van adel en kerk is elke liberaal het eens: die moeten worden ingeperkt. Iets wat de Franse Revolutie grondig heeft aangepakt. Nadien verschuift het liberalisme naar een meer actieve idee, waar meer controverse over bestaat. De staat moet de vrijheden van de bevolking (in die tijd beperkt tot de burgerij) garanderen, bijvoorbeeld door middel van een grondwet. Ook de idee van de volkssoevereiniteit, en de parlementaire democratie, stamt uit die tijd.

In de negentiende eeuw, gaat het politiek liberalisme nog een stapje verder, en menen sommigen, zoals Matthew Arnold en T.H. Green, dat het de taak is van de liberale staat om de mensen te bevrijden door hen onderwijs te verschaffen en hun ellende weg te nemen. Het politiek liberalisme komt op dat moment dicht in de buurt van wat de linkse denkers vertellen.

Naast het politiek liberalisme vinden we ook het economisch liberalisme terug. Hoewel beiden hetzelfde etiket "liberaal" dragen, zijn de twee niet noodzakelijk aan elkaar verbonden. Belangrijkste naam hier is die van Adam Smith. Die gaat ervan uit dat mensen best handelen uit eigenbelang. De staat moet zich beperken tot de rol van scheidsrechter, om oneerlijke praktijken en onrechtvaardigheid uit het systeem te weren. Een soort onzichtbare hand (de invisible hand) zorgt er uiteindelijk voor dat dat nastreven van eigenbelang uitmondt in een verhoogde rijkdom voor de maatschappij in haar geheel.

Naast het waarborgen van rechtvaardigheid, moet de staat zich volgens Smith ook bezighouden met het mogelijk maken van economische expantie. Voorbeelden zijn het aanleggen van wegen en organiseren van onderwijs.

In de negentiende eeuw werd deze theorie uitgebreid door onder meer Jeremy Bentham. Diens theorie, bekend als het utilitarisme, zegt dat het ideaal niet meer is dan het grootste geluk voor het grootste aantal mensen. Een daad is pas nuttig, als het de totale hoeveelheid geluk verhoogt. Grof gesteld: je mag gerust een klein kind martelen tot de dood, als je daarmee het leven van honderden mensen redt.

Tot slot kunnen we niet anders dan John Stuart Mill te vernoemen. Deze filosoof schreef het standaardwerk On Liberty (Over vrijheid). Daarin houdt hij een vurig pleidooi voor de vrijheid van meningsuiting, die onder geen beding mag worden beknot. Mill is overtuigd dat vrije discussie tussen botsende meningen de waarheid uiteindelijk laat overwinnen. Een praktisch toepassing van deze liberale eis, vinden we terug in onze eigen vaderlandse geschiedenis. De pas opgerichte staat BelgiŽ was in de eerste helft van de negentiende eeuw een van de eerste landen met een aanzienlijke persvrijheid, die gegarandeerd was door de grondwet.

Conservatisme
Het conservatisme als stroming is ontstaan tijdens de Franse Revolutie. De conservatieven, met Edmond Burke als belangrijkste vertegenwoordiger, geloven niet dat de maatschappij drastisch kan hervormd worden op basis van rationele inzichten. De idee is dat de mens veel meer is dan alleen een redelijk verstand. Er zijn ook de passies. En daar houden de liberalen, met hun rationele revolutie, geen rekening mee.

Wil dat zeggen dat Burke en co. geloven dat de maatschappij niet kan of mag veranderen? Neen, maar die verandering moet langzaam en continu zijn. Eerder een evolutie dan een revolutie dus.

Binnen de groep conservatieven, vinden we een Franse subgroep terug, die bekend zijn als de traditionalisten. Deze conservatieven aanvaarden geen enkele vorm van maatschappelijke verandering, omdat het Ancien Rťgime de ordening is die God zelf aan de maatschappij heeft gegeven.

Tot slot wijzen we op een eigenaardigheid van de conservatieve groep. Zij ijveren steeds voor het behoud van de ordening van het moment. Alleen verandert die ordening natuurlijk steeds. Zo waren de conservatieven ten tijde van de Franse Revolutie tegen de liberale revolutie, en zagen ze de liberale maatschappij als verwerpelijk. Eenmaal die maatschappij er dan was, spraken ze zich uit vůůr het behoud van de liberale maatschappij, en tťgen de socialistische revolutie...

Socialisme
Het socialisme vindt zijn oorsprong in de liberale idealen van vrijheid en gelijkheid. Het accent verschuift echter naar de idee van rechtvaardigheid: de eerste socialisten zien dat de liberale ideologie niet leidt tot datgene wat verwacht werd, en willen verandering. Er zijn echter verschillende manieren om de rechtvaardigheid in de samenleving te brengen, en elk van die manieren geeft aanleiding tot een bepaalde vorm van socialisme. Naast de rechtvaardigheid is ook een sterk internationalistisch karakter een van de vaste waarden in alle strekkingen binnen het socialisme.

Het utopisch socialisme ziet de ideale samenleving als een verzameling van kleine gemeenschappen waarbinnen volledige samenwerking heerst op gebied van landbouw en industrie. De rol van de staat is hierbij minimaal.

Tegenover de utopische vorm, staat het wetenschappelijk socialisme. De idee hier is simpel: het beheer van de maatschappij is te ingewikeld om overgelaten te worden aan politici. Om vooruitgang te boeken op gebied van wetenschap en productie, is het nodig wetenschappers te laten beslissen. We spreken dan ook over een "technocratische" samenleving.

Karl Marx, die ook dit onderscheid maakte tussen utopisch en wetenschappelijk socialisme (maar het anders invulde), gaf met het Communistisch Manifest en Das Kapital (Het Kapitaal) aanleiding tot alweer een andere vorm. Het marxistische socialisme gaat uit van het historisch materialisme, een theorie die zegt dat de maatschappij zoals de utopisten die zagen, er onvermijdelijk zal komen: de historische wetten schrijven dat voor. Maar dat zal alleen kunnen via de omweg over het socialisme, waar de staat alle productiemiddelen in handen heeft.

Toen in 1917 de revolutie Rusland op zijn kop zette, was er alweer een nieuwe vorm van socialisme geboren. Het Marxistisch-Leninistisch socialisme, we kunnen het ook gewoon "communisme" noemen, onderscheidt zich van de andere vormen door de uiterst strakke hiŽrarchie binnen de maatschappij, maar ook binnen de internationale socialistische beweging.

Tot het socialisme wordt ook het anarchisme, in alle mogelijke verschijningsvormen, gerekend. We vernoemen hier kort de twee belangrijkste anarchistische ideologieŽn. Het mutualistisch anarchisme keert zich af van welk staatsapparaat dan ook, om te streven naar de gelijkheid onder alle mensen. Heel belangrijk voor deze groep is de vrijheid van het individu. Tegenover de mutualistische vorm, staat het collectivistisch anarchisme. Daarin staat niet het individu centraal, maar vormen groepen arbeiders de kern van de samenleving. Kenmerkend voor deze ideologie, is dat ze sterk de revolutie predikt. Dat deze revolutie hoegenaamd niet vredevol moet verlopen, bewijzen de aanslagen en moorden die uit deze idologie voortkomen.

Tot slot is ook de ecologische beweging onder te brengen onder de term socialisme. Groot verschil met de andere vormen is echter dat bij hen het wetenschappelijk optimisme grotendeels is verdwenen, en dat niet langer de mens centraal staat, maar het ecosysteem in haar geheel.

Nationalisme
Het nationalisme als ideologie is gebaseerd op twee basisprincipes. Het eerste is dat van de volkssoevereiniteit: vreemde overheersing wordt afgewezen. Het tweede principe stelt dat de belangen van het individu ondergeschikt zijn aan die van de totaliteit (het volk).

Uiteraard speelt binnen deze ideologie het begrip "volk" of "natie" een grote rol. Die termen moeten dan ook worden gedefinieerd vooraleer men verder kan. Er zijn twee grote groepen definities terug te vinden. De Duitse en de Franse bepaling verschillen van elkaar, hoofdzakelijk omdat de twee naties een andere geschiedenis hebben. Frankrijk is reeds eeuwenlang een aparte natie, en daar definieert men volk dan ook als de verzameling mensen die een gemeenschappelijke geschiedenis hebben, die lief en leed met elkaar hebben gedeeld.

In de Duitse versie van de definitie vinden we geen gemeenschappelijke geschiedenis terug, om de eenvoudige reden dat toenmalig Duitsland geen gemeenschappelijke geschiedenis had. Hier is de definitie dan ook duidelijk schatplichtig aan de romantiek, en heeft men het over een gemeenschappelijke taal en cultuur. Deze "volkse" definitie is later verschoven naar een racistische vorm van nationalisme.

Andere kenmerken die een natie of volk kunnen definiŽren, kunnen gezamelijke economische belangen zijn, een oorlog die men heeft gestreden (dan spreken we van pattriotisme), een gemeenschappelijk geloof (zoals in Ierland het geval is), of zelfs een gemeenschappelijk lijden (zoals in het geval van het zionisme, wat ook een vorm van nationalisme is). Het Vlaamse nationalisme is in eerste instantie gebaseerd op de gemeenschappelijke taal van de Vlamingen.

Nationalisme kan, naargelang het accent dat wordt gelegd, perfect samengaan met liberalisme of socialisme. Als de nadruk ligt op de soevereiniteit van het volk, is het liberalisme een mogelijke bondgenoot. Echter de onderschikking van het individu ten opzichte van het volk zal geen enkele liberaal aanvaarden. De socialistische ideologie zal in sommige gevallen wel die ondergeschiktheid aanvaarden, maar haar internationalistisch karakter ligt dan weer moeilijk.

Relatie met de huidige politieke partijen in Vlaanderen.
Is er een ťťn-ťťnduidige relatie tussen ideologie en politiek? Natuurlijk niet. IdeologieŽn zijn bij uitstek het terrein van de filosofen, van de denkers, terwijl de politieke partijen zich in hoofdzaak met de dagdagelijkse realiteit bezighouden. Bovendien stammen de ideologieŽn hier beschreven uit de achttiende en negentiende eeuw, een tijd die ver verwijderd is van de huidige situatie.

Toch is het mogelijk de voornaamste Vlaamse partijen onder te brengen in een van de genoemde ideologieŽn. De VLD zit duidelijk onder de liberale vlag, SP.A en Agalev duidelijk onder de socialistische. Vlaams Blok en de N-VA trekken dan weer de nationalistische kaart, met een eerder Duitse definitie van wat een volk is. CD&V is eerder in de conservatieve hoek terug te vinden.

Uiteraard kan je niet zomaar de boeken van Locke gaan gelijkstellen met het partijprogramma van de VLD. Net zomin kan je Agalev vereenzelvigen met de theorie van Marx. Maar dat maakt de studie van de verschillende ideologieŽn er niet minder interessant op, al was het maar om te kijken waar bepaalde ideeŽn vandaan komen.

Links en Rechts?
Traditionaal worden ideologieŽn ingedeeld in links en rechts. "Links" staat dan voor een eerder socialistische visie, met een sterke staat, een herverdeling van de rijkdom en een uitgesproken gelijkheidsbeginsel. "Rechts" is dan het tegenovergestelde: zo weinig mogelijk staatsbemoeienissen, economische vrijheid en individuele verantwoordelijkheid. Dat is de traditionele plek van de liberalen.

Maar dat is niet de enige links-rechts scheiding die men kan maken. In de recente studie uitgevoerd door de werkgroep Tempus Omnia Revelat (kortweg TOR) van Mark Elchardus in samenwerking met Knack en P&V Verzekeringen, gebruikt men een dubbele as om ideologieŽn te plaatsen. De oude, sociaal-economische breuklijn wordt aangevuld met een sociaal-culturele breuklijn. Links van die laatste staan diegenen met een positieve houding tegenover migranten en democratie; mensen die niet van autoriteit houden, en vertrouwen stellen in de medemens. Rechts vindt men meer wantrouwen, tegenover migranten en "anderen" in het algemeen, en verlangt men naar sterke leiders en repressie. Hier is het moeilijker de besproken ideologieŽn te plaatsen. De nationalisten zijn eerder rechts te vinden zijn, terwijl het socialisme zich over het algemeen links bevindt. Ook het vrijheidsbegrip van de liberale ideologie kan links van de sociaal-culturele as worden geplaatst.

Als men op basis van deze twee breuklijnen werkt, zijn er al vier mogelijke posties: links-links, links-rechts, rechts-links en rechts-rechts. En ten opzichte van elk van deze lijnen kan men meer of minder van het centrum verwijderd zijn. De enquÍte plaatste de deelnemers in dit assenstelsel, en vroeg naar hun kiesintenties. Links van beide breuklijnen vinden we Agalev en de SP (1). Hierbij valt op dat deze twee economisch even links zijn, maar dat de Agalev-kiezer duidelijk linkser is als het gaat om de sociaal-culturele kant van de zaak.

In het midden vinden we de eeuwige centrum-partij CVP. Dat strookt duidelijk met de indeling van de christen-democraten in het conservatieve kamp: de conservatief heeft niet zo'n sterke vernieuwingsdrang, maar behoudt liever hetgeen al verworven is. Dicht bij het centrum staat ook de ondertussen ter ziele gegane VU-ID, zij het dat die kiezers linkser zijn ten opzichte van de sociaal-culturele breuklijn. Daar zijn ze zelfs linkser dan de SP-kiezers.

Rechts op de sociaal-economische as vinden we de twee overige partijen, VLD en Vlaams-Blok. De kiezers van die laatste bevinden zich voor beide breuklijnen duidelijk rechts, voornamelijk wat betreft het sociaal-culturele. De migranten zitten daar ongetwijfeld voor iets tussen. In elk geval klopt dit ook met de Duitse definitie van volk die door de partij wordt gehanteerd.

De VLD-kiezers, tenslotte, vinden we enkel rechts wat betreft de sociaal-economische as. Op sociaal-cultureel gebied zit ze duidelijk in het centrum. Dat strookt min of meer met wat we eerder al schreven, namelijk dat de liberalen traditioneel de economische vrijheid hoog in het vaandel houden. Maar, in onze analyse van het historisch, meer filosofische liberalisme hadden we liberalisme ook gekoppeld aan vrijheid van meningsuiting, en een staat die zich niet betuttelend opstelt, maar zijn burgers zelf laat beslissen. Met andere woorden, net links van de sociaal-culturele breuklijn. De VLD-kiezers zijn duidelijk een stukje rechtser op dit gebied dan de Mill, Locke en hun geloofsbroeders.

Natuurlijk zijn er ook steeds blanco-stemmers, mensen die hun gading niet vinden bij de bestaande partijen. Het is interessant om te zien waar die staan ten opzichte van, de breuklijnen, vooral als je een nieuwe partij wil oprichten voor dit unserved audience. Wel, die kiezers zitten tussen het centrum van de christen-democraten en het rechts-rechtse van het Vlaams Blok in. Een gokje? Deze mensen zijn rechts, maar hebben het moeilijk met sommige van de standpunten van het Vlaams Blok.

Meer weten?
Wil je meer weten over (een bepaalde) ideologie? Het volstaat een van de genoemde namen in een internet search engine te typen om meer informatie te krijgen dan je lief is. Voor dit dossier baseerden we ons, buiten tal van bronnen op het wereld wijde web, voornamelijk op de cursus "Historisch Overzicht van de Wijsbegeerte" van professor Etienne Vermeersch (Universiteit Gent). Elk goed en volledig filosofie-overzicht biedt een gelijkaardig beeld.

De werkgroep TOR vind je op http://www.vub.ac.be/TOR/
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Knack. We bekeken vooral nummer 43 van de 32ste jaargang.

Noot:
1) De enquÍte werd uitgevoerd voor de naamsverandering van SP en CVP in SP.A en CD&V, en voor het opdoeken van de Volksunie. Vandaar de oude namen.

Timothy Vermeir

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons