Tekst vergroten Tekst verkleinen

Advertentie

Dossier: De geschiedenis van de Vlaamse politieke partijen

Vlaanderen kent, voor zo'n klein gebied, opvallend veel politieke partijen. In willekeurige volgorde noemen we zo voor de vuist weg het Vlaams Blok, Agalev, VLD, CD&V, Spirit, N-VA en SP.A. Dat zijn de belangrijkste spelers op het Vlaamse terrein. Daarnaast zijn er natuurlijk ook de kleinere partijtjes, met PVDA, Vivant en SoLiDe als bekendste namen. Naast deze nationale partijen, zijn er uiteraard ook een hoop gelegenheidspartijen, vooral op lokaal vlak. Ik durf te wedden dat er meer dan een gemeente is waar de voorbije verkiezing een "Lijst van de Burgemeester" opkwam. En allianties zijn er uiteraard ook-zie bijvoorbeeld het samengaan van SP en Agalev in Hasselt bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen.

Die kleintjes, daar gaan we even niet op in. Hoewel het veelal interessante formaties zijn, is hun electoraal belang te gering om er bits en bytes aan te besteden. De anderen daarentegen, die houden we even tegen de lamp, en dan vooral in historisch perspectief. We vragen ons af waar ze vandaan komen, wanneer ze zijn ontstaan, wat de belangrijkste mijlpalen zijn in hun geschiedenis. We doen dat alles in de volle overtuiging dat er hiaten in de tekst zitten. Het zij zo.


VLD
De liberalen, tegenwoordig door het leven gaand als Vlaamse Liberalen en Democraten, met de ondertitel "Partij van de Burger", hebben een lange weg afgelegd. De allereerste Belgische politieke partij was liberaal. Op 14 juni 1846 was er het Liberaal Partijcongres, waarbij de Confédération générale du Libéralisme en Belgique werd opgericht. Deze confederatie begon als eerste met het oprichten van associaties op het niveau van de arrondissementen en comités op kanton-niveau. Er werd voor de eerste keer in dit land ook een echt partijprogramma uitgewerkt. Dat programma was een compromis tussen de gematigden en radicalen. Anti-klerikalisme, daarover moest geen compromis gesloten worden, wel over de twee andere belangrijke punten: verlaging van de kiescijns, en de verbetering van de toestand van de arbeiders.

Het bleef niet duren. In november van hetzelfde jaar was er al een breuk. De radicalen en gematigden bleven niet samen. Uit het puin verrees dan de Association libérale et constitutionelle die met een gematigd programma de liberale partij naar electorale successen zou leiden. De periode 1847-1852 zou de eerste, maar niet de laatste, periode zijn met een regering uitsluitend bestaande uit liberalen.

Een radicalisering van het liberale gedachtengoed kwam er vanaf 1857. De tegenstelling met de conservatieve katholieken, die op dat moment nog geen georganiseerde partij hadden, werd scherper. Mede-oorzaken waren de industrialisering, de opmars van de wetenschap en de ontkerkelijking. Dat laatste werd uitgebreid in die dagen: niet alleen streed men tegen de inmenging van de Kerk in staatszaken (die strijd is op dat moment zo goed als gewonnen), maar gaat het geloof zelf als zijnde "onverzoenbaar" worden beschouwd. Ook de loge komt op dat moment in the picture.

Nadien wisselen de liberalen op regelmatig tijdstip de oppositie voor de regering. Alles verliep vrij normaal en rustig in politiek België (alhoewel, er waren natuurlijk twee wereldoorlogen en een hoop politieke beslommeringen) tot ongeveer 1960. Na de schoolstrijd werd het anti-klerikale karakter van de liberale partij niet meer het belangrijkste. De toenmalige voorzitter Vanaudenhove wees zelfs op het eerbiedigen van het recht op godsdienst. De partij veranderde van koers, en van naam. Op 8 oktober 1961 was de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang - Parti pour la Liberté et le Progrès een feit. PVV in het Nederlands, PLP in het Frans. Nog eens 11 jaar later, in 1972 splitste de, tot dan toe unitaire partij zich in een Vlaamse en Waalse partij ten gevolge van de communautaire strubbelingen tijdens de jaren zestig. De Vlamingen behielden hun naam PVV.

De PVV profileerde zich toen al rond ethische thema's: passieve euthanasie, non-discriminatie van homosexuelen, abortus, tot zelfs het uit het strafrecht halen van overspel. Ander centraal thema: de strijd tegen de allesoverheersende staat.

Een laatste grote verandering bij de Vlaamse liberalen kwam er in 1992. De liberalen, onder leiding van Guy Verhofstadt, haalden er de democraten bij, en werden de Vlaamse Liberalen en Democraten. Een verruiming die de kloof tussen burger en politiek moest trachten te dichten. De VLD profileert zich sindsdien als pleitbezorger van een democratie waarin het individu centraal staat.

Och ja, bijna vergeten. Ook nu zijn de Vlaamse liberalen aan het verruimen. Ex-christendemocraten, verenigd onder de vlag NCD, en ex-Spirit-leden vervoegen de blauwe rangen. Maar alweer: dat is te actueel om in een geschiedenisoverzicht te staan.

SP.A
De socialistische partij in Vlaanderen dateert van het jaar 1877. Daarmee is de Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij een van de eerste socialistische partijen van Europa. Drie jaar later fuseerde de partij met een aantal Brusselse socialistische groepen, en werden ze plots de Belgische Socialistische Partij. Toen nog eens vijf jaar later de Waalse arbeidersverenigingen zich aansloten, was er sprake van de Belgische Werkliedenpartij.

In den beginne, dan was er niets. Dat geldt zeker voor de strijdpunten van de socialisten. Algemeen stemrecht, de achturenweek, werklozensteun, noch stakingsrecht waren aanwezig in het België van rond de eeuwwisseling. Mede dankzij de BWP kwamen deze sociale voorzieningen er.

Die verwezenlijkingen kwamen er door de socialistische verkozenen. De allereerste volksvertegenwoordiger was de Gentenaar Edward Anseele die in Luik verkozen werd in 1894. De allereerste schepen werd verkozen in Gent in 1909. De eerste die op nationaal vlak echt iets te zeggen had, was alweer Anseele, die in de periode 1918-1919, net na de Eerste Wereldoorlog, minister van Wederopbouw werd.

Tijdens de tweede wereldoorlog werd de Belgische Werkliedenpartij opgedoekt. De toenmalige voorzitter van het Vlaamse luik, Hendrik De Man-die de socialisten een meer uitgesproken Vlaams profiel wilde geven-, sleurde enkele sympathisanten mee de collaboratie in. Anderen richtten dan clandestien een nieuwe formatie op, die in de oorlog de kant van het verzet koos, rond bladen als Morgerood en De Werker. In 1945 kwamen deze verdoken socialisten bovengronds, en richtten ze de Parti Socialiste Belge - Belgische Socialistische Partij op. Een van de eerste grote namen van deze unitaire partij, Achille Van Acker, voerde na de Tweede Wereldoorlog de sociale zekerheid in.

De daaropvolgende jaren zaten de Belgische socialisten meermaals in de regering. Maar, halfweg de jaren zestig begon de populariteit van de PSB-BSP te zakken. De opkomst van exclusief Vlaamse partijen deed deze unitaire partij geen goed. In 1974 was er dan het laatste unitaire congres. Op dat congres werd beslist tot co-voorzitterschap. Voortaan zouden een Waal en een Vlaming samen de touwtjes in handen houden. Vier jaar later, in 1978 was de splitsing een feit. De Franstalige socialisten gingen naar de stembus onder de noemer Parti Socialiste. De Vlamingen bleven tot in 1980 bekend als de Belgische Socialistische Partij. Nadien werd het kortweg SP, met namen als Karel Van Miert, Louis Tobback, Luc Van den Bossche en Norbert De Batselier.

Het is die generatie die verwikkeld raakte in de schandalen rond Agusta. In 1995 kwam de reputatie van de SP daardoor in het gedrang. Mede dankzij een campagne in de pers, "De SP is nodig", ondertekend door tal van prominenten, bleef de SP min of meer overeind. Maar de scores zoals ze werden behaald tijdens het interbellum (in 1925 haalden de socialisten 30,1%) bleven uit.

De nieuwste generatie socialisten, met Frank Vandenbroucke, Steve Stevaert en Patrick Janssens als klinkende namen, wil deze neerwaartse spiraal een halt toeroepen. De vernieuwing van de SP, met als kers op de taart de naamsverandering tot SP.A-Socialistische Partij Anders-zou nieuwe kiezers moeten aantrekken. Maar dàt is al geen geschiedenis meer.<.o>

CD&V
Toen de liberalen in 1857 met hun radicalisering, die vorm kreeg in een congres, begonnen, stonden de katholieken aanvankelijk machteloos. Zij hadden geen structuur, geen partijkader waarin ze de krachten konden bundelen. De eerste stemmen gingen dan ook op om ook een partij te vormen. De vraag was alleen, wat voor een partij? Een echte katholieke partij, die sterk aanleunde tegen de kerk? Of een conservatieve niet-confessionele centrumpartij?

De zogenaamde congressen van Mechelen, die gelijkgestemden samenbrachten om na te denken over de te volgen weg, zetten de toon. En de knoop werd uiteindelijk doorgehakt tijdens de schoolstrijd (1879-1884), toen de nood om een structuur te hebben het hoogst was. Het werd een echt katholieke partij, nauw verbonden met de katholieke kerk. In 1884 werd de Fédération des Cercles catholiques et des Associations conservatrices opgericht. Daarain speelde Charles Woeste, bekend in heel Vlaanderen sinds de film Daens, de eerste viool. De partij organiseerde de behoudsgezinde rechterzijde, en was lange tijd een conservatief bolwerk. De partij werd omringd door tal van verenigingen en bewegingen, met KAV, KAJ, ACW en KWB als tegenwoordig de meest bekende namen. De katholiek zuil is sindsdien berucht in dit land.

De katholieke partij deed het van dan af goed in België. Sinds 16 juni 1884 was zij constant aan de macht, met als enige uitzondering een korte periode na de Tweede Wereldoorlog.

Na de invoering van het algemeen stemrecht voor mannen kreeg de katholiek partij het lastig, en veranderde in 1921 van structuur. Om de verschillende lagen van de bevolking, die nu allemaal iets in de pap te brokken hadden, elk te kunnen binden (de rijke burgerij, de middenstanders en de arbeiders), richtte men de Belgische Katholieke Unie op. Hierin waren vier groepen te onderscheiden. De Fédération des cercles vertegenwoordigde de conservatieve vleugel, de Boerenbond behartigde de belangen van de landbouwers, de Nationale Liga van Christelijke Arbeiders (het latere ACW) kwam op voor de arbeiders, en tot slot was er de Christelijke Federatie van de Middenstand. Waar die voor opkwamen kan je wel raden. Voor elk wat wils, en de partij kon er weer tegen voor een tijdje.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de katholieke partij alweer van naam. Ze wordt de Christelijke Volkspartij-Parti Social-Chrétien. Het land samenhouden, dat was de bedoeling. Jongeren en ouderen, Vlamingen en Walen, de zaak terug opbouwen. Aanvankelijk lukte dat niet, de kiezer koos voor een bonte coalitie van liberalen, socialisten en communisten. In 1947 was het dan wel raak.

De splitsing van de Belgische partij in een Vlaamse en een Waalse begint in 1965. Op een congres geven de twee taalgroepen elkaar meer autonomie. Maar na de perikelen rond "Leuven Vlaams" splitst de partij zich definief. De CVP wordt een partij op zich.

De naamsverandering naar CD&V, Christen Democratisch en Vlaams, én de eerste keer sinds lang dat deze partij op de oppositiebanken zit, liggen nog vers in het geheugen, en horen dan ook niet thuis in een dossier dat "geschiedenis" heet.

NV-A, Spirit, Vlaams Blok
Het politiek Vlaams nationalisme is terug te brengen tot de Meetingpartij, opgericht in Antwerpen in 1862. Deze partij leunde aanvankelijk aan bij de katholieken, en viel onder de noemers "vlaamsgezind", "anti-militaristisch" en "sociaal-vooruitstrevend". Maar veel kwam er niet van terecht.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam het flamingantisme in een stroomversnelling. Eerst was er de Frontpartij, nadien, in 1933 het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) dat de bedoeling had meer eenheid in de Vlaamse strijd te brengen. Maar de Tweede Wereldoorlog, en de collaboratie van het VNV, gooide roet in het eten.

In 1954 gingen ze dan echt van start, de Vlaams nationalisten. Onder de naam Volksunie deze keer. Alle andere partijen waren op dat moment nog unitair: er was geen onderscheid tussen het Waalse en Vlaamse deel, waardoor de VU een duidelijk profiel kreeg. Federalisme en amnestie waren de twee grote strijdpunten.

Vanuit de oppositie ziet die partij haar uitgesproken Vlaams programma met mondjesmaat werkelijkheid worden. De andere partijen die aan de macht zijn vormen België langzaam maar zeker om tot een federale staat.

Toen de VU in 1977 het Egmontpact mee ondertekende, was niet elk partijlid daar even blij mee. In datzelfde jaar richt een groep radicale nationalisten, met Karel Dillen als bekende naam, de Vlaams Nationale Partij (VNP) op. Samen met een andere kleine radicale groep, de Vlaamse Volkspartij, komen zij in 1978 op als Vlaams Blok.

Deze partij is waarschijnlijk, ondanks haar vrij jonge leeftijd, een van de meest besproken politieke formaties van ons land. Hoewel ze zich aanvankelijk vooral als Vlaams nationalisten manifesteren, komen de thema's van de vreemdelingen en de veiligheid meer en meer op de voorgrond. De andere partijen kijken ondertussen met lede ogen toe hoe het Vlaams Blok steeds populairder wordt. Elke andere partij zweert in 1989 nooit met hen te zullen samenwerken. Deze afspraak wordt bekend onder de naam "cordon sanitaire".

De echte doorbraak moet echter nog komen: op 24 november 1991, bij vriend en vijand bekend als Zwarte Zondag, doet het Vlaams Blok zijn grote sprong voorwaarts, en dringt de partij pas echt door in Vlaanderen.

De eerste grote vernieuwing binnen de overgebleven Volksunie na de splitsing van 1977, komt er met de alliantie met ID21. Deze alliantie, ontstaan in 1999 en het kind van Bert Anciaux, is het begin van het einde van de VU. De partij weet geen raad met de mengeling Vlaams nationalistisch en links-liberaal, en splitst zichzelf. De Nieuw Vlaamse Alliantie aan de ene kant, Spirit aan de andere. En degene die ertussenuit vielen, die zochten opvang bij andere partijen. Maar ook dat is actualiteit.

Agalev
Agalev is een van de jongste partijen die ons land rijk is. Een van de grondleggers van de groene beweging die later de stap naar de politiek zette, was de jezuït pater Luc Versteylen. Deze leraar, die toen al tegen de stroom in ging, spoorde zijn leerlingen aan verder te kijken dan hun neus lang was. De resultaten van dat alles zijn onder andere de bekende (of beruchte) oude brouwerij in Viersel, en de naam Agalev. Zijn leerlingen bedachten deze ludieke naam, die staat voor Anders Gaan Leven, bij het maken van een muurkrant. We spreken nu over het begin van de jaren zeventig.

Mettertijd, de ook met Versteylen verbonden Groene Fietsers kwamen regelmatig in het nieuws, groeide de beweging, en kreeg ze politieke plannen. De eerste groene lijsten doken op in 1976 bij de gemeenteraadsverkiezingen. Toen was er weliswaar nog geen sprake van een echte, nationale partij, maar de aanzet was er. In 1977 werd voor het eerste deelgenomen aan de parlementsverkiezingen. Het programma was het Agalev-manifest uit 1973. Het resultaat bedroevend: 0,3% in Antwerpen, 0.09% nationaal. In 1979 deed Agalev het een stuk beter, en haalde 1,4% bij de Euopese verkiezingen.

Het ontstaan van de groenen als heuse politieke partij, is terug te brengen tot 19 september 1981, amper een dikke twintig jaar geleden. De “basisgroepen” komen op die dag samen voor het “Groen Open Congres”. Tijdens die bijeenkomst wordt er gekeken of de milieubewegingen, die veelal reeds actief zijn op plaatselijk niveau, de stap naar de nationale politiek kunnen en willen zetten. Het antwoord luidt “ja”. Amper twee maanden later is er een groene lijst beschikbaar voor de federale verkiezingen. Vier groenen vinden zo de weg naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Op de fiets, zoals het hoort.

De groene fracties, Agalev en hun Waalse zusterpartij Ecolo zijn nog steeds nauw verbonden, beginnen aan hun groene strijd. Ze doen dat steevast vanuit de oppositie, waar ze als zogenaamde “zweeppartij” de meerderheid meermaals tot groene initiatieven kunnen bewegen.

Op gemeentelijk vlak echter lukt het beter om tot de macht door te breken. In Meise komen de Vlaamse groenen in 1982 in de meerderheid terecht.

Maar op nationaal, en later Vlaams, niveau, is de partij vooral bekend om haar acties. Tegen kernwapens, voor het milieu. Meermaals worden groene verkozenen opgepakt en opgesloten tijdens het populaire spelletje “prikkeldraadje-wip”. De regels van dit spel zijn eenvoudig: je zoekt een militaire basis waar gevaarlijk spul staat, en wipt over de omheining. Ambiance, en een gevangenisbezoek gegarandeerd. Maar dat ze ook andere amusante ideeën hebben, bewijst Mieke Vogels als ze in 1986 in een keukenschort op het spreekgestoelte in de Kamer verschijnt. Dat was haar manier om duidelijk te maken wat de toenmalige regering dacht van werkende vrouwen.

Langzaam maar zeker wint Agalev aan populariteit. Op alle niveaus zijn er verkozenen die profiteren van de typische Agalev-acties en de media-aandacht die ze daardoor krijgen. Maar voor deelname aan de macht op Vlaams of federaal niveau wordt het wachten tot de verkiezingen van 1999. Mede dankzij het dioxine-schandaal komt Agalev in de regering terecht.

Bronnen
Hebben we dit zomaar even uit onze mouw geschud? Eens lekker uit de duim gezogen? Natuurlijk niet! Omdat we beseffen dat het hier maar om een overzicht in vogelvlucht gaat, wijzen we je op weg naar de details.
In de bibliotheek vind je ongetwijfeld de twee standaardwerken die we gebruikten: beiden heten “Politieke Geschiedenis van België”. Het ene is geschreven door Th. Luykx en M. Platel en bestaat uit twee delen, het andere is van de hand van E. Witte, J. Craeybeckx en A. Meynen.
Daarnaast vind je ook een hele hoop informatie op de websites van de verschillende partijen. Daarvoor verwijzen we je met veel plezier door naar de links-pagina van politics.be.
Bij deze danken we ook Roland Duchâtelet voor zijn terechte opmerking in verband met de beginperiode van Agalev.

Timothy Vermeir

ZoekenMeer info

Het Weer

Recensies

Nieuws

Cartoons